---

Geroepen om te zingen

---


*1

#4

1

  (a)

  Geroepen zijn wij om te zingen,

  te zingen tot Gods eer.

  In woord en wijs Gods liefde vieren:

  Daarom zijn wij weer hier.

2

  (v)

  Bijeengekomen om te bidden,

  met stem en instrument:

  Zo willen wij weer samen zoeken

  naar Hem die ons al kent.

3

  (m)

  Bijeengekomen om te horen

  het woord voor groot en klein;

  bijeengekomen om te leren

  weer kind van God te zijn.

4

  (a)

  Bijeengekomen om te delen,

  te delen brood en wijn:

  Gods goede toekomst uit te spelen,

  waar ieder mens mag zijn.

---

*2

#3

1

  De zondag is de lach van God,

  de voorjaarsbloem die opengaat.

  De zondag brengt de fleur in ons bestaan:

  De Heer is immers opgestaan!

2

  De zondag is 't palet van God,

  het gloren van de dageraad.

  De zondag brengt de kleur in ons bestaan:

  De Heer is immers opgestaan!

3

  De zondag is het lied van God,

  Hij brengt ons leven in de maat.

  De zondag brengt de dans in ons bestaan:

  De Heer is waarlijk opgestaan!

---

*3

#3

1

  Klap in de handen van blijdschap,

  dit is de dag, die God ons geeft.

  Dit is de dag van je leven.

  Dit is het feest dat Jezus leeft!

  refrein

  Jezus is opgestaan en Hij leeft,

  halleluja!

2

  Klop op de deur bij de mensen:

  Dit is de dag die God ons geeft.

  Kom uit de donkere huizen,

  kom naar het feest, dat Jezus leeft!

  refrein

  Jezus is opgestaan en Hij leeft,

  halleluja!

3

  Zing op de straten en pleinen:

  Dit is de dag die God ons geeft.

  Zing van het licht en het leven,

  zing van het feest dat Jezus leeft!

  refrein

  Jezus is opgestaan en hij leeft,

  halleluja!

---

*4

#3

1

  Ochtend ontluikt weer

  zoals de eerste roodborstje

  zingt weer als was hij er pas.

  Lof voor de ochtend,

  lof voor het zingen:

  Dag komt tot leven,

  nog steeds verrast.

2

  Dauw op de bloemen

  fonkelt in zonlicht,

  als eens de regen gloednieuw gras.

  Lof voor de geuren van landerijen,

  waar lang van tevoren

  zijn voetstap was.

3

  aan ons gegeven

  is deze ochtend

  heerlijk ontsprongen

  uit Edens pracht.

  Lof met verheffing

  voor deze morgen:

  Gods nieuwe scheppen

  van deze dag.

---

*5

#1

1

  Dit is de dag, dit is de dag

  die de Heer ons geeft,

  die de Heer ons geeft.

  Wees daarom blij, wees daarom blij

  en zing verheugd en zing verheugd.

  Dit is de dag die de Heer ons geeft.

  Wees daarom blij en zing verheugd.

  Dit is de dag, dit is de dag

  die de Heer ons geeft.

---

*6

#2

1

  Hoor de klonken luiden blij:

  Bim bam bom voor jou en voor mij.

  Kom je zingen kom je bidden

  kindren horen in het midden.

  Blijf daarom niet buiten staan:

  Bim bam bom de kerk gaat aan!

2

  Hier is iedereen in tal,

  bim bam bom, dat weet je wel.

  Niemand meer en niemand minder -

  wij zijn allemaal toch Gods kinderen.

  Blij daarom niet buiten staan:

  Bim bam bom, de kerk gaat aan!

---

*7

#2

1

  En dat het nu weer zondag is

  vind ik zo fijn, zo fijn.

  Ik ga dan naar het huis van God

  om dicht bij Hem te zijn.

2

  We zijn nu in het huis van God

  en zingen ook nu weer:

  Wij danken U voor al uw zorg,

  wij danken U o Heer!

---

*8

#9

1

  Wij allen met elkaar,

  wij komen samen zingen,

  wij komen met elkaar,

  wij zingen met elkaar.

2

  Wij allen met elkaar,

  wij komen samen bidden,

  wij komen met elkaar,

  wij bidden met elkaar.

3

  Wij allen met elkaar,

  wij komen samen luistren

  wij komen met elkaar,

  wij luistren met elkaar.

4

  Wij allen met elkaar,

  wij komen samen nemen,

  wij komen met elkaar,

  wij nemen met elkaar.

5

  Wij allen met elkaar,

  wij komen samen eten,

  wij komen met elkaar,

  wij eten met elkaar.

6

  Wij allen met elkaar,

  wij komen samen drinken,

  wij komen met elkaar,

  wij drinken met elkaar.

7

  Wij allen met elkaar,

  wij komen samen delen,

  wij komen met elkaar,

  wij delen met elkaar.

8

  Wij allen met elkaar,

  wij komen samen danken,

  wij komen met elkaar,

  wij danken met elkaar.

9

  Wij allen met elkaar,

  wij komen samen houden

  van U en van elkaar,

  van U en van elkaar.

---

*9

#4

1

  (m)

  Uit honderd huizen hier gekomen

  uit eigen zorgen opgestaan

  (v)

  is ieder met zijn eigen dromen

  tot hier zijn eigen weg gegaan;

  (a)

  tot hier zijn eigen weg gegaan;

  hier hopen wij elkaar te vinden

  hier tellen de verschillen niet

  hier zingen vreemden zich tot vrienden

  op hoop van zegen: zing een lied

2

  (m)

  Wij willen bij elkander schuilen

  verdriet alleen is vaak te groot

  (v)

  een schouder om op uit te huilen

  een hand die droeve tranen droogt;

  (a)

  een hand die droeve tranen droogt;

  zo leren wij elkaar weer zingen

  getroost met wat het leven biedt

  kom laat ons maar opnieuw beginnen

  op hoop van zegen: zing een lied

3

  (m)

  Want hier en alom in den lande

  gaan mensen vaak en fel tekeer

  (v)

  ze maken vuisten van hun handen

  en nodeloos doen wij ons zeer;

  (a)

  en nodeloos doen wij ons zeer;

  baan liever wegen uit dit heden

  geloof in wat je nog niet ziet

  en sluit je aan bij onze beden

  op hoop van zegen zing een lied

4

  (m)

  Door onze wereld snijden grenzen

  staan muren en loopt prikkeldraad

  (v)

  aan beide kanten wonen mensen

  verknipt door aangeleerde haat

  (a)

  verknipt door aangeleerde haat

  en op het scherpe van de snede

  daar leven wij eigenlijk niet

  ons bidden blijft een roep vrede

  op hoop van zegen zing een lied

---

*10

#3

1

  Overal vandaan uit lanen

  en uit steden komen wij elkaar

  komen wij Jou tegen.

2

  Overal vandaan uit zonneschijn

  of regen komen wij elkaar

  komen wij Jou tegen.

3

  Overal vandaan komen wij Jou tegen

  komen tot elkaar

  vragen om Jouw zegen.

---

*11

#3

1

  Wees welkom allemaal,

  wees welkom eenmaal andermaal,

  we hebben hier een uurtje feest

  met mensen een van hart en geest,

  dat maakt het leven fijn

  voor groot en voor klein.

2

  Wees welkom allemaal

  en luister naar een mooi verhaal

  van Jezus die de mensen kent,

  hoe groot of ook hoe klein je bent

  Hij wil er altijd zijn

  voor groot en voor klein.

3

  Wees welkom allemaal

  een beetje stil en geen kabaal

  maar zingen mag je allemaal,

  met zingen bid je wel tweemaal

  dus zing maar met ons mee

  en bid zo voor twee.

---

*12

#4

1

  (a)

  Hier wordt een huis voor God gebouwd

  waar mensen samen komen

  en waar Hij zelf aanwezig is

  om onder ons te wonen.

2

  (v)

  Hier wordt een boek open gelegd

  en klinken goede woorden

  van God die van de mensen houdt

  en die naar ons wil horen.

3

  (m)

  Hier wordt een tafel aangericht

  om Jezus te gedenken

  die voor ons leven en geluk

  zich weg heeft willen schenken.

4

  (a)

  Hier delen wij het levensbrood

  en worden nieuwe mensen:

  De aarde wordt een vredeshuis

  vervuld van oude wensen.

---

*13

#3

1

  Vervul dit huis met hart en geest

  met aandacht voor de kleinen.

  Dat al wie hier naar binnen gaat

  hen noemen zal de zijnen.

2

  Wees hier opnieuw verbeeldingskracht,

  geef taal en toon aan dromen,

  geef stem aan wat verborgen bleef,

  laat hier Jouw rijk maar komen.

3

  Wees kracht en troost voor jong en oud,

  dat niemand hoeft te vrezen,

  als hij zich inzet voor Jouw rijk,

  want dood heet daar ' verrezen '.

---

*14

#3

1

  Zomaar een dak boven wat hoofden

  deur die naar stilte openstaat.

  Muren van huid, ramen als ogen

  speurend naar hoop en dageraad.

  Huis dat een levend lichaam wordt

  als wij er binnen gaan

  om recht voor God te staan.

2

  woorden van ver, vallende sterren,

  vonken verleden hier gezaaid.

  Namen voor Hem, dromen, signalen

  diep uit de wereld aangewaaid.

  Monden van aarde horen en zien

  onthouden, spreken voort

  Gods vrij en lichend woord.

3

  Tafel van Een, brood om te weten

  dat wij elkaar gegeven zijn.

  Wonder van God, mensen in vrede,

  oud en vergeten nieuw geheim.

  Breken en delen, zijn wat niet kan,

  Doen wat ondenkbaar is,

  dood en verrijzenis.

---

*15

#3

1

  Vrede voor jou, hier heen gekomen,

  zoekend met ons om mens te zijn.

  Jij maar alleen, jij met je vrienden,

  jij met je last, verborgen pijn.

  Vrede, genade, God om je heen,

  vergeving, nieuwe moed voor jou

  en iedereen.

2

  Niemand komt hier vrij van het kwade,

  niemand gaat hier straks weer vrijuit.

  Niemand te veel, niemand te weinig,

  niemand te groot, geen een te klein,

  dit wordt verbeeld in woord en gebaar,

  tot ooit en overal wij leven van elkaar.

3

  Jij die ons kent, Jij die ons aanvoelt,

  Jij die de hele wereld draagt:

  Kom naar ons toe, leer ons te leven,

  help ons te zien wat ieder vraagt,

  tijd om te leven, kans om te zijn;

  een plek om nu en ooit gezien,

  aanvaard te zijn.

---

*16

#3

1

  (s)

  Ergens moet het hoge woord

  toch krachtig kunnen klinken,

  ergens moet je ongestoord

  tocht samen kunnen zingen.

  (a) refrein

  Leve de kerk,

  een huis om te hopen,

  leve de kerk,

  het huis waar wij wonen.

2

  (v)

  Ergens moet je brood en wijn

  in liefde kunnen delen,

  ergens moet je in het klein

  de toekomst kunnen spelen.

  (a) refrein

  Leve de kerk,

  een huis om te hopen,

  leve de kerk,

  het huis waar wij wonen.

3

  (m)

  Ergens moet het visioen

  van vrede kunnen aarde,

  ergens moet je kunnen doen

  wat God ons openbaarde.

  (a) refrein

  Leve de kerk,

  een huis om te hopen,

  leve de kerk,

  het huis waar wij wonen.

---

*17

#5

1

  (v)

  Heer, onze Heer, hoe zijt Gij aanwezig

  en hoe onzigbaar ons nabij.

  Gij zijt nog altijd met ons bezig,

  onder Uw vleugels rusten wij.

2

  (m)

  Gij zijt niet ver van wie U aanbidden,

  niet hoog en breed van ons vandaan.

  Gij zijt zo mens'lijk in ons midden

  dat Gij dit lied wel zult verstaan.

3

  (v)

  Gij zijt onzichtbaar voor onze ogen

  en niemand heeft U ooit gezien.

  Maar wij vermoeden en geloven

  dat Gij ons draagt, dat Gij ons dient.

4

  (m)

  Gij zijt in alles diep verscholen

  in al wat leeft en zich ontvouwt.

  Maar in de mensen wilt Gij wonen

  met hart en ziel aan ons getrouwd.

5

  (a)

  Heer, onze Heer hoe zijt Gij aanwezig

  waar ook ter wereld mensen zijt.

  Blijf zo genodig met ons bezig,

  tot wij in U volkomen zijn.

---

*18

#2

1

  Bijeengeroepen uit onze huizen,

  elk met zijn eigen levenslied,

  zijn wij gekomen om weer te dromen

  van wat God in ons mensen ziet.

  Wij willen zingen van alle dingen,

  roepen uit donker, om licht

  om Gods woorden te zien.

  God zal ons horen,

  Hij schenkt het leven.

  Hij zal ons vragen antwoord te geven,

  samen te leven in zijn gloria.

2

  Bijeengekomen, woord in ons midden,

  samen zijn wij hier in Gods huis.

  Kleine en groten, niemand verstoten:

  Voor wie God zoekt is hier een thuis.

  bidden en danken, stilte en klanken,

  met elkaar delen, een zijn met velen

  en zingen keer op keer: Jezus is Heer!

  Jong en oud samen zingen nu "amen".

  God in ons midden, verhoor ons bidden.

  Heel uw gemeente zingt:

  Halleluja!

---

*19

#5

1

  (a)

  Wees welkom in 't weeshuis

  voor dwalende schapen,

  een welkom aan hem

  die geen zekerheid kent.

  Een welkom aan hen

  die van angst niet meer slapen,

  en welkom aan hen

  die geen God zijn gewend.

2

  (v)

  Wees welkom in 't huis

  van onzegbare regels,

  wees welkom, sta open,

  wees eerlijk en naakt,

  wees welkom mislukten,

  verdwaalden en vlegels,

  wees welkom en bloei hier

  en wordt weer geraakt.

3

  (m)

  Wees welkom in 't weeshuis

  voor zwervende zielen,

  wees welkom, kom luistren

  en zoek naar je lot,

  wees welkom, en kom binnen,

  een ieder mag knielen

  voor een en dezelfde:

  Een Allemans God!!!

4

  (v)

  Want Gij zijt een eenheid,

  Gij zijt niet gespleten,

  steeds wilt Gij voor mensen

  dezelfde bron zijn,

  eenzelfde geheim en

  eenzelfde geweten,

  oneindig in grootheid,

  onnoemelijk klein.

5

  (a)

  Wees welkom in 't huis

  zonder naam, zonder stempel,

  en wees daar jezelf,

  zoals 't ooit was bedoeld,

  een welkom in 't allemans huis

  zonder drempels,

  wees welkom in 't huis

  waar de menselijkheid stoelt.

---

*20

#1

1

  Kom in de ring wij komen samen

  om voor elkaar een huis te zijn.

  God is het huis wij wonen samen

  om voor elkaar een thuis te zijn.

---

*21

#4

1

  (v)

  Er zijn nog altijd blinden,

  ze trekken door 'n nacht

  waar geen verlossing wacht

  en geen wonderen ooit zijn

  te vinden

  (m) refrein

  Als er twee of drie in mijn naam

  bijeen zijn ben Ik in hun midden,

  want Ik doe altijd mee,

  met drie desnoods met twee

  wil Ik altijd opnieuw beginnen.

2

  (v)

  Er zijn nog altijd doven,

  ze horen nooit 'n klank

  vanuit 't andre land,

  't geluid uit betoverde hoven.

  (m) refrein

  Als er twee of drie in mijn naam

  bijeen zijn ben Ik in hun midden,

  want Ik doe altijd mee,

  met drie desnoods met twee

  wil Ik altijd opnieuw beginnen.

3

  (v)

  Er zijn nog altijd lammen,

  ze liggen langs de tijd

  daar is hun bed gespreid

  met hun hebben en houden behangen.

  (a) refrein

  Als er twee of drie in mijn naam

  bijeen zijn ben ik in hun midden,

  want Ik doe altijd mee,

  met drie desnoods met twee

  wil Ik altijd opnieuw beginnen.

4

  (m)

  Er staan nog hoge torens

  rondom elk land gebouwd;

  elk land is star en oud,

  even oud en verstard e bewoners.

  (a) refrein

  Als er twee of drie in mijn naam

  bijeen zijn ben ik in hun midden

  want Ik doe altijd mee,

  met drie desnoods met twee

  wil ik altijd opnieuw beginnen.

---

*22

#2

1

  I

  Wij zijn hier bijeen in de naam van

  de Heer,

  II

  die hemel en aarde gemaakt heeft

  III

  Hij zal ons helpen.

2

  Groet

  Voorganger (gezongen of gesproken):

  Genade en vrede van God, onze Heer

  en ook van zijn Zoon, Jezus Christus.

  Zo wil God groeten.

---

*23

#4

1

  (a)

  Kaars dat mag branden in ons midden,

  branden bij zingen en bij bidden:

  God is hier.

2

  (v)

  Gods licht weerkaatst in onze ogen

  en zegt:

  De tranen zullen drogen,

  een voorgoed.

3

  (m)

  Gods woord ligt open, ons ten leven.

  Gods hart staat open: Ons gegeven,

  in zijn Zoon.

4

  (a)

  Eer aan de Vader, die ons maakte.

  Eer aan de Zoon, die ons hart raakte.

  Eer de geest.

---

*24

#3

1

  (v)

  Kaars, jij mag branden:

  je geeft aan ons je licht.

  Jij bent een teken:

  God houdt ons in het zicht.

2

  (m)

  Boek jij mag open:

  Jij bent Gods blij verhaal.

  Woord, dat doet hopen.

  God spreekt in mensentaal.

3

  (a)

  Eer aan de Vader,

  de Zoon en aan de Geest:

  God, die er zijn zal,

  en altijd is geweest.

---

*25

#3

1

  Gegroet jij, jij, die om liefde

  komt en licht. Gegroet!

2

  Gegroet jij, jij, die om leven

  komt en licht. Gegroet!

3

  Gegroet jij, jij, die om vrede

  komt en licht. Gegroet!

---

*26

#1

1

  Wij groeten elkaar en samen

  groeten wij Gods Geest die

  nader komt.

---

*27

#3

1

  Gezegend, gezegend, gezegend

  de mens die komt in Gods naam.

2

  Gezegend, gezegend, gezegend

  jij als jij komt in Gods naam.

3

  Gezegend, gezegend, gezegend

  wij als wij komen in Gods naam.

---

*28

#5

1

  Wij vieren en beleven

  Gods jaarkring wereldwijd.

  De vaste kleuren geven schakering

  aan de tijd.

  Zo zien we alle weken een

  kleur in ander licht

  en wordt door taal en teken

  ons oog op God gericht.

2

  Het paars wil inkeer geven

  in passie en advent.

  Wij hebben in ons leven

  ons van God afgewend.

  Het paars is ons een teken

  van ootmoed en van rouw

  tot wij na deze weken

  het wit zien van Gods trouw.

3

  Het wit spreek van Gods daden

  die Hij verricht met macht,

  Gods lichtende genade

  verdrinkt de zwarte nacht.

  Blij willen wij gewagen

  van alles wat Hij deed.

  Dus gaan zijn hoogtijdagen

  in stralend wit gekleed.

4

  Het rood doet mensen spreken.

  God schenkt aan ons zijn Geest.

  Een vuur, een tong, een teken,

  de kleur van pinksterfeest.

  Niets kan de vonk meer doven;

  een vuur dat niemand stuit

  daalt neer op wie geloven,

  de vlammen slaan eruit.

5

  Het groen doet ons bezingen

  de hoop die in ons leeft,

  dat God aan alle dingen

  een nieuwe toekomst geeft.

  Want eens zal het gebeuren,

  dan zal het zomer zijn

  met ongedachte kleuren

  in eeuwig zonneschijn.

---

*29

#7

1

  Naar het huis gaan van Vader God

  gaan er vele mensen.

  Mensen groot en mensen klein,

  vinden 't fijn om daar te zijn,

  refrein

  in het huis van Vader God.

2

  In het huis van Vader God

  bidden vele mensen.

  Mensen groot en mensen klein,

  vinden 't fijn om hier te zijn.

  refrein

  In het huis van Vader God.

3

  In het huis van Vader God

  luistren vele mensen.

  Mensen groot en mensen klein,

  vinden 't fijn om heir te zijn.

  refrein

  In het huis van Vader God.

4

  In het huis van Vader God

  kijken vele mensen.

  Mensen groot en mensen klein,

  zien de tafel, brood en wijn.

  refrein

  In het huis van Vader God.

5

  In het huis van Vader God

  eten vele mensen.

  Mensen groot en mensen klein,

  eten brood en drinken wijn.

  refrein

  In het huis van Vader God

6

  In het huis van Vader God

  zingen vele mensen.

  Mensen groot en mensen klein

  vinden 't fijn om hier te zijn.

  refrein

  In het huis van Vader God.

7

  In het huis van Vader God

  danken vele mensen.

  Mensen groot en mensen klein,

  danken God om hier te zijn.

  refrein

  In het huis van Vader God.

---

*30

#4

1

  Hier gaan we zingend de wereld buiten

  't hoge woord mag hier eruit:

  Spelenderwijs de hemel op aarde

  'n tijd lang een vrijheid die kan.

2

  Hier worden mensen tot vrede genodigd,

  muren bidden we omver:

  Spelenderwijs de hemel op aarde,

  'n tijd lang vrede die kan.

3

  Hier is reeds waar wat we buiten nog hopen,

  voorproef van wat komen zal:

  spelenderwijs de hemel op aarde,

  'n tijd lang vreugde die kan.

4

  Hier vieren wij onze armoe te boven,

  vrijheid, vrede, vreugde kan!

  Spelenderwijs de hemel op aarde,

  'n tijd lang meer dan er kan.

---

*31

#4

1

  (s)

  Hier in uw tempel,

  staan wij op de drempel.

  Wij zijn er, maar toch nog niet:

  U kent ons verdriet.

2

  (v)

  Doe ons opleven

  en wil ons vergeven.

  Maak ons kind bij U aan huis:

  Ja, breng ons weer thuis.

3

  (m)

  Wil naar ons horen,

  wij zijn hier geboren,

  uw tempel drukt op ons hoofd:

  Uw trouw is beloofd.

4

  (a)

  U onze Here,

  U willen wij eren.

  Want U komt de lof steeds toe:

  U wordt ons nooit moe.

---

*32

#3

1

  Wij komen hier ter ere van uw naam

  rond de verhalen die geschreven staan,

  wij schuilen weg als vogels in het riet

  zoekend naar warmte, naar een ander lied.

2

  Ontferm U God, kyrie eleison,

  wees ons nabij,

  kijk speurend naar ons om,

  kom met uw vrede, uw barmhartigheid

  zonder U raken wij de liefde kwijt.

3

  wij zingen samen van uw gloria

  dank voor het leven,

  dank U voor elkaar,

  geef ons uw geestdrift,

  vuur ons leven aan.

  leg zo uw glimlach over ons bestaan.

---

*33

#4

1

  (a)

  Voor we beginnen willen we zingen

  en tot U zeggen: U zij eer.

  Wij willen vragen:

  Wees alle dagen met heel uw kerk

  en met uw wereld, Heer.

2

  (v)

  Wil voor hen zorgen, die deze morgen

  niet kunnen zingen van verdriet.

  Mensen die huilen, niet kunnen schuilen,

  o God, vergeet uw lieve mensheid niet.

3

  (m)

  Denk in erbarmen aan alle armen,

  mensen die schreeuwen om wat brood.

  Mensen die strijden en onrecht lijden:

  o God, uw wereld is in grote nood.

4

  (a)

  Leer ons te leven, liefde te geven,

  zo U te dienen allermeest.

  U, onze Here, zij lof en ere,

  U God de Vader, Zoon en heil'ge Geest.

---

*34

#5

1

  (v)

  Waarom, waarom? Waarom, o God waarom?

  Ik roep naar U bij dag en nacht

  terwijl ik op Uw antwoord wacht.

  U luistert niet, Uw stem blijft stom.

  Waarom?

2

  (m)

  Waarom, waarom? Waarom, o God waarom?

  Ik schreeuw het uit: geweld, geweld.

  De mensen sterven ongeteld.

  Ze buigen wat nog recht was krom.

  Waarom?

3

  (a)

  Waarom, waarom? waarom, o God waarom?

  Zie wat ons hier wordt aangedaan.

  Hoe lang moet dat nog verder gaan?

  Wij komen in het onrecht om.

  Waarom?

4

  (v)

  Ik zal van U dromen,

  dan ben ik niet bang.

  Het antwoord zal komen,

  al duurt het ook lang.

5

  (a)

  Ik blijf op U wachten.

  Ik hoop op uw woord.

  Ik weet in gedachten

  dat U naar mij hoort.

---

*35

#2

1

  Eer zij de God van de hemel,

  de Heer van de geschiedenis.

  Eer zij de Koning der volken.

  Gloria in excelsis.

  Eer zij de Vader almachtig.

  De God die hoog verheven is

  wil onder mensen verkeren.

  Gloria in excelsis!

2

  Vrede bij mensen op aarde

  Waar Hij al mee begonnen is.

  Vrede bij kleinen en groten.

  Gloria in excelsis.

  Licht van de zon in de opgang

  verdrijft de grote duisternis.

  Vrede bij mensen op aarde.

  Gloria in excelsis!

---

*36

#2

1

  Wat al eeuwen is verteld,

  waarvan wij ook dromen,

  wat door velen is voorspeld,

  gaat dat nog eens komen?

  Wanneer eindigt toch de nacht,

  komt de tijd door ons verwacht,

  breekt het licht zich baan,

  vangt de vrede aan?

  God, wanneer, ja wanneer

  gaan de tijden keren

  en zult U regeren?

2

  Wanneer komt de dood niet meer

  telkens tussenbeide,

  liggen leeuw en bokje neer

  aan elkanders zijde,

  spelen kindren met een slang,

  is geen mens en dier meer bang,

  wordt het leven waar

  voor en met elkaar?

  God, wanneer, ja wanneer

  gaan de tijden keren

  en zult U regeren?

---

*37

#1

1

  Heer, ontferm U, smeken wij,

  over heel Uw aarde.

  Keer de dood en maak ons vrij,

  schep een ploeg van zwaarden.

  Dan komt vrede in het zicht,

  wordt Uw schepping opgericht!

  Daarom zingen wij - dwars door

  tranen - blij van uw trouw,

  ja, Uw trouw en uw eer en glorie.

  Eens komt uw victorie!

---

*38

#5

1

  (s)

  Om uw wereld, mensen, dieren,

  heel uw schepping, alle nood,

  om het lijden en de dood roepen wij:

  Kyrieleison!

2

  (v)

  Om de barst door heel het leven,

  om de pijn in ieders hart,

  om de zorg die ons verwart:

  Laat uw hart voor allen open staan!

3

  (a)

  Om de honger in de wereld,

  om de dood in ons bestaan,

  kloppen wij steeds bij U aan:

  Heer ontferm U, Heer ontferm U.

4

  (m)

  Om de tranen, om de wonden,

  om de pijn en het verdriet,

  om het leed dat niemand ziet

  roepen wij: Kyrieleison!

5

  (a)

  Om de kleinen en de groten,

  elk die hier op aarde leeft,

  maar geen echte vrede heeft:

  Heer ontferm U over allen.

---

*39

#4

1

  (a)

  Eer aan God de Vader,

  Heer van alle tijden.

  Eer aan de Schepper van hemel,

  zee en aard.

  Uw naam moet geprezen,

  U wilt steeds bevrijden.

  Daarom bent U ons loflied

  altijd waard.

2

  (v)

  Eer aan God almachtig,

  boven elk verheven:

  U alleen schept leven,

  en licht na elke nacht.

  Groter dan wij mensen,

  groter dan ons leven,

  sterker dan dood:

  De liefde is uw kracht.

3

  (m)

  Liefde kwam op aarde,

  Uw naam moet geprezen!

  In Hem stond te lezen

  hoe groot uw liefde is!

  Mens onder de mensen,

  Lam van God onschuldig,

  draagt onze schuld

  omdat Hij Jezus is.

4

  (v)

  Jezus, onze broeder,

  laat Uw Geest ons leiden

  (m)

  en de wereld wijden

  tot ruimte voor uw feest.

  (a)

  Eer aan God de Vader,

  eer aan Jezus Christus,

  eer aan de Geest,

  nu en in eeuwigheid!

---

*40

#4

1

  (s)

  Vervul ons verlangen

  naar vrede op aarde,

  zend ons uw Adem

  en wil ons bewaren.

2

  (v)

  Vervul ons verlangen

  Uw mensen te worden,

  roep ons bij name,

  verzoen onze zonden.

3

  (m)

  Vervul ons verlangen

  naar liefde en leven,

  bekeer onze harten

  om haat te vergeven.

4

  (a)

  Vervul ons verlangen

  naar vriendschap en vrijheid:

  De oorlog ten einde,

  verdwenen de broodnijd.

---

*41

#3

1

  (s)

  Eer aan God de Vader,

  eer aan Jezus onze Heer,

  eer aan de Geest.

2

  (v)

  Eer aan God de Vader,

  eer aan Jezus onze Heer,

  eer aan de Geest.

3

  (m)

  Eer aan God de Vader,

  eer aan Jezus onze Heer,

  eer aan de Geest.

---

*42

#3

1

  Lieve Here Jezus, laat ons leven

  in de holte van uw hand,

  door Uw vrede als een muur omgeven,

  als een vaderhand.

2

  Zie wij leven tussen hoop en vrezen,

  angst en twijfel is ons deel,

  en het kwaad van rondom opgerezen

  staat ons naar de keel.

3

  Laat ons, trouwe Heiland,

  niet vertrouwen op de menselijke macht,

  laat ons uw vertrouwend licht

  aanschouwen in de diepste nacht.

---

*43

#1

1

  Ere zij god in de hoge,

  en vrede op aarde,

  in mensen een welbehagen.

---

*44

#3

1

  (s)

  Wij horen van onrecht,

  maar wij blijven leven

  en zoals wij leven,

  gaat het zeker niet slecht.

  Een ander kent onrecht

  en kan nauw'lijks leven,

  zoals die moet leven,

  is het leven enkel slecht.

  (a) refrein (2 maal)

  Kyrie, kyrie eleison,

  Heer, onze God, ontferm U toch!

2

  (v)

  Wij horen van honger,

  maar wij blijven leven,

  en zoals wij leven,

  gaat het zeker niet slecht.

  Een ander kent honger

  en kan nauw'lijks leven,

  zoals die moet leven,

  is het leven enkel slecht.

  (a) refrein (2 maal)

  Kyrie, kyrie eleison,

  Heer, onze God, ontferm U toch!

3

  (m)

  Wij horen van oorlog,

  maar wij blijven leven

  en zoals wij leven,

  gaat het zeker niet slecht.

  Een ander kent oorlog

  en kan nauw'lijks leven,

  zoals die moet leven,

  is het leven enkel slecht.

  (a) refrein (2 maal)

  Kyrie, kyrie eleison,

  Heer, onze God, ontferm U toch!

---

*45

#3

1

  Ere zij God in de hoge,

  waar niemand een ander trapt,

  waar mensen liefde geven.

  Ere zij God op de aarde.

  (v) Halleluja, (m) halleluja,

  halleluja, halleluja.

2

  Ere zij God in de hoge,

  waar niemand een ader slaat,

  waar mensen vrede zoeken.

  Ere zij God op de aarde.

  Halleluja, halleluja.

3

  Ere zij God in de hoge,

  waar niemand zichzelf vergeet,

  waar mensen brood verdelen.

  Ere zij God op de aarde.

  Halleluja, halleluja.

---

*46

#1

1

  I Kyrieeleison, kyrieeleison.

  II Kyrieeleison, kyrieeleison.

  III Kyrieeleison, kyrieeleison.

---

*47

#1

1

  I Gloria, gloria,

  II in excelsis Deo

  III Gloria, gloria,

  halleluja, halleluja!

---

*48

#3

1

  (v)

  Uit onze duisternis

  roepen wij kyrie

2

  (m)

  Uit onze duisternis

  roepen wij kyrie

3

  (a)

  Uit onze duisternis

  roepen wij kyrie

---

*49

#1

1

  I Ere zij aan God onze Vader,

  II Ere zij aan Jezus zijn Zoon

  III Ere zij de Heilige Geest.

  IV Nu en voor immer. Amen!

---

*50

#10

1

  (s)

  Laat ons bidden uit gemis

  tot de God die liefde is

  en Hem om ontferming smeken,

  want het lijden is zo groot

  en Hem vragen recht te spreken,

  want de wereld is in nood.

2

  (v)

  Laat ons bidden voor het kind

  dat zijn leven pas begint;

  voor de kindren alle landen

  van wie God de namen weet,

  dat hun toekomst niet zal stranden

  op de klip die oorlog heet.

3

  (m)

  Voor de zieke man of vrouw

  die verlangt naar onze trouw;

  voor wie eenzaam is gebleven

  of zie eenzaam is gemaakt,

  dat zij met de kus des vredes

  heden worden aangeraakt.

4

  (s)

  Voor de mensen die in nood

  zoeken naar de goede dood,

  die door iedereen verlaten,

  heel alleen met hun verdriet,

  niet meer hopen, niet meer praten,

  Heer, vergeet ook dezen niet.

5

  (v)

  Voor wie doodsangst overmant,

  dat zij vallen in uw hand.

  Laat een engel hen geleiden

  uit het duister naar het licht;

  toon hen als voorgoed

  bevrijden uw genadig aangezicht.

6

  (m)

  Voor de zwakken die ontdaan

  macht'loos door de wereld gaan;

  voor de doven en de blinden,

  voor de mensen zonder stem,

  dat zij eigen wegen vinden

  naar het nieuw Jeruzalem.

7

  (s)

  Voor wie angstig en beducht

  voor zijn leven is gevlucht,

  en een vreemdeling moet wezen,

  tegen haat en nijd bestand,

  dat het heimwee zal genezen

  naar zijn lief geboorteland.

8

  (v)

  Voor al wie geworpen is

  diep in de gevangenis,

  dat hun naam niet wordt vergeten,

  als voor ons de zon opgaat.

  Geef de wereld een geweten,

  en verlos ons van het kwaad.

9

  (m)

  Voor het volk dat wordt gekweld

  door de nacht van bruut geweld,

  dat met al de droefenissen

  van het heilloos onrecht leeft

  en in plaats van brood en vissen

  tranen tot zijn spijze heeft.

10

  (a)

  Here, sluit Uw ogen niet

  voor dit kleine mensenlied.

  Gij kent al die duizendtallen

  die het zingen wordt belet.

  Heer, erbarm U over allen.

  Heer, verhoor ons smeekgebed.

---

*51

#1

1

  I De lof en de heerlijkheid

  en de wijsheid en de dank

  II en de eer en de macht

  en de sterkte zij onze God,

  III tot in alle eeuwigheden.

  Amen.

---

*52

#10

1

  (s)

  Om de mensen, om hun leven,

  (a) refrein

  Wees aanwezig, Heer ontferm U Heer.

2

  (s)

  Om hun leven, hun zoeken, hun vinden,

  (a) refrein

  Wees aanwezig, Heer ontferm U Heer.

3

  (s)

  Om hun vinden, om hun falen

  (a) refrein

  Wees aanwezig, Heer ontferm U Heer.

4

  (s)

  Om hun falen, hun vallen, hun opstaan,

  (a) refrein

  Wees aanwezig, Heer ontferm U Heer.

5

  (s)

  Om de mensen, hun kinderen, hun

  toekomst,

  (a) refrein

  Wees aanwezig, Heer ontferm U Heer.

6

  (s)

  Om hun toekomst, hun rust en hun onrust,

  (a) refrein

  Wees aanwezig, Heer ontferm U Heer.

7

  (s)

  Om hun onrust, hun eeuwig verlangen,

  (a) refrein

  Wees aanwezig, heer ontferm U Heer.

8

  (s)

  Om hun verlangen, hun hartstocht,

  hun jeugd,

  (a) refrein

  Wees aanwezig, Heer ontferm U Heer.

9

  (s)

  Om hun jeugd hun sterkte,

  hun zwakte,

  (a) refrein

  Wees aanwezig, Heer ontferm U Heer.

10

  (s)

  Om hun namen, hun leven, en sterven.

  (a) refrein

  Wees aanwezig, Heer ontferm U Heer.

11

  (s)

  Om Uw Zoon, de eerste, de laatste.

  (a) refrein

  Wees aanwezig, Heer ontferm U Heer.

---

*53

#3

1

  Zingt van de Vader die in den beginne

  de mensen schiep, de dieren en de dingen,

  hemel en aarde, wilt zijn naam bezingen:

  Houdt Hem in ere!

2

  Zingt van de Zoon, licht voor onze ogen,

  bron van geluk voor wie Hem wil geloven,

  luistert naar Hem, het woord van alzo hoge:

  Houdt Hem in ere!

3

  Zingt van de Geest, adem van het leven,

  duurzame kracht die mensen wordt gegeven,

  waar wij ook gaan, wij hebben niets te vrezen:

  Houdt Hem in ere!

---

*54

#4

1

  (s)

  Waarom leven wij met woest geweld,

  trouwe bomen liggen neergeveld,

  hoge bergen zuchten,

  trotse tijgers vluchten,

  diepe zeeen sidderen ontsteld.

2

  (v)

  Waarom doen wij onze God verdriet,

  vissen stikken, vogels zingen niet,

  al het lieve leven,

  waar is het gebleven,

  heel de aarde is bedreigd gebied.

3

  (s)

  Heeft God tevergeefs op ons gebouwd,

  Hij heeft ons zijn schepping toevertrouwd

  om haar te behouden,

  heil voor haar te zoeken,

  wie zet zich nog in voor haar behoud?

4

  (a)

  Nog legt God zijn schepping voor ons neer,

  alles stelt Hij onder ons beheer,

  bloemen, planten, dieren, beken en rivieren.

  Heer, ontferm U, nu en telkens weer!

---

*55

#3

1

  (s)

  Leve de aarde, de aarde mag er zijn,

  leve de aarde zij is Gods kroondomein.

  Leve de bomen, de bomen van de Heer,

  leve de bomen, God schiep ze tot

  zijn eer.

2

  (v)

  Leve de dieren, de dieren zijn in tel,

  leve de dieren, God is hun metgezel.

  Leve de mensen, de mensen die God riep,

  leve de mensen, de Heer heeft hen

  zo lief.

3

  (a)

  Leve de schepper, de schepper van wat

  leeft

  Leve de schepper, Hem looft wat adem

  heeft.

---

*56

#4

1

  (s)

  Wij deden niet wat goed was,

  Heer, vergeef ons telkens weer.

  Als U ons niet vergeven zult,

  dan leven wij met onze schuld:

  Dat is geen leven, Heer,

  dat is geen leven, Heer.

2

  (m)

  Vergeef ons nu en help ons Heer,

  vergeven telkens weer.

  Want als U ons vergeven zult,

  wie staat bij ons dan in de schuld?

  Er is toch maar een Heer?

  er is toch maar een Heer!

3

  (v)

  Vergeef uw wereld alles, Heer.

  Breng in haar lot een keer.

  Ontferm U over iedereen,

  ontferm U Heer, vergeet niet een.

  U bent toch onze Heer?

  U bent toch onze Heer!

4

  (a)

  Wij zingen van uw gloria,

  want U zegt telkens ja:

  Ja tegen ieder mensenkind,

  omdat Uw liefde steeds weer wint.

  Uw naam zij gloria!

  Uw naam zij gloria!

---

*57

#3

1

  (v)

  Wanneer zal komen waarvan wij dromen,

  vrede en geluk voor iedereen?

  Zingen en spelen, feestelijk leven,

  al wat adem heeft weer verzoend bijeen.

2

  (m)

  Oorlog en honger, ziekte en kommer,

  is er dan geen God die ons bevrijdt?

  Overal tranen, zuchten en klagen,

  heel de schepping roept om gerechtigheid.

3

  (a)

  Wat ons ook teistert, wat ons verbijstert,

  deze wereld is niet uitzichtloos.

  We blijven hopen, alles bloeit open,

  God is trouw, Hij doet wat hij heeft belooft.

---

*58

#1

1

  I We blijven in het licht geloven,

  II zingen psalmen, schreeuwen psalmen,

  III fluiten psalmen in het donker.

---

*59

#1

1

  Uw naam bevuild, uw koninkrijk

  weersproken,

  uw wil gevloekt, uw vaderschap

  verloochend

  wij zijn niet waard uw kinderen te

  heten,

  Hoogmoedig leven wij ons eigen leven.

  O God breng ons weer thuis,

  spreek ons in liefde uit,

  wij smeken om genade,

  help ons uw beeld te zijn,

  leer ons gerechtigheid ,

  betoon U onze Vader.

---

*60

#3

1

  (m)

  Wie van ons doet de ander recht,

  is er een die de waarheid zegt,

  wij spreken kwaad, wij spreken kwaad,

  wij zwijgen dood,

  welk woord verdient er nog geloof?

2

  (v)

  Mensen verstommen voor elkaar,

  maken de goede trouw niet waar,

  woorden zijn leeg en harteloos,

  stenen geeft men elkaar voor

  brood.

3

  (a)

  O God, uw Woord is metterdaad,

  Gij spreekt ons vrij van alle kwaad,

  uw Zoon staat voor uw waarheid in,

  het Woord dat vlees geworden is.

---

*61

#3

1

  (v)

  God vol vergeven, wees ons genadig:

  Zie hoe wij leven ver van uw licht.

  God vol meedogen, zie hoe wij dwalen

  houd onze ogen op U gericht.

2

  (m)

  Wij zijn vergeten op wie wij lijken,

  naar wie wij heten sinds onze doop.

  Wij zijn verloren wat zij bezaten

  sinds wij herboren leefden van hoop.

3

  (a)

  U, onze morgen, houd U niet langer

  voor ons verborgen: keer bij ons weer.

  Wees in ons midden met uw genade,

  leer ons weer bidden tot U als Heer.

---

*62

#6

1

  (m)

  Onder de gesloten hemel

  van een zwijgend lots bestel

  leven mensen kort en fel,

  in het wervlend aards gewemel

  naamloos - en dit lijkt de hel.

2

  (m)

  En zij vragen naar een teken

  dat hun leven leven is

  en zij sterven van gemis;

  als met handen die ontbreken

  schrijven zij geschiedenis.

3

  (a)

  God, hoe hebt Gij U verborgen!

  Waarom in dit hol heelal

  zwijgt Gij, zwijgt Gij overal?

  Zie, de mensen met hun zorgen

  zoeken troost in loos geschal.

4

  (v)

  Spreken toch! Hoor de ingebeelde

  woordenkramers, wichelaars,

  alwie werven met iets waars,

  zie toch, Heer, hoe zij in weelde

  leven, want uw woord is schaars!

5

  (v)

  Zegt men: 't Lot staat in de sterren,

  waarheid staat daar niet geboekt.

  Ach, versta eer Gij vervloekt,

  dat een mens, houdt Gij U verre,

  leven bij de doden zoekt!

6

  (a)

  Hoor, Heer, uw gemeente bidden

  voor wij haast in roes en waan,

  in zinloosheid ondergaan.

  Wel uw zegsman in ons midden!

  Of is Hij al opgestaan?

---

*63

#1

1

  (s) Heer, ontferm U over ons

  (a) Heer, ontferm U over ons

  (s) Christus ontferm U over ons

  (a) Christus ontferm U over ons

  (s) Heer, ontferm U over ons

  (a) Heer, ontferm U over ons

  Heer, ontferm U, Heer ontferm U,

  Heer, ontferm U.

---

*64

#1

1

  A

  Kyrie, kyrie, kyrie eleison.

  B

  Kyrie, kyrie, kyrie eleison.

---

*65

#1

1

  Christus, geef ons uw vrede.

  (herhalen zo vaak men wil.)

---

*66

#1

1

  Schenk uw wereld vrede, Here God.

  (herhalen zo vaak men wil.)

---

*67

#3

1

  Tussen schaduw, tussen licht,

  is een woord verborgen,

  toekomst dromen zijn in zicht,

  ergens wacht een morgen.

  Rakelings is God nabij

  als een schaduw aan je zij

  en je mag geloven

  tranen zullen drogen.

2

  Samen horen, samen doen,

  de sjalom uitdragen,

  zoeken naar een goed fatsoen

  hier in onze dagen.

  Door het brood en door de wijn

  weet je dat je er mag zijn,

  nauw met God verboden

  in dit zichtbaar wonder.

3

  Wolken dragen dromen aan,

  dromen vol verlangen,

  dat het donker weg zal gaan

  ons niet houdt gevangen.

  Kyrie eleison, God ontferm U,

  keer U om, laat uw vrede komen

  altijd bij ons wonen.

---

*68

#5

1

  (s)

  Ik zoek een land waar vrede is,

  waar haat en nijd verdwenen is

  en waar de mensen hand in hand

  tesamen leven in dat land.

2

  (v)

  ik zoek een stad waar vrede is,

  waar eenzaamheid te dragen is

  en waar de mensen zorgen dat

  er niemand dood loopt in die stad.

3

  (s)

  Ik zie een huis waar vrede is,

  waar liefde ons tot woning is

  en waar de mensen last en kruis

  tesamen dragen in dat huis.

4

  (m)

  Ik zoek een mens die vrede is

  die ons een weg tot leven is

  en die de mensen op doet staan,

  de handen aan de ploeg laat slaan.

5

  (a)

  Ik zoek een land dat niet bestaat,

  een droom die haast verloren gaat:

  Een stad, een huis (een luchtkasteel?),

  o, God, vraag ik misschien te veel?

---

*69

#5

1

  (m)

  Hoelang zal het duren,

  dat macht en geweld,

  het recht van de sterkste

  alleen nog maar telt?

  De morgen telt oorlog,

  de avond brengt pijn:

  de hel moet beslist

  hier op aarde zijn.

2

  (v)

  Hoelang zal het duren

  dat mensen in nood

  vergetelheid hebben

  als dagelijks brood?

  De morgen meldt oorlog,

  de avond brengt pijn:

  Hoe kan er nog hoop

  in de mensen zijn?

3

  (m)

  Hoelang zal het duren

  dat ieder goed woord

  verkeerd wordt begrepen,

  niet eens wordt aanhoord?

  De morgen brengt oorlog,

  de avond brengt pijn:

  zou vrede alleen maar

  een droombeeld zijn?

4

  (v)

  Moet het zolang duren,

  tot goedheid het wint

  van moordende wapens

  en vrede begint,

  tot honger verandert

  in welvaart alom

  en haat gaat verdwijnen

  als sneeuw voor de zon?

5

  (a)

  Moet het zolang duren,

  zijn wij dan te groot

  ons schuldig te weten

  aan oorlog en dood?

  Hoe zou het toch worden

  als wij, in Gods naam,

  onszelf gaan vergeten,

  elkaar weer verstaan?

---

*70

#4

1

  (a)

  Heer, leer ons zien, want soms lijkt dit bestaan,

  zinloos en vaag, in nevels op te gaan,

  voelen wij ons verloren en alleen,

  dwalen wij zomaar rond en nergens heen.

2

  (v)

  Heer, leer ons zien, de zin en het verband:

  U ons begin, en U ons vaderland.

  Wees weer de God die ons heeft uitgedacht,

  wees weer de vader, die ons thuis verwacht.

3

  (m)

  Heer, onze God, U maakt ons duister licht;

  in onze mist schept U een vergezicht,

  ieder van ons, hoe nietig hij ook is,

  heeft in de samenhang betekenis.

4

  (a)

  U bent de kracht, die ons tot leven riep,

  U bent de hoop van allen die U schiep.

  U bent de band die heel de mensheid bindt.

  U het geluk dat zij tenslotte vindt.

---

*71

#4

1

  Ik heb je bij je naam geroepen,

  je bent van mij, heeft God gezegd.

  Ik wil voor jou als Vader zorgen.

  Ik heb mijn hand op jou gelegd.

2

  Ik wil jou zaligmaker wezen,

  heeft Jezus bij je doop beloofd;

  de Heilge Geest ook aan je geven,

  die zorgt dat je mijn woord gelooft.

3

  Ik wil je van de zonde wassen,

  van al het kwaad dat je steeds doet,

  je leven helemaal vernieuwen,

  zodat je mijn geboden doet.

4

  In alles wil Ik je steeds leiden,

  opdat je met mijn Geest vervuld

  leert tegen alle zonden te strijden

  en je mij altijd volgen zult.

---

*72

#4

1

  Geboren ben je om te leven:

  een ander zien en God soms even,

  geboren voor het licht.

2

  Een mens ben jij om lief te hebben,

  een heel lief kind om lief te hebben:

  Een mens met een gezicht.

3

  ( bij het doopvont )

  God spreekt je aan, je mag gaan heten

  naar Hem, dat moet je nooit vergeten:

  Jij krijgt een nieuwe naam.

4

  ( als de doopkaars aangestoken wordt )

  Je bent gedoopt om echt te leven,

  het licht van God weer door te geven:

  Jij mag je weg nu gaan!

---

*73

#3

1

  Waterdruppels op je hoofd,

  zijn zo weer weg.

  Maar wat God jou nu belooft,

  blijft altijd echt.

2

  Ook al ben je nog heel klein,

  jij hoort erbij.

  God wil ook jouw Vader zijn,

  net als van mij.

3

  ( na de doop )

  Waterdruppels op je hoofd

  zijn zo weer weg.

  Maar wat God jou heeft beloofd,

  blijft altijd echt.

---

*74

#3

1

  Jij kindje, schrik maar niet,

  pijn doet het water niet,

  het water is een helder bad,

  jij wordt een hele lieve schat,

  jij hoort er nu echt bij,

  dit water maakt jou blij.

2

  Jij kindje let maar op,

  jij hebt een goede God.

  Hij draagt jou in zijn arme mee,

  zo golft het water van de zee,

  jij hoort er nu echt bij,

  dit water maakt jou blij.

3

  Jij kindje wees niet bang,

  God helpt jou levenslang,

  Hij noemt jou met een lieve naam,

  ... en jij ... mag met ons verder gaan

  jij hoort er nu echt bij,

  dit water maakt jou blij.

---

*75

#2

1

  Je naam staat geschreven in Gods hand.

2

  Je naam staat geschreven in Gods hand.

---

*76

#4

1

  (a)

  Mensenkind, waar kom jij vandaan

  amper geboren, nog geen naam,

  totdat twee mensen,

  een man en een vrouw, zeggen:

  wat houden wij veel van jou;

  n.n. is je naam.

2

  (v)

  Mensenkind, kijk de mensen nou

  zij willen niet meer zonder jou,

  worden je vrienden, en geven een hand,

  nemen je mee naar het mensenland.

3

  (m)

  Mensenkind, jij bent niet alleen,

  ook al moet jij door water heen

  wij gaan met jou en we gaan tegelijk,

  totdat wij zijn in het koninkrijk:

  n.n. is je naam.

4

  (a)

  Iedereen is zo'n mensenkind

  vragend totdat hij wordt bemind,

  gaande en staande in weer en wind

  totdat een ander het antwoord vindt:

  Menslief is je naam.

  (n.n. hier wordt de naam van het

  kind gezongen.)

----

*77

#4

1

  Jij hebt een naam, jij hebt een naam,

  daar kom je zelf in voor,

  een naam die met jou mee zal gaan

  je hele leven door.

2

  Jij hebt een naam waarin je woont,

  waarin je veilig bent,

  een naam die heel jouw leven kroont

  op jou is afgestemd.

3

  Jij bent een naam voor iedereen

  die dicht bij jou wilt staan,

  en samen ben je niet alleen

  zo kun je verder gaan.

4

  Jij hebt een naam met een verhaal

  dat uitgeschreven wordt

  al gaandeweg in mensentaal

  dicht bij de naam van God.

---

*78

#5

1

  (a)

  Water, water van de doop,

  taal en teken van de hoop:

  zie wij komen bij u staan,

  wijs ons Gods beloften aan.

2

  (v)

  Water, water van de vloed

  die de ark wel dragen moet,

  hoog staat daar de regenboog:

  God maakt hij de aarde droog!

3

  (a)

  Water, water van de Nijl,

  draagt het scheepje van het heil

  biezen maandje in het riet

  God vergeet de zijnen niet!

4

  (v)

  Water, water der Jordaan,

  alle schuld is weggegaan,

  onze zonden draagt de Heer,

  zie: De duif daalt op Hem neer!

5

  (a)

  Water, water van de doop,

  uit uw bron ontspringt de hoop:

  God bevrijdt en Hij geneest

  lof zij Vader, Zoon en Geest!

---

*79

#4

1

  (a)

  Verbonden met vader en moeder,

  natuurlijk het meest met die twee,

  maar ook met de andere mensen vier

  jij hier dit feest met ons mee.

  refrein

  Je hebt al een naam,

  maar je krijgt er een bij op dit feest

  want jij wordt gedoopt in

  de naam van de Vader, de Zoon

  en de Heilige Geest.

2

  (v)

  Je bent al een tijdje bij de mensen,

  je naam is bij ons al vertrouwd

  en dus is het tijd om te vieren,

  dat God die je kent van je houdt.

  (a) refrein

  Je hebt al een naam,

  maar je krijgt er een bij op dit feest

  want jij wordt gedoopt in

  de naam van de Vader, de Zoon

  en de heilige Geest.

3

  (a)

  Je bent een begrip aan het worden;

  steeds meer mensen noemen je naam;

  ook God begint jouw naam te roepen

  en dus zijn wij hier nu tesaam.

  (a) refrein

  Je hebt al een naam,

  maar je krijgt er een bij op dit feest

  want jij wordt gedoopt in

  de naan van de Vader, de Zoon

  en de Heilige Geest.

4

  (a)

  Nu mag je gaan leven met mensen

  verbonden in liefde en trouw

  omdat zij vandaag bij dit dopen

  Gods Naam legden naast die van jou.

  (a) refrein

  Je hebt al een naam,

  maar je krijgt er een bij op dit feest

  want jij wordt gedoopt in

  de naam van de Vader, de Zoon

  en de Heilige Geest.

---

*80

#4

1

  Kind, wij dragen je op handen

  naar het water van de bron.

  Want jouw leven mag niet stranden,

  niet vergaan in het waarom.

  refrein

  Door het water vroeg of later

  kom je dicht bij het geheim.

  In de hoge hemel staat er

  dat je kind van 't licht mag zijn.

2

  Als jouw naam wordt uitgesproken

  over duister water heen,

  is jouw eenzaamheid doorbroken,

  ben je hier niet meer alleen.

  refrein

  Door het water vroeg of later

  kom je dicht bij het geheim.

  In de hoge hemel staat er

  dat je kind van 't licht mag zijn.

3

  Water, water laat het stromen,

  teken en herinnering,

  van een eeuwig heimwee dromen,

  van een altijd nieuw begin.

  refrein

  Door het water vroeg of later

  kom je dicht bij het geheim.

  in de hoge hemel staat er

  dat je kind van 't licht mag zijn.

4

  Opgenomen en verbonden met de Naam

  die vrede is,

  gaat jouw leven niet ten onder

  en het wordt niet uitgewist.

  refrein

  Door het water vroeg of later

  kom je dicht bij het geheim.

  In de hoge hemel staat er

  dat je kind van 't licht mag zijn.

---

*81

#4

1

  (a)

  Laat nu de jongste binnen komen,

  met handen graaiend naar het licht,

  met grote ogen vol van dromen,

  een nieuw en toch bekend gezicht.

2

  (v)

  Het moet van God de Geest nog krijgen

  om mens voor mens te kunnen zijn,

  om van de waarheid niet te zwijgen,

  om wars te zijn van schone schijn.

3

  (m)

  Wij dopen nu uit zorg voor later,

  alleen om wille van de hoop,

  dat God hem (haar) uit het diepste water

  zal roepen tot vernieuwd geloof.

4

  (a)

  En wij hier worden aangesproken,

  als kring van vriendschap om hem (haar) heen,

  dat wij in nieuw geloof ontstoken

  hem (haar) niet doen gaan zijn (haar) weg alleen.

---

*82

#4

1

  Voor mensen kunnen spreken

  heb Ik hen al gehoord,

  voor zij mijn hulp inroepen

  geef Ik hun al mijn woord.

2

  Voor zij geboren worden

  heb Ik hen al gewild,

  voor zij het licht aanschouwen

  noem Ik hen al mijn kind.

3

  Voor zij in zonde vallen

  heb ik hun hart doorgrond,

  voor zij ten dode vallen

  geef ik hun vaste grond.

4

  Voor mensen kunnen spreken

  weerklinkt mijn woord

  voor trouw om voor altijd

  te weten wie hen in leven houdt.

---

*83

#3

1

  (v)

  Nog maar nauwlijks uitgeslapen,

  nog niet aan bestaan gewend,

  werd je zichtbaar, zie: Je bent

  naar Gods eigen beeld geschapen.

2

  (m)

  Kwetsbaar aan het licht gekomen

  deel je tastbaar ons bestaan,

  onze liefde. Wij verstaan

  in ons hart je diepste dromen.

3

  (a)

  Onze harten kloppen samen

  leven uit geloof, uit hoop,

  in het teken van de doop,

  teken der gemeenschap. Amen.

---

*84

#3

1

  (Als de doopkaars wordt aangestoken.)

  Licht van de Heer wil zich verspreiden.

  op alle plaatsen, alle tijden:

  God is licht.

2

  (Als de doopkaars is aangestoken.)

  Wij mogen ook een lichtje wezen,

  aan ons mag ieder af gaan lezen:

  God is licht.

3

  Doopkaars, jij bent daarvan het teken:

  God wil in ons het duister breken.

  Het wordt licht.

---

*85

#3

1

  Jezus zegt, dat Hij hier van ons verwacht,

  dat wij zijn als kaarsjes,

  brandend in de nacht.

  En Hij wenst, dat ieder tot zijn ere schijn,

  jij in jouw klein hoekje en ik in 't mijn!

2

  Jezus zegt, dat Hij ieders kaarsje ziet,

  of het herder licht geeft,

  of ook bijna niet.

  Hij ziet uit de hemel of wij lichtjes zijn,

  jij in jouw klein hoekje en ik in 't mijn!

3

  Jezus zegt ons ook, dat 't zo donker is,

  overal op aarde

  zonde en droefenis.

  Laat ons dan in 't duister heldre lichtjes zijn,

  jij in jouw klein hoekje en ik in 't mijn!

---

*86

#3

1

  Mijn lieve kleine kindje,

  vandaag zijn wij zo blij.

  Je kunt het niet begrijpen,

  maar toch hoor jij er bij!

2

  Je bent gedoopt met water

  en daarom is het feest!

  Wij hopen dat je later

  gedoopt wordt met Gods Geest.

3

  Dat je de weg zult wandlen,

  die Jezus zelf ons wees:

  In liefde voor de ander

  en vrij van alle vrees.

---

*87

#1

1

  Geef alle ruimte aan het goede leven

  I Geef alle ruimte aan het goede leven.

  II Wie niet meer hoopt

  III sterft voor zijn tijd.

---

*88

#1

1

  Van God is de aarde en al wat zij draagt,

  de wereld en wie haar bewonen.

---

*89

#1

1

  't Grootste gebod door God ons gegeven is:

  altijd houden van elkaar.

  De tien geboden om naar te leven,

  probeer dat maar.

---

*90

#10

1

  (a)

  Tien woorden, tien woorden

  die wij van Mozes hoorden,

  betekenen nu nog altijd:

  't Is Jahweh die bevrijdt!

2

  (v)

  De mens die wil leven

  hoeft niet van angst te beven

  voor elke god van hout of steen:

  Jahweh bevrijdt alleen!

3

  (m)

  Zijn naam mag je weten,

  maar laat ons niet vergeten:

  voor wie alleen die Naam maar hoort,

  is het gewoon een woord.

4

  (a)

  Een dag is gegeven

  om vrij te leren leven.

  Zes dagen werk? 't Is mooi geweest!

  Op sabbath is het feest!

5

  (v)

  Al vroeg zul je leren

  om ouderen te eren,

  te luisteren naar goede raad

  die waarschuwt voor het kwaad.

6

  (m)

  Het is je verboden

  een medemens te doden.

  Want zelf sterf je voordat je 't weet,

  als jij dat woord vergeet.

7

  (a)

  Wat trouw is moet blijken.

  Niet naar een ander kijken.

  Wie zich niet houden kan bij een

  blijft dikwijls zelf alleen ...

8

  (v)

  Wij zullen niet stelen,

  maar liever samen delen.

  Er is genoeg voor iedereen.

  't Is niet voor ons alleen!

9

  (m)

  Wie kwaad wil vertellen,

  aan die is te voorspellen:

  als het niet waar is wat hij zegt,

  komt hij voor het gerecht.

10

  (a)

  Als iemand een huis bouwt,

  of met een lieve vrouw trouwt;

  wees niet jaloers op wat je ziet.

  't bespaart je veel verdriet.

---

*91

#10

1

  (a)

  Wij kiezen voor de vrijheid

  die God ons heeft beloofd:

  Hij heeft de boze goden

  van al hun macht beroofd.

2

  (m)

  Weg met de stomme beelden,

  die maken God te klein:

  Hij zal ons zelf vertellen

  wie Hij voor ons wil zijn.

3

  (v)

  En Hij heeft ook gegeven

  dat je Hem noemen mag:

  Maak jezelf dan niet groter

  met Gods naam als je vlag.

4

  (m)

  En neem voluit de vrijheid,

  een dag van feestelijkheid,

  om opgewekt te vieren

  dat God ons heeft bevrijd.

5

  (v)

  Hoor ook naar de verhalen

  van wie zijn voorgegaan:

  Want God, de God van gisteren

  is met ons doorgegaan.

6

  (m)

  Geef ruimte aan je naaste,

  geschapen naar Gods beeld:

  want alle mensen heeft Hij

  zijn leven meegedeeld.

7

  (v)

  Blijf met elkaar verbonden

  als mens, als man of vrouw:

  Zo is tot in de diepte

  ook God zijn liefde trouw.

8

  (m)

  Wil zo ruimhartig delen

  dat niemand stelen moet:

  God liet ons samen wonen

  in 't land van overvloed.

9

  (v)

  En breek niet met de woorden

  een anders leven stuk:

  want God sprak tot ons allen

  het woord van ons geluk.

10

  (a)

  Gun dan elkaar het goede,

  zo is het ons gegund:

  Je leven is pas leven

  als je ook vergeven kunt.

---

*92

#4

1

  Is wat je zegt wel echt?

  is wat je doet wel goed?

  laat wat je zegt en doet,

  echt zijn en goed!

2

  Hij die wel "ja Heer" zegt,

  maar daarna "nee Heer" doet,

  die handelt toch wel

  echt niet zo het moet.

3

  En hij die "nee Heer" zegt,

  maar daarna "ja Heer" doet,

  die handelt niet zo slecht,

  die doet wel goed.

4

  Maar hij die "ja Heer" zegt,

  en dan ook "ja Heer" doet,

  die spreekt en handelt goed,

  die is oprecht.

---

*93

#3

1

  Wees goed voor de dieren,

  ook zij willen hier

  hun leven graag leven

  met heel veel plezier.

2

  Wees goed voor de mensen,

  want ieder die hier

  een ander doet leven,

  doet God veel plezier.

3

  Want Hij wil dat ieder,

  de mens en het dier,

  hun leven hier leven

  met 't meeste plezier.

---

*94

#5

1

  (a)

  Handen heb je om te geven

  van je eigen overvloed,

  en een hart om te vergeven

  wat een ander jou misdoet.

  refrein

  Open uw oren om te horen

  open uw hart voor alleman.

2

  (v)

  Ogen heb je om te zoeken

  naar wat mensen nog ontbreekt

  en een hart om uit te zeggen

  wat een ander moed inspreekt.

  (m) refrein

  Open uw oren om te horen

  open uw hart voor alleman.

3

  (a)

  Schouders heb je om te dragen

  zorg en pijn van alleman

  en een hart om te aanvaarden

  wat een ander beter kan.

  refrein

  Open uw oren om te horen

  open uw hart voor alleman.

4

  (m)

  Voeten heb je om te lopen

  naar de mens die eenzaam is

  en een hart om waar te maken

  dat geen mens een eiland is.

  (v) refrein

  Open uw oren om te horen

  open uw hart voor alleman.

5

  (a)

  Oren heb je om te horen

  naar de mens die vrede is

  en een hart om te geloven

  in zijn God die liefde is.

  refrein

  Open uw oren om te horen

  open uw hart voor alleman.

---

*95

#3

1

  Dit is mijn hand en dit is mijn voet.

  'k Heb ze allebei nodig.

  Waar moet ik heen als een het niet doet?

  Niets is er overbodig.

  'k Heb mijn voeten nodig om te lopen.

  En mijn handen om mijn schoenen vast te knopen.

  Hand, voet knie, oog, oor, neus, keel.

  Alles is nodig, niets te veel.

  Alles is nodig, niets te veel.

2

  Mijn hand kan niet zeggen tegen mijn voet:

  Ik heb jou niet nodig.

  Stel je 's voor dan ging het niet goed.

  Niets is er overbodig.

  Want al kan ik met mijn handen ballen,

  zonder mijn voeten zou ik op mijn snufferd vallen.

  Hand, voet, knie, oog, oor, neus, haar,

  alles is nodig, voor elkaar.

  Alles is nodig, voor elkaar.

3

  Ik ben de hand en jij de voet.

  wij zijn allebei nodig.

  Wat ik niet kan, kan jij juist goed.

  Niemand is overbodig.

  Jij bent gemaakt om mee te spelen,

  te lachen en te huilen en alles mee te delen.

  Niemand is minder, niemand is meer,

  ieder is nodig, bij de Heer.

  Ieder is nodig, bij de Heer.

---

*96

#3

1

  Mensen wordt wakker voor dat het te laat is!

  Mensen vooruit, wrijf je ogen eens uit.

  Zoals het nu gaat zo kan het niet blijven,

  kom in beweging, neem nu een besluit.

  refrein

  Wil je niet opstaan,

  dan blijf je maar liggen,

  moet je maar weten wat er van komt.

2

  Zeg niet: Ach ja, het zijn donkere tijden.

  Zeg niet: Nu ja, 't is misschien wel God's wil.

  Zeg niet: Altijd was er onrecht en lijden.

  Nu zijn er andere tijden op til.

  refrein

  Wil je niet opstaan,

  dan blijf je maar liggen,

  moet je maar weten wat er van komt.

3

  Hij die er aan komt zal 't licht weer doen dagen.

  Kom overeind, want de nacht is voorbij.

  Weg nu met dat wat geen licht kan verdragen;

  Maak door de puinhoop een weg voor Hem vrij.

  refrein

  Wil je niet opstaan,

  dan blijf je maar liggen,

  moet je maar weten wat er van komt.

---

*97

#2

1

  Ze zullen altijd tegen je zeggen:

  "Voor wat hoort wat, want dat hoort".

  Ze zullen altijd uit willen leggen:

  Sta op je rechten, dan kom je nooit tekort.

  Doe daar niet aan mee, doe het andersom:

  geef de mensen meer dan ze durfden te verwachten.

  Dus in plaats van steeds op je strepen staan

  langer met ze meegaan dan zij wel wel van je dachten.

  We hebben mensen nodig met een nieuwe fantasie,

  mensen nodig met een nieuwe fantasie.

  We hebben mensen nodig met een nieuwe fantasie,

  mensen nodig met een nieuwe fantasie.

2

  Ze zullen altijd tegen je zeggen:

  "Oog om oog en tand om tand."

  Ze zullen altijd uit willen leggen:

  Sla van je af en gebruik toch je vertand.

  Doe daar niet aan mee, doe het andersom:

  Ga op mensen af die van jou af willen komen.

  Ook als ze je wegslaan, blijf in de buurt,

  want zij hebben nodig waar zij zelf niet toe komen.

  Ze hebben mensen nodig met een nieuwe fantasie,

  mensen nodig met een nieuwe fantasie.

  Ze hebben mensen nodig met een nieuwe fantasie,

  mensen nodig met een nieuwe fantasie.

---

*98

#5

1

  (s)

  De dag waarop ik werd geboren

  werd feest gevierd in ons gezin!

  Ik mocht er ook bij gaan behoren

  en nam mijn eigen plaatsje in.

2

  (v)

  Zo gaat het leven dan beginnen,

  vol dingen die je nog niet weet.

  waar mensen haten en beminnen,

  een leven, vol van lief en leed.

3

  (a)

  Elk op zijn beurt mag weer proberen

  te doen, wat ons is voorgedaan.

  Want Jezus wil ons leven leren,

  Hij wijst de goede weg ons aan.

4

  (m)

  Die weg gaat echt niet over rozen,

  wie Jezus volgt, ontmoet veel haat.

  toch weet je: Je hebt goed gekozen:

  Zijn liefde overwint het kwaad.

5

  (s)

  En als mijn beurt dan is gekomen

  om uit dit leven heen te gaan,

  dan zal de toekomst van mijn dromen

  in Jezus blijven voortbestaan.

---

*99

#4

1

  Wij leven hier ons leven

  steeds weer van dag tot dag.

  Meer is ons niet gegeven,

  dan leven bij de dag.

2

  De dagen maken samen

  de weken met elkaar;

  die weken samen maanden

  en maanden weer het jaar.

3

  Geef, Heer, dat ik mijn jaren

  altijd zo leven mag,

  dat anderen U ervaren

  in mij, van dag tot dag.

4

  Want dan worden de dagen

  voor iedereen een feest,

  omdat ze 't teken dragen

  van leven in Uw Geest.

---

*100

#6

1

  (a)

  De mensen om ons heen

  zijn ons door God gegeven

  om samen mee te leven,

  want niemand leeft alleen.

2

  (m)

  Maar hoe? Dat is de vraag

  die wij zo dikwijls stellen.

  Wie kan ons dat vertellen?

  Wat is Gods wil vandaag?

3

  (v)

  In 't kort is dit de wet:

  Heb God lief en je naaste.

  De eerste en de laatste

  zijn naast elkaar gezet.

4

  (a)

  Die naaste hoort erbij.

  Als God ons in dit leven

  de schulden wil vergeven,

  vergeven dan ook wij?

5

  (v)

  Het leed jou aangedaan:

  kun je dat niet vergeven?

  dan blijft, zo zul je weten

  ook jou schuld voortbestaan.

6

  (a)

  Vergeving die je vraagt

  eerst aan een ander geven.

  Dan zal ook God vergeven

  de schuld die jij nu draagt.

---

*101

#1

1

  Niemand leeft voor zichzelf

  niemand leeft voor zichzelf.

  Wij leven en sterven voor God onze Heer:

  Aan Hem behoren wij toe.

---

*102

#1

1

  I Blijf niet staren op wat vroeger was.

  II Sta niet stil in het verleden.

  III Ik, Zegt Hij, ga iets nieuws beginnen,

  IV Het is al begonnen, merk je het niet?

---

*103

#1

1

  I Het woord dat ik jou geef

  II is niet te zwaar is niet te hoog,

     jij kunt het volbrengen.

---

*104

#1

1

  Wie een leven lang in Hem gedoopt wil zijn,

  leeft zijn leven, kent zijn pijn.

  Wie een mens wil zijn van trouw en medeleven,

  zal al doende leren geven.

---

*105

#3

1

  Zoek eerst het koninkrijk van God

  en zijn gerechtigheid.

  En al het andere krijg je bovendien.

  Halleluja, halleluja.

  refrein

  Halleluja, halleluja, halleluja,

  halleluja.

2

  Jij zult niet leven van brood alleen,

  maar van ieder woord

  dat door de Heer gesproken wordt,

  halleluja, halleluja.

  refrein

  Halleluja, halleluja, halleluja,

  halleluja.

3

  Bid en jou zal gegeven zijn,

  zoek en jij zult het vinden.

  Klop en de deur zal voor je opengaan,

  halleluja, halleluja.

  refrein

  Halleluja, halleluja, halleluja

  halleluja.

---

*106

#3

1

  De mens leeft niet alleen op aarde,

  ook dieren zijn door God geschapen,

  de muis, de vis, de leeuw, het paard

  God schiep hen allen naar hun aard.

  De dieren hebben recht op leven,

  God heeft hen met zijn Geest gezegend,

  Hij houdt zijn oog op hen gericht,

  zij spelen voor zijn aangezicht.

2

  Wie zal hen liefdevol beschermen,

  zich aan hen geven als een herder,

  God gunt de mens de hoge eer

  om uit te blinken als hun heer.

  Hij zal het beeld zijn van zijn schepper

  wanneer hij hart voor hen zal hebben,

  de mens is Gods gelijkenis

  als hem Gods schepping heilig is.

3

  O God wees ons toch goedertieren,

  wij zijn geen herders voor de dieren,

  zij zuchten onder ons geweld,

  verslagen ruimen zij het veld.

  Heilloos verlopen onze wegen.

  de aarde wordt weer woest en ledig,

  ontferm U over alles wat leeft,

  herschep ons mensen naar uw beeld.

---

*107

#3

1

  Wees goed voor deze aarde,

  het dier, de boom, de plant,

  want alles heeft zijn waarde,

  is Schepping van Gods hand.

  Wees goed voor al het leven,

  het heeft een eigen recht.

  de Heer gaf het zijn zegen,

  Hij is er aangehecht.

2

  Wees goed voor deze aarde,

  zij is Gods eigendom,

  God houdt zo van de paarden,

  de meren en de zon.

  Wees goed voor al het leven,

  Gods hart klopt er in mee,

  Hij heeft zijn Geest gegeven

  aan berg en dal en zee.

3

  Wees goed voor deze aarde,

  vertrap en plunder niet,

  bewerk haar en bewaar haar

  zoals de Heer gebiedt.

  Wees goed voor al het leven,

  bezorg de Heer geen smart,

  wie doodt, hij werkt God tegen,

  hij trapt Hem op het hart.

---

*108

#2

1

  Land van God gegeven,

  aarde is uw naam

  land om van te leven,

  uit de zee vandaan.

  Dat wij u bebouwen,

  als een volk dat dient,

  in het vast vertrouwen:

  Eens de oogst te zien.

  In het vast vertrouwen:

  Eens de oogst te zien.

2

  Land onder de wolken,

  achter de woestijn,

  land waarheen de volken

  gaan om brood en wijn.

  Dat wij u bewaren

  totdat God verschijnt,

  en op deze aarde

  alles nieuw zal zijn.

  En op deze aarde

  alles nieuw zal zijn.

---

*109

#5

1

  (s)

  Houden van mensen is rijk zijn in nood,

  elkander geven het dagelijks brood.

2

  (v)

  Houden van mensen: Bevrijdend geheim,

  om voor een ander een woonplaats te zijn.

3

  (s)

  Houden van mensen is warmte en licht:

  elkander tonen je ware gezicht.

4

  (m)

  Houden van mensen is spelenderwijs

  aarde herscheppen tot nieuw paradijs.

5

  (a)

  Houden van mensen zoals Hij het deed

  die met ons deelde ons lief en ons leed.

---

*110

#4

1

  (a)

  Liefde is het meeste,

  liefde breekt niet stuk,

  liefde is het meeste,

  eindeloos geluk.

  refrein

  Gelukkig die liefheeft,

  zijn weg is begaanbaar,

  gelukkig die liefheeft,

  hij leeft onweerstaanbaar.

2

  (v)

  Niemand kan er zonder,

  liefde weert bederf,

  niemand kan er zonder,

  wie niet liefheeft sterft

  (a) refrein

  Gelukkig die liefheeft,

  zijn weg is begaanbaar,

  gelukkig die liefheeft,

  hij leeft onweerstaanbaar.

3

  (v)

  Liefde maakt de mensen,

  liefde doet ons recht,

  liefde maakt de mensen,

  liefde maakt ons echt.

  (a) refrein

  Gelukkig die liefheeft,

  zijn weg is begaanbaar,

  gelukkig die liefheeft,

  hij leeft onweerstaanbaar.

4

  (a)

  Liefde is genade,

  gave van Gods Geest,

  liefde is genade,

  vuur dat God ontsteekt.

  refrein

  Gelukkig die liefheeft,

  zijn weg is begaanbaar,

  gelukkig die liefheeft,

  hij leeft onweerstaanbaar.

---

*111

#5

1

  (s)

  Wie een open mens wil worden,

  wil groeien uit bevangenheid:

  moet leven kunnen voelen

  in warme aarde, mens en tijd.

  (a) refrein

  Laat vuur je leven raken,

  Zijn Geest kan krachtig maken.

  Laat vuur je leven raken.

2

  (s)

  Wie in overvloed wil leven,

  en daarom zoekend tastend ziet,

  zal groeiend openkomen

  voor alles wat Gods stroming biedt.

  (a) refrein

  Laat vuur je leven raken,

  Zijn Geest kan krachtig maken,

  Laat vuur je leven raken.

3

  (s)

  Wie niet bang, verkrampt, berekend,

  maar wel diep verbonden leeft,

  ontdekt wellicht zijn adem:

  Die Heer is en het leven geeft.

  (a) refrein

  Laat vuur je leven raken,

  Zijn Geest kan krachtig maken,

  Laat vuur je leven raken.

4

  (s)

  Wie tot dienstbaarheid mag rijpen,

  dwars door onzekerheid en pijn,

  leeft toegewijd aan mensen;

  van kracht zal hij doordrongen zijn.

  (a) refrein

  Laat vuur je leven raken,

  Zijn Geest kan krachtig maken,

  Laat vuur je leven raken.

5

  (s)

  Waar de mensen wegen banen,

  samen durfden op uittocht gaan,

  wordt zijn Geest sterk ervaren;

  Hij openbaart vervuld bestaan.

  (a) refrein

  Laat vuur je leven raken,

  Zijn Geest kan krachtig maken.

  Laat vuur je leven raken.

---

*112

#4

1

  (a)

  Zeg nooit: "Onze wereld is gebroken

  en de mens tot weinig goeds in staat."

  Zeg nooit: "Niemand kan op vrede hopen,

  alles gaat nu eenmaal als het gaat."

  (a) refrein

  Want een land, een land om van te dromen,

  stuwt de mensen uit hun slavernij

  tot zij juichen, met tranen in hun ogen:

  "Lieve God, we zijn er, eindlijk vrij!"

2

  (v)

  Zeg nooit dat de zeeen veel te hoog zijn,

  dat een mens niet zonder bedding kan.

  zeg nooit dat woestijnen veel te droog zijn,

  dat een volk daar eenmaal weer verzandt.

  (a) refrein

  Want een land, een land om van te dromen,

  stuwt de mensen uit hun slavernij

  tot zij juichen, met tranen in hun ogen:

  "Lieve God, we zijn er, eindlijk vrij!"

3

  (m)

  Zeg nooit: "God is zijn verbond vergeten,

  er is niemand hier, die ons bevrijdt."

  Zeg nooit: "Van een droom kan ik niet eten."

  Zeg nooit: "Wie niet werkt, verknoeit zijn tijd."

  (a) refrein

  Want een land, een land om van te dromen,

  stuwt de mensen uit hun slavernij

  tot zij juichen, met tranen in hun ogen:

  "Lieve God, we zijn er, eindlijk vrij!"

4

  (v)

  Zeg nooit dat het godvergeten lijden

  toch het noodlot is van ons bestaan.

  Zeg nooit: "Stil maar, wacht op beetre tijden."

  Zeg noot: "Niemand kan de dood weerstaan."

  (a) refrein

  Want een land, een land om van te dromen,

  stuwt de mensen uit hun slavernij

  tot zij juichen, met tranen in hun ogen:

  "Lieve God, we zijn er, eindlijk vrij!"

---

*113

#7

1

  (v)

  Opgeroepen tot de vrijheid

  uit het land van man en macht

  weten wij elkaar gegeven

  en tot samenklank gebracht.

  (m)

  Nieuw verbonden: Vrouwen, mannen,

  die van vriendschap zijn gediend,

  samenspel van de verbeelding

  waarin God zichzelf laat zijn.

  refrein

  (v)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (m)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (v)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot!

  (m)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot!

2

  (v)

  Wie voor 't vullen van zijn schuren

  armen weer tot slaven maakt,

  wie van mildheid niet wil weten,

  heeft God in het hart geraakt.

  (m)

  Tot de grenzen van de aarde,

  is Gods goedheid uitgebreid.

  zullen wij niet laten delen

  in die gaven, wereldwijd?

  refrein

  (v)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (m)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (v)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot!

  (m)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot!

3

  (v)

  In de schepping zijn de kleuren

  van het goddelijk paleis,

  als de regenboog van morgen,

  voor het leven ingezet:

  (m)

  Al wat ademt op de aarde,

  levend van dezelfde zon,

  bondgenoten van de hemel,

  drinkend uit dezelfde bron.

  Refrein

  (v)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (m)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (v)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot!

  (m)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot!

4

  (v)

  Goed en bloed zijn nooit de heersers

  in het land van Gods geslacht.

  alle mensen is in Christus

  recht en vrijheid toegedacht.

  (m)

  Zoals duizend kleuren breken

  uit het ene stralend licht,

  zijn de rassen en de volken

  vonken van Gods aangezicht.

  refrein

  (v)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (m)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (v)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot.

  (m)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot.

5

  (v)

  Waar de zelfkant van de welvaart

  ongeweten kan bestaan,

  leert de hemel ons dat onrecht

  door ons allen is begaan.

  (m)

  Aangestoken door de hoge

  wordt het wonder weer een feit,

  waar een mens begint met delen

  zaait hij de gerechtigheid.

  refrein

  (v)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (m)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (v)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot.

  (m)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot.

6

  (v)

  Toegezegde lieve vrede,

  aangewezen weg van recht,

  laat je vinden, wil ons binden

  op de toekomst aangelegd.

  (m)

  Alle muren zullen smelten

  die uit angst zijn opgebouwd,

  als de warmte van verzoening

  nieuwe ruimte heeft ontvouwd.

  refrein

  (v)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (m)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (v)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot.

  (m)

  En verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot.

7

  (v)

  Volk van God, draag deze namen:

  vindplaats van waarachtig recht,

  samenscholing voor de vrede,

  toekomst die is aangezegd!

  (m)

  Een in geven en vergeven,

  niet meer machteloos verdeeld,

  aangewezen om te leven,

  door de Geesteswind gestreeld.

  refrein

  (v)

  Naam, die op ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (m)

  Naam, die ons is geschreven,

  roep ons weg uit onze dood.

  (v)

  en verbind ons voor het leven,

  van uw liefde deelgenoot.

---

*114

#6

1

  (a)

  Gelukkig de mens die arm is van geest

  en rijk aan barmhartigheid wonden geneest.

2

  (v)

  Gelukkig de mens die droefheid ontmoet

  en door zijn blijmoedigheid wonderen doet.

3

  (m)

  Gelukkig de mens die zuiver van hart,

  gewapend met eerlijkheid eigenwaan tart.

4

  (v)

  Gelukkig de mens die niet eerder zwicht

  tot hij in gerechtigheid vrede hier sticht.

5

  (m)

  Gelukkig de mens die dit heeft volbracht

  en ons in de duisternis licht heeft gebracht.

6

  (a)

  Gelukkig de mens die Hem kan verstaan

  die ons in die menslijkheid voor is gegaan.

---

*115

#3

1

  Zalig de mens die in eenvoud leeft,

  zalig de mens die zijn liefde geeft.

  refrein

  Zalig de mens die het lijden ziet,

  zalig de mens die zijn handen biedt.

2

  Zalig de mens die zijn lasten draagt,

  zalig de mens die het goede waagt.

  refrein

  Zalig de mens die het lijden ziet,

  zalig de mens die zijn handen biedt.

3

  Zalig de mens die voor vrede staat,

  zalig de mens die het onrecht haat.

  refrein

  Zalig de mens die het lijden ziet,

  zalig de mens die zijn handen biedt.

---

*116

#2

1

  Geef alle ruimte aan de liefde;

  in haar leeft God zich naar ons toe.

  Vergeef het kwaad van wie griefde;

  de liefde wordt een mens niet moe.

  Zij zal de dood nog overleven,

  geen water blust haar vuren uit,

  Zij blijft ons tot elkander keren

  tot alle angst is uitgeluid.

  Zij blijft ons tot elkander keren

  tot alle angst is uitgeluid.

2

  Hoe zal een mens ooit overleven?

  Wat moet hij aan met eeuwigheid?

  Door liefde wordt het ons gegeven

  voorbij te zien aan dood en tijd.

  Want wie vandaag weet te beminnen,

  zeurt niet: "Hoe zal het morgen zijn?"

  Het wordt een eeuwig herbeginnen

  tot wij voorgoed geboren zijn.

  Het wordt een eeuwig herbeginnen

  tot wij voorgoed geboren zijn.

---

*117

#6

1

  (a)

  Zolang er mensen zijn

  is er nog tijd genoeg

  om hem de hand te reiken

  die ons vergeving vroeg.

2

  (v)

  Zolang er mensen zijn

  is het nog niet te laat

  om hem de weg te wijzen

  die haast verloren gaat.

3

  (m)

  Zolang er mensen zijn

  weet al wie eenzaam is:

  Er kan een morgen komen

  na nachten vol gemis.

4

  (v)

  Zolang er mensen zijn

  is niemand ooit te groot

  om anderen te redden

  uit hopeloze nood.

5

  (m)

  Zolang er mensen zijn

  hebben wij goede moed

  een wereld op te bouwen

  waar liefde leven doet.

6

  (a)

  God, die het leven schiep,

  laat het zo altijd zijn

  en wees herscheppend bij ons

  zolang er mensen zijn.

---

*118

#5

1

  (s)

  Hier wordt het land gezocht

  waar wij gelijken zijn,

  niemand apart en geen

  kleuren die minder zijn.

2

  (v)

  Hier wordt de tijd verhaast

  dat wij elkaar verstaan,

  handen die wenken en

  ogen die opengaan.

3

  (a)

  Hier wordt de stem gehoord

  die nog niet klinken mag:

  mensen die hopen op

  ooit hun bevrijdingsdag.

4

  (v)

  Hier staat een tafel waar

  aan ons wordt voorgedaan,

  hoe wij genezen van

  heersen en misverstaan.

5

  (s)

  Hier is het woord van Hem

  die ons geschapen heeft:

  "waar is je broeder, de

  mens die jou nodig heeft?"

---

*119

#3

1

  Wij zijn bij U gekomen

  om kind aan huis te zijn,

  wij openen onze harten,

  Heer, voor uw groot geheim.

2

  O lieve God, wij vragen,

  kom heel dicht bij ons staan,

  wij leven door uw liefde

  wij leven door uw Naam.

3

  Wij zijn bij U gekomen

  want Jezus ging ons voor.

  Zijn messiaanse liefde

  wees ons het goede spoor.

---

*120

#3

1

  Moet je horen, moet je horen,

  luister nu eens goed.

  Luister met je beide oren,

  luister goed.

2

  Moet je kijken, moet je kijken,

  kijk nu toch eens goed.

  Kijk met allebei je ogen,

  kijk heel goed!

3

  Horen, kijken, kijken, horen

  moet je beide goed,

  om te zien en om te horen,

  wat God doet.

---

*121

#4

1

  (s)

  't Boek van de Heer zal opengaan

  en wij proberen te verstaan

  wat God vandaag wil zeggen

  en aan ons uit wil leggen.

2

  (v)

  Ja, jong of oud en groot of klein

  Hij wil voor elk een helper zijn

  om tot zijn eer te leven:

  Gods liefde door te geven.

3

  (m)

  Straks in de kindernevendienst

  en in de kerk, de grote dienst:

  't Gaat om dezelfde woorden

  die wij van jongsaf hoorden.

4

  (a)

  Nu bidden wij, in Jezus' naam,

  geef dat uw woorden opengaan

  en wij weer kunnen leven:

  Elkaar uw liefde geven.

---

*122

#3

1

  U spreekt tot ons in mensentaal

  U hebt ons lief, ons allemaal.

  Uw troostend woord verlicht ons juk

  en wijst de weg naar ons geluk.

2

  U spreekt tot ons, de eeuwen door.

  U hebt het beste met ons voor.

  U vult de stilte en 't gemis

  met taal die enkel liefde is.

3

  U spreekt tot ons, van God tot mens.

  U kent de diepste hartewens.

  U leert ons vrede in de tijd

  en honger naar de eeuwigheid.

---

*123

#3

1

  (s)

  Gods boek gaat open in ons midden.

  Daarom willen wij Hem nu bidden:

  Geef ons licht.

2

  (v)

  Help ons te zien wat U wilt zeggen.

  Help ons de woorden uit te leggen:

  Uw verhaal.

3

  (m)

  Wij willen van die woorden leven.

  Geef dat zij ons weer richting geven,

  door uw Geest.

---

*124

#2

1

  Geef ons uw liefde Heer,

  geef ons uw licht.

  Vergeef ons telkens weer,

  houd ons in zicht.

  Ga niet bij ons vandaan,

  Laat ons niet eenzaam staan,

  maar help ons verder nu,

  bidden wij U.

2

  Wij wachten stil op U,

  spreek slechts een woord,

  dat wij gaan leven nu,

  nieuw, ongehoord.

  En op uw wegen gaan,

  nooit weer bij U vandaan.

  Richting: Uw Koninkrijk,

  uw Zoon gelijk.

---

*125

#3

1

  (a)

  Om licht te zien zijn wij gekomen,

  een krans van mensen wereldwijd

  die waakzaam van de vrede dromen

  en werken aan gerechtigheid.

  (v)

  Ontsteek het vuur opdat wij horen

  het lied dat zingt in alleman

  tot nieuwe mensen zijn geboren:

  Vrienden met vrede hand in hand.

2

  (a)

  Om licht te zijn voor alle landen,

  een gloed die warmte geeft en hoop,

  een bron van brood in alle handen:

  de hemel houden wij ten doop.

  (v)

  Kom aan het licht, kom weer tot wereld,

  neem wanhoop weg en duisternis,

  laat zonder last van leugens leven

  het mensenkind dat toekomst is.

3

  (a)

  Om licht van licht te zijn op aarde,

  aanhoudend licht van het begin,

  opdat geen mens meer zou verdwalen

  zet God zijn eigen bloed nu in.

  Opent uw hart, groen licht voor ogen

  de hoop groeit waar geen wegen gaan

  en wie op pad gaat, ongelogen,

  vindt ooit de hemel open staan.

---

*126

#4

1

  (a)

  Gods woord, zo dikwijls afgeschreven,

  bestaat niet louter op papier,

  maar komt in vlees en bloed tot leven:

  De speelplaats van het heil is hier.

  Verborgen vuur, een sterk vermoeden,

  verwaaide flarden van een lied;

  voldoende om de hoop te voeden op

  't rijk waarin God zelf voorziet.

2

  (m)

  Als wij in machteloze woede

  vertwijfeld vragen waar God blijft,

  komen soms mensen als geroepen

  om stem of hand van God te zijn.

  De Geest wil in de harten wonen,

  van jong tot oud, van laag tot hoog,

  wij spelen in op wat gaat komen

  als vredespijlen op Gods boog.

3

  (v)

  Wij mogen sprekend op God lijken.

  Hij brengt ons samen in een kring,

  waar wij elkaar de handen reiken:

  De laatste wordt steeds eersteling.

  De rollen zijn ons voorgeschreven:

  De koning komt als een die dient

  om machtigen de les te lezen,

  de armen delen in de winst.

4

  (a)

  Wij scholen samen rond de schriften.

  De weg wordt voor ons uitgelegd.

  Woorden doorbreken onze driften;

  mens Gods, uit duister opgedregd.

  Vermenigvuldig dan de vreugde

  waarmee Gij rijk gezegend zijt

  om in de wereld te getuigen

  van liefde en goedgunstigheid.

  Vermenigvuldig dan de vreugde

  waarmee gij rij gezegend zijt

  om in de wereld te getuigen

  van liefde en goedgunstigheid.

---

*127

#3

1

  (v)

  Licht dat ons aanstoot in de morgen,

  voortijdig licht waarin wij staan

  koud, een voor een, en ongeborgen,

  licht overdek mij, vuur mij aan.

  Dat ik niet uitval, dat wij allen

  zo zwaar en droevig als wij zijn

  niet uit elkaars genade vallen

  en doelloos en onvindbaar zijn.

2

  (m)

  Licht, van mijn stad de stedehouder,

  aanhoudend licht dat overwint.

  Vaderlijk licht, steevaste schouder,

  draag mij, ik ben jouw kijkend kind.

  Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen

  of ergens al de wereld daagt

  waar mensen waardig leven mogen

  en elk zijn naam in vrede draagt.

3

  (a)

  Alles zal zwichten en verwaaien

  wat op het licht niet is geijkt.

  Taal zal alleen verwoesting zaaien

  en van ons doen geen daad beklijft.

  Veelstemmig licht, om aan te horen

  zolang ons hart nog slagen geeft.

  Liefste der mensen, eerstgeboren,

  licht, laatste woord van Hem die leeft.

---

*128

#3

1

  (a)

  Woord dat ons oproept om te leven,

  woord van de Heer, dat leven geeft.

  (v)

  Licht dat aan ieder is gegeven

  die in het spoor van Jezus leeft.

  (a)

  Dat woord wil licht zijn op de wegen

  die mensen gaan hun leven lang.

  Dat woord komt telkens ons weer tegen,

  houdt ons geloven aan de gang.

2

  (s)

  Woord van de Heer, wij willen horen

  met oren die gehoorzaam zijn.

  (v)

  Laat niets en niemand ons bekoren:

  Weest U ons brood en onze wijn.

  (a)

  Zodat wij verder kunnen leven

  het leven zoals U het vraagt:

  Geen leven van om niemand geven,

  maar leven dat een ander draagt.

3

  (s)

  Woord dat ons oproept echt te leven,

  woord van de Heer, dat leven is.

  (v)

  Veelkleurig licht, wil ons omgeven,

  dan krijgt ons leven beter zicht.

  (a)

  Veelstemmig woord, wij willen horen

  wat U ons nu te zeggen heeft.

  Laat ons opnieuw worden geboren,

  opdat een ieder van ons leeft.

---

*129

#4

1

  (v)

  Wees bij ons, Heer,

  wees bij ons, Heer,

  wees bij ons met uw Geest.

2

  (m)

  Wees bij ons, Heer,

  wees bij ons, Heer,

  zodat ons hart U leest.

3

  (v)

  Wees bij ons, Heer,

  wees bij ons, Heer,

  opdat ons hart geneest.

4

  (a)

  Wees bij ons, Heer,

  wees bij ons, Heer,

  wees bij ons met uw Geest.

---

*130

#3

1

  Heer, voor uw adem vreesd,

  knielen en bidden wij,

  maak ons tot geest van uw geest,

  ja, maak ons waarlijk vrij,

  ja, maak ons waarlijk vrij.

2

  Blaas nu op vlees en bloed,

  wentel de vrees opzij,

  waai ons uw woord tegemoet,

  dat maakt ons waarlijk vrij.

  Dat maakt ons waarlijk vrij.

3

  Adem uw liefde ons in,

  Heer, dan herleven wij,

  kinderen van uw gezin,

  zingend en waarlijk vrij.

  Zingend en waarlijk vrij.

---

*131

#2

1

  De bijbel gaat weer open:

  Verhalen eeuwenoud,

  van kleingeloof en hopen,

  van God die ons vertrouwt.

  Zijn woord spoort mensen aan

  om echt te willen leven,

  elkaar de ruimte geven:

  De smalle weg te gaan.

2

  Wij vragen, spreek ons aan, Heer,

  en zet ons op uw weg.

  Schenk ons uw licht en zicht weer,

  breng oud en jong terecht.

  daar waar uw toekomst is,

  de waarheid en het leven,

  het licht aan ons gegeven:

  Uw Zoon die redding is.

---

*132

#4

1

  (a)

  Hoe God deze wereld bemint,

  hoe Hij haar zijn hart heeft gegeven

  hoe God zich aan mensen verbindt,

  het staat in de bijbel geschreven.

  (v) refrein

  Neem dan het boek, God gaf zijn woord,

  neem dan het boek, zalig wie hoort.

2

  (a)

  Hoe God zijn volk Israel leidt,

  hoe Hij haar beschermer wil wezen,

  hoe God haar weer telkens bevrijdt,

  het staat in de bijbel geschreven.

  (m) refrein

  Neem dan het boek, God gaf zijn woord,

  neem dan het boek, zalig wie hoort.

3

  (a)

  Hoe God ons verlost van het kwaad,

  hoe Hij onze schuld wil vergeven,

  hoe God onze vijand verslaat,

  het staat in de bijbel geschreven.

  (v) refrein

  Neem dan het boek, God gaf zijn woord,

  neem dan het boek, zalig wie hoort.

4

  (a)

  Hoe God ons verrast met zijn Zoon,

  hoe Hij ons in Hem doet herleven,

  hoe God Hem weer riep uit de dood,

  het staat in de bijbel geschreven.

  refrein

  Neem dan het boek, God gaf zijn woord,

  neem dan het boek, zalig wie hoort.

---

*133

#1

1

  I Licht en wijsheid,

  II vuur en sterkte,

  III kom, o kom Gij

  IV Heilige Geest.

---

*134

#4

1

  A (canon)

  Halleluja, halleluja, amen, amen!

2

  B (canon)

  Halleluja,13 maal

3

  C (tweestemmig)

  Halleluja, amen, amen,

  halleluja, amen, amen,

  halleluja, amen, amen,

  halleluja, halleluja, amen,

  halleluja, halleluja, amen.

4

  D (driestemmig)

  Halleluja.12 maal

---

*135

#2

1

  A (canon)

  Lof aan Jezus Christus, amen, amen.

2

  B (2-stemmig)

  Blijde boodschap van Jezus Christus,

  lof aan de Heer!

  Blijde boodschap van Jezus Christus,

  lof aan de Heer!

---

*136

#1

1

  I Gelukkig wie niet op wil geven

  II woorden vindt van eeuwen her

  III woorden die ons doen herleven

  IV Jij God, Jij bent niet zo ver.

---

*137

#1

1

  (1 keer vrouwen -1 keer allen.)

  Woorden van oudsher gegeven

  zingen van geluk en pijn

  blijven spreken over leven

  "ga" en Ik zal met je zijn.

---

*138

#1

1

  Door de zegen van uw woord,

  Here, God, bestaan wij voort

  Want U redt ons door dit brood,

  elke dag weer van de dood. Amen.

---

*139

#1

1

  Uw woord is een lamp voor mijn voet

  en een licht op mijn pad.

  Uw woord is een lamp voor mijn voet

  en een licht op mijn pad.

  Uw woord is een lamp,

  Uw woord is een licht.

  Uw woord is een lamp voor mijn voet

  en een licht op mijn pad.

---

*140

#1

1

  Woord van het begin

  dat de chaos weeft tot zin

  dat ons het leven geeft

  tot licht wordt op ons pad,

  dat wij nu door gaan geven,

  dat wij nu door gaan geven.

---

*141

#2

1

  Het woord van God,

  tot hiertoe doorverteld,

  is niet te hoog of veel te ver gegrepen.

  Het is niet door een vreemde opgesteld,

  die ons met wet en orde af wil schepen.

  Het komt van iemand die ons kent en telt,

  een God die ons uit nood en dood wil slepen.

  Het komt van iemand die ons kent en telt,

  een God die ons uit nood en dood wil slepen.

2

  Hij wil dat wij elkaar tot leven zijn,

  de aarde maken tot het land van allen.

  Hij roept ons weg uit elke doodswoestijn,

  daar waar uit haat en hebzucht lijken vallen.

  Hij hoopt dat wij toch ooit zijn schepping

  zijn en niet zijn vreugde om de mens vergallen.

  Hij hoopt dat wij toch ooit zijn schepping

  zijn en niet zijn vreugde om de mens vergallen.

---

*142

#1

1

  Loof en prijs de Heer, want Hij is goed!

  Loof en prijs de Heer, want Hij is goed!

  Loof en prijs de Heer, want Hij is goed!

  En Zijn goedheid duurt altijd.

---

*143

#3

1

  Zing alle dagen een lied voor de Heer.

  Zing alle dagen een lied tot zijn eer.

  Zing alle dagen zing alle dagen een lied,

  zing een lied voor de Heer.

2

  Zing op de zondag een lied voor de Heer.

  Zing op de zondag een lied tot zijn eer.

  Zing op de zondag, zing alle dagen een lied,

  zing een lied voor de Heer.

3

  Zing alle dagen een lied voor de Heer.

  Zing alle dagen een lied tot zijn eer.

  Zing alle dagen zing alle dagen een lied,

  zing een lied voor de Heer.

---

*144

#1

1

  I Zing met ons de Heer.

  II Alle dag weer is Hij ons nabij.

  III Daarom zingen wij. Daarom!

---

*145

#1

1

  I Zing nu de Heer, zing nu de Heer,

  II want Hij heeft grote dingen gedaan.

  III Zing nu de Heer, zing nu de Heer,

      zing nu de Heer!

---

*146

#1

1

  (1 x vrouwen,1 x mannen1 x tweestemmig)

  Wij loven U, Heer,

  Wij danken U, Heer!

---

*147

#5

1

  (s)

  Dat er nog dieren zijn,

  nog herten en nog tijgers,

  nog robben en nog reigers,

  het moet een wonder zijn.

  (a) refrein

  Loof God die alles schiep,

  Hij houdt zijn werk in stand,

  Hij heeft zijn aarde lief,

  wij leven in zijn hand.

2

  (v)

  Dat er nog bergen zijn,

  nog zeeen en nog stranden,

  nog bomen en nog planten,

  het moet een wonder zijn.

  (a) refrein

  Loof God die alles schiep,

  Hij houdt zijn werk in stand,

  Hij heeft zijn aarde lief,

  wij leven in zijn hand.

3

  (m)

  Dat er nog lentes zijn

  en zomers en nog winters,

  nog regens, en nog winden,

  het moet een wonder zijn.

  (a) refrein

  Loof God die alles schiep,

  Hij houdt zijn werk in stand,

  Hij heeft zijn aarde lief,

  wij leven in zijn hand.

4

  (s)

  Dat er nog mensen zijn,

  nog vaders nog moeders,

  nog zusters en nog broeders,

  het moet een wonder zijn.

  (a) refrein

  Loof God die alles schiep,

  Hij houdt zijn werk in stand,

  Hij heeft zijn aarde lief,

  wij leven in zijn hand.

5

  Dat er nog mensen zijn,

  nog dromen en nog woorden,

  nog liefde en geboorte,

  het moet een wonder zijn.

  (a) refrein

  Loof God die alles schiep,

  Hij houdt zijn werk in stand,

  Hij heeft zijn aarde lief,

  wij leven in zijn hand.

---

*148

#1

1

  Prijs de Heer, mijn ziel,

  en prijs zijn heilge naam.

  Prijs de Heer, mijn ziel;

  Hij redt mij van de dood.

---

*149

#1

1

  I Met hart en ziel loof ik de Heer

  II Hij heeft zijn liefde over allen uitgestrekt.

  III Met hart en ziel loof ik de Heer.

  IV Hij draagt ons leven door de tijden.

---

*150

#2

1

  Een is de trommel en twee de bas.

  Drie de piano, die komt goed van pas.

  Vier de triangel en vijf de fluit.

  Zes maakt het orgel een vrolijk geluid.

  Alles wat klinkt, alles wat zingt

  en adem heeft, love de Heer,

  de Heer die leeft!

2

  Zeven, acht, negen, wat wil je zijn.

  Banjo, gitaar of de tamboerijn?

  Tien doen wij samen,

  we maken een koor.

  Wie wil er mee doen,

  we tellen wel door...

---

*151

#7

1

  (s)

  Zing de Heer, gebruik je stem.

  Zing maar mee tot eer van Hem.

  Spring en dans in blijde rij.

  Instrumenten kom erbij.

2

  (v)

  Mandoline, en gitaar,

  clavecimbel tokkel maar.

  Banjo, balalaika, luit,

  voer dit lied vol vreugde uit.

3

  (a)

  Hoorn, trombone en trompet,

  fluit, hobo en klarinet.

  Leden van het blazerskoor

  geef op hoge toon gehoor.

4

  (v)

  Orgel en pianoklank

  doe maar mee in lof en dank.

  Harp, speel nu een lofakkoord

  zoals nimmer is gehoord.

5

  (s)

  Cello, altviool strijk mee

  met violen een en twee.

  Speel maar met een blijde toon,

  pauk, fagot en saxofoon.

6

  (v)

  Piccolo, jij lichte fluit

  blaas maar boven alles uit.

  Contrabas, jij donkre klank,

  ondersteun maar onze dank.

7

  (a)

  Welk geluid is er nog meer?

  Klink maar mee voor God de Heer!

  Zing en speel maar, groot en klein,

  want God moet geprezen zijn!

---

*152

#1

1

  I Laten wij nu samen, laten wij nu samen,

    zingen, prijzen, loven de Heer.

  II Laten wij dan samen doen:

     Zingen, prijzen, loven de Heer.

  III Zingen, prijzen, loven de Heer,

      zingen, prijzen, loven de Heer.

  IV Zingen, prijzen, loven de Heer,

     zingen, prijzen, loven de Heer.

---

*153

#1

1

  I

  Loof de Here, alle gij volken,

  prijst Hem, alle gij natien;

  want zijn goedertierenheid

  is machtig over ons

  en des Heren trouw is tot

  in eeuwigheid.

  II

  Halleluja........

---

*154

#1

1

  Verblijdt u, alle volken,

  verblijdt u, in de Heer.

  Verblijdt u alle volken

  en looft Hem immer meer.

---

*155

#3

1

  I Vader, ik aanbid U.

  II 'k Leg mijn leven voor U.

  III Halleluja.

2

  Jezus, ik aanbid U.

  'k Leg mijn leven voor U.

  Halleluja.

3

  Heilge Geest ik aanbid U.

  'k leg mijn leven voor U.

  Halleluja.

---

156

#3

1

  Als ik heel erg blij ben,

  zing ik toch zo graag:

  Dank U, God voor alles,

  heerlijk is 't vandaag!

2

  Nu ik weer naar huis ga,

  zing ik toch zo graag:

  Dank U, God, voor alles,

  heerlijk was 't vandaag!

3

  Nu 't vandaag een feest is,

  zing ik toch zo graag:

  Dank U, God, voor alles,

  heerlijk was 't vandaag.

---

*157

#3

1

  O lieve Heer, ik ben zo blij,

  want elke dag zorgt U voor mij.

  U houdt van ieder, groot en klein;

  ik wil graag heel dicht bij U zijn.

2

  Dank U, Heer, voor de nieuwe dag,

  dat ik met ieder spelen mag

  onder uw ogen, in uw tuin:

  Uw lieve handen op mijn kruin.

3

  Onder uw zegen leef ik blij:

  U bent niet ver, U bent dichtbij.

  Dank U daarvoor, Heer, elke dag

  die ik van U weer leven mag.

---

*158

#4

1

  Dank, Vader God, voor deze dag,

  waarop de zon weer schijnen mag.

  Dank, Vader God, voor deze dag,

  waarop de zon weer schijnen mag.

2

  Waarop de regen weer vallen mag.

3

  Dat ik weer zingen en bidden mag.

4

  Dat ik weer breken en delen mag.

---

*159

#8

1

  (a)

  Vader God, wij danken U,

  dat wij mogen leven.

  refrein

  Vader God, Vader God, wij danken U.

2

  (v)

  Vader God, wij danken U,

  dat wij mogen spreken.

  refrein

  Vader God, Vader God, wij danken U.

3

  (m)

  Vader God, wij danken U,

  dat wij mogen bidden.

  refrein

  Vader God, Vader God, wij danken U.

4

  (v)

  Vader God, wij danken U,

  dat wij mogen drinken.

  refrein

  Vader God, Vader God, wij danken U.

5

  (m)

  Vader God, wij danken U,

  dat wij mogen eten.

  refrein

  Vader God, Vader God, wij danken U.

6

  (v)

  Vader God, wij danken U,

  dat wij mogen zingen.

  refrein

  Vader God, Vader God, wij danken U.

7

  (m)

  Vader God, wij danken U,

  dat wij mogen leren.

  refrein

  Vader God, Vader God, wij danken U.

8

  (v)

  Vader God, Wij danken U,

  dat wij mogen leren.

  refrein

  Vader God, Vader God, wij danken U

---

*160

#4

1

  Wie houdt van ons?

  Wie houdt van ons?

  De Here Jezus houdt van ons.

2

  Je bent van mij, je bent van mij,

  dat zegt de Here, je bent van mij.

3

  Ik zorg voor jou, Ik zorg voor jou,

  voor allemaal en ook voor jou.

4

  Heer, dank U wel, Heer, dank U wel,

  wij zingen blij: Heer, dank U wel.

---

*161

#3

1

  I Dank U voor uw

  II liefde Heer,

  III elke dag bent

  IV U er weer.

2

  Dank U, dat U bij mij bent,

  en ook alles van mij kent.

3

  Dank U, dat ik deze dag,

  samen met U leven mag.

---

*162

#3

1

  God die alles maakte,

  de lucht en 't zonlicht blij,

  de hemel, zee en aarde,

  zorgt ook voor mij.

2

  God die 't gras gemaakt heeft,

  de bloempjes in de wei,

  de bomen, vruchten, vogels,

  zorgt ook voor mij.

3

  God die alles maakte,

  de maan, de sterrenrij,

  als duistre wolken komen

  zorgt steeds voor mij.

---

*163

#7

1

  (s)

  Dank U voor deze nieuwe morgen,

  dank U voor deze nieuwe dag.

  dank U dat ik met al mijn zorgen

  bij U komen mag.

2

  (v)

  Dank U voor alle goede vrienden,

  dank U, o God voor al wat leeft,

  dank U voor wat ik niet verdiende:

  dat U mij vergeeft.

3

  (m)

  Dank U voor alle bloemengeuren,

  dank U voor ieder klein geluk,

  dank U voor alle heldre kleuren,

  dank U voor muziek.

4

  (s)

  Dank U dat U in moeilijkheden,

  dank U dat U in pijn en strijd,

  dank U dat U in alle tijden

  toch steeds bij ons zijt.

5

  (v)

  Dank U dat U hebt willen spreken,

  dank U, U hoort in ieders taal.

  Dank U dat U het brood wilt breken

  met ons allemaal.

6

  (m)

  Dank U dat ons uw woord bewaarde,

  dank U dat U uw Geest ons geeft.

  Dank U dat ieder mens op aard

  van uw liefde leeft.

7

  (a)

  Dank U uw liefde kent geen grenzen,

  dank U dat ik nu weet waarvan.

  Dank U, o God ik wil U danken

  dat ik danken kan.

---

*164

#8

1

  (v)

  Voor alle mensen,

  Vader God, wij danken U.

2

  (m)

  Voor alle vrienden,

  Vader God, wij danken U.

  (a) refrein

  Wij zijn mensen groot en klein,

  wij zijn mensen groot en klein.

  Wij gaan bidden, wij gaan zingen,

  waar wij samen blij mee zijn.

3

  (v)

  Voor alle dieren,

  Vader God, wij danken U.

4

  (m)

  Voor alle vogels,

  Vader God, wij danken U.

  (a) refrein

  Wij zijn mensen groot en klein,

  wij zijn mensen groot en klein.

  Wij gaan bidden, wij gaan zingen

  waar wij samen blij mee zijn.

5

  (v)

  Voor alle vissen,

  Vader God, wij danken U.

6

  (m)

  Voor alle bomen,

  Vader God, wij danken U.

  (a) refrein

  Wij zijn mensen groot en klein,

  wij zijn mensen groot en klein.

  Wij gaan bidden, wij gaan zingen

  waar wij samen blij mee zijn.

7

  (v)

  Voor alle bloemen,

  Vader God, wij danken U.

8

  (m)

  Voor alle planten,

  Vader God, wij danken U.

  (a) refrein

  Wij zijn mensen groot en klein,

  wij zijn mensen groot en klein.

  Wij gaan bidden, wij gaan zingen

  waar wij samen blij mee zijn.

---

*165

#4

1

  Laten wij gaan zingen

  van de gewone dingen,

  de vogels in de lucht.

  De pitten in een vrucht.

2

  Laten wij gaan zingen

  van de gewone dingen:

  Het waaien van een vlag,

  zomaar een zomerdag.

3

  Laten wij gaan zingen

  van de gewone dingen:

  De wolken wit en hoog,

  de mooie regenboog.

4

  Laten wij gaan zingen

  want de gewone dingen

  zijn geen gewone dingen

  het zijn Gods zegeningen.

---

*166

#3

1

  (s) refrein

  Zing met mij halleluja,

  dank de Here met je stem,

  want in 't danken ligt een zegen

  en met zingen loof je Hem

1 (a)

  Voor verkwikking in de nacht,

  voor de zon die naar ons lacht,

  voor de lucht die ons adem geeft.

2

  (v)

  Voor de vrienden aan mijn zij,

  voor de liefde hier bij mij,

  voor de tekens van een komend heil.

  (a) refrein

  Zing met mij halleluja,

  dank de Here met je stem,

  want in 't danken ligt een zegen

  en met zingen loof je Hem.

3

  (m)

  Voor het wonder dat begint,

  als de Heer de mens bemint,

  zich in Jezus aan de mensen geeft.

  (a) refrein

  Zing met mij halleluja,

  dank de Heer met je stem,

  want in 't danken ligt een zegen

  en met zingen loof je Hem.

---

*167

#5

1

  (s)

  De bloemen met hun geuren,

  de vogels in de lucht,

  en al die mooie kleuren

  en vleugels voor hun vlucht.

  (a) refrein

  Al wat mooi is om ons heen,

  al wat op aarde leeft,

  danken wij aan God alleen,

  die 't ons gegeven heeft.

2

  (v)

  De bergen en de dalen,

  de heuvels en het duin,

  waarin wij mogen dwalen

  als kindren in een tuin.

  (a) refrein

  Al wat mooi is om ons heen,

  al wat op aarde leeft,

  danken wij aan God alleen,

  die 't ons gegeven heeft.

3

  (s)

  Het bos en alle bomen,

  die in de parken staan;

  rivieren, beken stromen,

  strand, zee en oceaan.

  (a) refrein

  Al wat mooi is om ons heen,

  al wat op aarde leeft,

  danken wij aan God alleen,

  die 't ons gegeven heeft.

4

  (v)

  De lichte lenteluchten,

  de mooie zomertijd,

  de herfst vol goede vruchten

  en winter's sneeuwtapijt.

  (a) refrein

  Al wat mooi is om ons heen,

  al wat op aarde leeft,

  danken wij aan God alleen,

  die 't ons gegeven heeft.

5

  (s)

  Van Hem heb ik mijn ogen.

  Hij gaf mij ook mijn stem.

  Ik wil zijn naam verhogen

  en zing tot eer van Hem.

  (a) refrein

  Al wat mooi is om ons heen,

  al wat op aarde leeft,

  danken wij aan God alleen,

  die 't ons gegeven heeft.

---

*168

#1

1

  I Dank nu, dank allen de Heer.

  II Hij is goedertieren,

  III en zijn trouw en liefde

  IV zijn in eeuwigheid.

---

*169

#3

1

  Bidden is: spreken,

  spreken met God,

  die je niet overlaat aan je lot.

2

  Bidden is spreken,

  zeggen aan Hem,

  Hoe erg verdrietig of blij je bent.

3

  Ook ik mag bidden,

  vragen steeds weer:

  Mag ik uw kind zijn? Zorg voor mij Heer!

---

*170

#3

1

  Ik wil wat met U praten, Heer

  al kan ik U niet zien;

  al antwoordt U heel anders

  dan de mensen bovendien.

  ik wil wat met U praten, Heer

  en weet U: 't Is zo fijn:

  U kan ik alles zeggen

  en U zult er altijd zijn.

2

  Er zijn zo van die dingen, Heer

  die zeg je niet zo gauw.

  Je wilt het wel, maar kunt het niet,

  ze zijn alleen voor jou

  en soms heeft iemand ook geen tijd

  en weet U: 't Is zo fijn:

  U kan ik alles zeggen

  en U zult er altijd zijn.

3

  Ik wil wat met U praten, Heer

  en wat ik zeggen wil

  zeg ik soms met veel woorden

  of ik ben alleen maar stil.

  U bent niet ver, U bent dichtbij

  en weet U: 't Is zo fijn:

  U kan ik alles zeggen

  en U zult er altijd zijn.

---

*171

#6

1

  (v)

  Geef, Heer, ons moed te horen

  al geeft uw Woord ons pijn.

  Wij danken U dat U

  ons licht wil zijn.

2

  (m)

  Geef, Heer, ons moed te leven

  als wij het niet verstaan.

  Wij danken U dat U

  met ons wilt zijn.

3

  (a)

  Geef, Heer, ons moed te werken

  of werkeloos te zijn.

  Wij danken U dat wij

  uw handen zijn.

4

  (m)

  Geef, Heer, ons moed te dienen

  al kost het onze tijd.

  Wij danken U dat U

  ons heeft bevrijd.

5

  (v)

  Geef, Heer, ons moed te bidden

  al knaagt de zinloosheid.

  Wij danken U dat U

  uw komst bereidt.

6

  (a)

  Geef, Heer, ons moed te hopen:

  Wij zien U tegemoet.

  Wij danken U dat U

  ons leven doet.

---

*172

#4

1

  (s)

  Voor wie op de aarde wonen

  wilt Gij U een Vader tonen:

  Laat uw koninkrijk komen,

  Heer, verhoor ons gebed.

2

  (v)

  Voor wie in het donker tasten

  nam uw Zoon hun lasten:

  Laat geen mens vergeefs U wachten,

  Heer, verhoor ons gebed.

3

  (m)

  Voor wie op uw toekomst hopen

  zendt Gij ons uw Geest van boven:

  Laat ons in zijn kracht geloven

  Heer, verhoor ons gebed.

4

  (a)

  Wij, die hier als mens geboren

  naar uw woorden willen horen:

  Maak ons nieuw als nooit tevoren,

  Heer, verhoor ons gebed.

---

*173

#3

1

  (a)

  Om te leven met zovelen,

  mens voor mens en land voor land,

  is uw woord aan ons gegeven

  en uw Geest weeft het verband.

  (v)

  Leer ons uit onszelf te treden,

  haal ons uit die eenmanstent,

  om te gaan met vaste schreden

  naar wie nog geen leven kent.

2

  (m)

  Dat wij niet verloren raken

  in de binnenlandse strijd,

  opgetast met eigen zaken,

  voor zo veel zo weinig tijd.

  (a)

  Dat wij niet onszelf begraven,

  niet vergaan in eigenbaat,

  maar verrijzen bij het leven,

  tot vernieuwing weer in staat.

3

  (m)

  Gij die weigert aan te nemen

  dat uw liefde zal vergaan,

  Gij die leeft van hoop op mensen,

  dat zij ooit elkaar verstaan:

  (v)

  Blijf hier leven in ons midden,

  stuw ons naar elkander toe;

  blijf in armen om ons bidden

  en word uw gebed niet moe.

---

*174

#1

1

  Vader, die in de hemel zijt,

  verhaast in ons uw koninkrijk,

  dat recht en vrede komen!

  Maak ons vandaag nog bondgenoot

  tot vriend van hen die zijn in nood,

  wie alles is ontnomen.

  Verlos ons heden van het kwaad,

  van oorlog die voor brood doorgaat

  dat wij ons voor U schamen

  en nieuwe wegen leren

  die leiden tot een nieuw bestaan

  van recht en vrede,

  amen!

---

*175

#5

1

  (a)

  Onze Vader, onze Vader,

  ging Jouw Naam maar in het rond

  als een lopend vuur van liefde,

  morgenlicht en warmtebron.

2

  (v)

  Werd Jouw Rijk van recht en vrede

  door de mensen maar aanvaard,

  dan werd zelfs de wreedste natie

  tot een hemel hier op aard.

3

  (m)

  Laat niet af van onze wereld;

  geef het brood van alledag,

  dat wij delen met elkander

  zonder baat of winstbejag.

4

  (v)

  Wees genadig en vergevend,

  zoals wij dat willen zijn.

  Maar vernietig al wat kwaad is.

  Onze Vader, maak ons vrij.

5

  (a)

  Want door wie bestaat de aarde

  en de hoop op haar behoud?

  Door wie anders onze Vader,

  door wie anders dan door Jou.

---

*176

#3

1

  Heer, verhoor ons,

  Heer, verhoor ons,

  Heer, verhoor ons.

2

  God, onze Vader, wil naar ons horen,

  luister toch, nu wij bidden tot U!

3

  (m)

  Heer, verlos ons, Heer, bevrijd ons,

  hoor ons aan.

  Heer, verlos ons, Heer, bevrijd ons,

  hoor ons aan.

  (v)

  Heer, verlos ons, Heer, bevrijd ons,

  hoor ons aan.

  Heer, verlos ons, Heer, bevrijd ons,

  Hoor ons aan.

---

*177

#3

1

  (s)

  Zolang er honger is en dorst,

  zolang de oorlog woedt,

  zolang er pijn geleden wordt,

  zolang men onrecht doet,

  (a) refrein

  zijn wij onderweg,

  leven wij onrustig,

  hunkerend naar recht,

  zijn wij pas gelukkig

  wanneer al wat leeft

  eindelijk vrede heeft.

2

  (s)

  Zolang nog iemand eenzaam is,

  zolang nog iemand zucht,

  zolang nog iemand liefde mist,

  zolang nog iemand vlucht,

  (a) refrein

  zijn wij onderweg,

  leven wij onrustig,

  hunkerend naar recht,

  zijn wij pas gelukkig

  wanneer al wat leeft

  eindelijk vrede heeft.

3

  (s)

  Zolang de aarde wordt besmeurd,

  zolang een boom nog kwijnt,

  zolang een vuile zee nog treurt,

  zolang het dier verdwijnt,

  (a) refrein

  zijn wij onderweg,

  leven wij onrustig,

  hunkerend naar recht,

  zijn wij pas gelukkig

  wanneer al wat leeft

  eindelijk vrede heeft.

---

*178

#4

1

  (s)

  God wil geen honger en geen dorst,

  Hij wil geen oorlog, ziekte, pijn,

  God wil dat het weer vrede wordt,

  Hij wil dat wij gelukkig zijn.

2

  (a)

  God heeft het goede met ons voor,

  Hij kan geen kwaad, geen onrecht zien,

  Hij haat wat ons geluk verstoort,

  Wat ons verdriet doet Hem verdriet.

3

  (s)

  God lijdt aan wat ons zo benauwt,

  niet zijn maar onze wil geschiedt,

  Hij had zijn hoop op ons gebouwd

  maar wij gehoorzaamden Hem niet.

4

  (a)

  In God is licht, geen duisternis,

  Hij redt ons uit de diepste nacht,

  Hij vindt ons waar geen uitzicht is,

  wij komen stralend voor de dag.

---

*179

#2

1

  Wij geloven dat het leven goed wordt,

  waar het kwaad ook overwint,

  wij geloven in de grote toekomst,

  tegen beter weten in.

  God is trouw aan wat Hij heeft geschapen,

  onvermoeibaar zegent Hij de aarde,

  lijkt dit leven te vergeefs,

  niet te keren is zijn feest!

2

  Wij geloven in een duurzaam leven,

  onaantastbaar voor de dood,

  Wij geloven in de Here Jezus,

  die voorgoed het graf ontsloot.

  Hij geeft ons een plaats op deze aarde,

  alles heeft een ongekende waarde,

  vreugde krijgt de overhand,

  Jezus staat aan onze kant!

---

*180

#4

1

  (v)

  Hij zoekt geen nacht, geen roem, geen eer,

  Hij staat niet op zijn recht,

  een vreemdeling is onze Heer,

  hoe eenzaam is zijn weg.

  (a) refrein

  Zo sticht Hij zijn Koninkrijk,

  het Rijk van grote vrede,

  zo brengt Hij gerechtigheid,

  Hij wil de minste zijn.

2

  (m)

  Hij bidt voor wie Hem plaagt en grieft,

  vergeldt geen kwaad met kwaad,

  zijn ergste vijand heeft Hij lief,

  Hij zegent wie Hem haat.

  (a) refrein

  Zo sticht Hij zijn Koninkrijk,

  het Rijk van grote vrede,

  zo brengt Hij gerechtigheid,

  Hij wil de minste zijn.

3

  (v)

  Dat kan niet goed gaan, Hij moet dood,

  Hij wordt niet meer geduld,

  Hij komt aan 't kruis, Hij buigt zijn hoofd,

  Hij heeft de wet vervuld.

  (a) refrein

  Zo sticht Hij zijn Koninkrijk,

  het Rijk van grote vrede,

  zo brengt Hij gerechtigheid,

  Hij wil de minste zijn.

4

  (a)

  Zijn weg loopt dood, zijn weg loopt dood,

  zijn liefde triomfeert,

  Hij leeft ons Gods bedoeling voor,

  wij volgen onze Heer.

  (a) refrein

  Zo sticht Hij zijn Koninkrijk,

  het Rijk van grote vrede,

  zo brengt Hij gerechtigheid,

  Hij wil de minste zijn.

---

*181

#5

1

  (v)

  Licht in onze ogen,

  dagelijkse zon,

  uitzicht veel belovend,

  glimlach om Gods mond.

2

  (m)

  Vrijheid van beweging,

  richting die wij gaan,

  ruimte om te leven,

  zin van ons bestaan.

3

  (v)

  Brood op onze tafel,

  herder die ons hoedt,

  bron van levend water,

  land van overvloed.

4

  Hart van deze aarde,

  dak boven ons hoofd,

  blijk van Gods genade,

  broeder, huisgenoot.

5

  (a)

  Vrede allerwegen,

  kracht die ons vervult,

  hand van God die zegent,

  Jezus ons geluk.

---

*182

#6

1

  (s)

  Wie is de God die eeuwig leeft

  en al wat is geschapen heeft,

  die oerbegin en einde is,

  de zin van de geschiedenis?

2

  (v)

  De Vader die de wereld schiep,

  de stem die ons tot leven riep:

  Dat is mijn God, Ik roep Hem aan

  en zeg Hem dank voor mijn bestaan.

3

  (s)

  Wie is dat ene mensenkind

  dat anderen zozeer bemint

  dat Hij zich aan een kruis liet slaan,

  ons nog doet vragen naar zijn naam.

4

  (m)

  De Zoon die ons geboren is,

  het licht in onze duisternis,

  voor kleine mensen, diep in nood,

  een hoopvol woord tot in de dood.

5

  (s)

  Wie zingt in ons dat ene lied:

  het leven doet de dood teniet?

  Verlangen dat maar niet verslijt,

  een ademtocht van eeuwigheid.

6

  (s)

  De Geest die ons de ruimte geeft,

  de levenskracht die ons beweegt,

  de liefde krijgt de overhand

  en aarde wordt tot vruchtbaar land.

---

*183

#4

1

  (s)

  Is God een woord, een vreemd verhaal,

  in onverstaanbaar vreemde taal?

  (a)

  God is het woord van het begin,

  het blaast de mensen leven in.

2

  (s)

  Is God de vrucht van fantasie:

  ik zie, ik zie wat jij niet ziet?

  (v)

  God is de oorsprong van het licht,

  Hij geeft de mensen het gezicht.

3

  (s)

  is God de vrucht voor eenzaamheid,

  een wankel baken in de tijd?

  (m)

  God is een groot en stil geheim

  zolang wij broze mensen zijn.

4

  (s)

  Is God een vraag, die niet verstomt

  in ieders hart, in ieders mond?

  (a)

  God is voor ons levende stem:

  een mensenzoon, luister naar Hem.

---

*184

#6

1

  (v)

  Geen God van donder en geweld,

  geen God die vreemde eisen stelt,

  geen God om voor te beven.

  (m)

  Een God is Hij voor jou en mij,

  zo vriendelijk de mens nabij,

  een God om mee te leven.

2

  (v)

  Geen God van vroeger eens geweest,

  geen God die 't huidig heden vreest,

  geen God van oude vragen.

  (m)

  Een God is Hij voor jou en mij,

  zo hier en nu de mens nabij,

  een God voor onze dagen.

3

  (m)

  Geen God van achter zon en maan,

  geen God hier mijlenver vandaan,

  geen God uit verre streken.

  (v)

  Een God is Hij voor jou en mij,

  zo van dichtbij de mens nabij,

  een God om mee te spreken.

4

  (m)

  Geen God van een of ander lied,

  geen God-met-ons, van jullie niet,

  geen God van ja-en-amen.

  (v)

  Een God is Hij voor jou en mij,

  zo ongekend de mens nabij,

  een God met vele namen.

5

  (m)

  Geen God die je uit boeken leert,

  Geen God zoals men beweert,

  Geen God van goed onthouden!

  (a)

  Een God is Hij voor jou en mij,

  zo liefelijk de mens nabij,

  een God om van te houden.

6

  (v)

  Geen God van 'k moet-het-eerst-nog-zien,

  geen God van is-'t-waar-misschien?

  Geen God van wie-zal-'t-weten?

  (a)

  Een God is Hij voor jou en mij,

  zo menselijk de mens nabij,

  een God die mens wil heten.

---

*185

#4

1

  (s)

  Alles wat God geschapen heeft,

  het land, de dieren en de dingen,

  al wat Hij eigen handig geeft:

  het is een Boek dat Hij ons schreef,

  het is een teken van zijn vinger.

2

  (v)

  En Hij schreef ook met vaste hand

  al zijn geboden en zijn rechten

  voor die gaan wonen in het land,

  zijn vinger wijst de overkant,

  want onze Heer bevrijdt zijn knechten.

3

  Ja, Hij verdraagt hun boze list,

  de oorlog die wij Hem verklaarden,

  het doodsbevel de broedertwist:

  Hij heeft het handschrift uitgewist,

  zo wijst zijn bloed de weg op aarde.

4

  (a)

  En worden wij door hogerhand

  als schuldenaars voor Hem vergaderd,

  Houdt ons geding voor niemand stand,

  dan schrijft zijn vinger in het zand

  nog eenmaal woorden van genade.

---

*186

#3

1

  God die ons heeft voorzien

  en kent bij onze naam,

  die ons ten leve riep

  en houdt in het bestaan,

  Hij heeft ons voorbestemd

  te lijken op zijn Zoon

  die mens is zoals wij

  en in ons midden woont.

2

  Hij heeft zijn eigen Zoon

  geen enkel leed bespaard.

  Hij heeft ten einde toe

  zijn Geest geopenbaard.

  Als God zo voor ons is,

  wie zal dan tegen zijn?

  Al wat ons overkomt

  zal hoop en zegen zijn.

3

  Wie zal ons scheiden ooit

  van God ons goed en bloed.

  Geen toekomst en geen dood

  bedreigt ons meer voorgoed.

  Genadig en getrouw

  wil Hij mijn vrede zijn.

  Geen mens die Hem weerhoudt

  om onze God te zijn.

---

*187

#2

1

  I

  'k Stel mijn vertrou-

  wen op de Heer mijn God.

  Want in zijn hand

  ligt heel mijn levenslot.

2

  Hem heb ik lief,

  zijn vrede woont in mij.

  'k Zie naar Hem op en weet:

  Hij is mij steeds nabij.

---

*188

#3

1

  (a)

  Ik geloof in God de Vader,

  groot in wijsheid en in macht

  (v)

  die de hemel en de aarde

  door zijn woord heeft voortgebracht

  (m)

  die de mens als kroon van de schepping

  naar zijn beeld geschapen heeft

  (a)

  en nog in zijn grote liefde

  alles draagt en aanzien geeft.

2

  (a)

  Ik geloof in Jezus Christus

  's Vaders eengeboren Zoon,

  (v)

  mens geworden om ons mensen,

  lijdend onze smaad en hoon;

  (m)

  die gestorven aan de zonde

  opstond ter rechtvaardiging

  (a)

  en ten hemel is gevaren

  waar Hij alle macht ontving.

3

  (a)

  Ik loof de Heilige Geest,

  die God als Gids gegeven heeft

  (v)

  en een kerk die in alle tijden

  enkel op zijn adem leeft.

  (m)

  Ik geloof de schuldvergeving

  en ook de herrijzenis.

  (a)

  Ik geloof een eeuwig leven,

  dat in God geborgen is.

---

*189

#4

1

  (a)

  Ik geloof in de God die het begin

  en de laatste zin van de dingen is:

  Een God zonder wie er geen mensen bestaan,

  ons leven maar schijn is, een schim zonder naam.

2

  (m)

  Ik geloof in de God die Abraham

  uit zijn land op weg riep naar Kanaan:

  Een God van belofte die mensen bevrijdt,

  ons leven ten dode met toekomst verrijkt.

3

  (v)

  Ik geloof in de God die mateloos

  in een medemens onze zijde koos:

  Een God die een Vader voor mensen wil zijn,

  ons leven ten einde toe hoopvol laat zijn.

4

  (a)

  Ik geloof in de God die ons getrouw

  door zijn Woord en Geest in het leven houdt:

  Een God die geen mensen verloren laat gaan,

  ons leven ten volle vervult van zijn naam.

---

*190

#4

1

  (s)

  Godsnaam die veelbelovend is,

  weerlicht in de geschiedenis:

  Uw woord klinkt uit de hoogte.

  En toch is daar uw woning niet

  de sterren en het diep verschiet

  zijn niet wat Gij beoogd.

  refrein

  Het ongehoorde krijgt zijn stem,

  wie niet gezien is hoort bij Hem

  mag sprekend op Hem lijken!

2

  (v)

  Gij zijt een vreemd en ver gezicht,

  de toekomst in een ander licht

  van hogerhand gegeven.

  Wees weduwe en vreemdeling

  als streep door onze rekening,

  Gij tekent voor hun leven.

  (a) refrein

  Het ongehoorde krijgt zijn stem,

  wie niet gezien is hoort bij Hem

  mag sprekend op Hem lijken!

3

  (m)

  Een mens, een kus van vrede en recht,

  die wereld is ons toegezegd,

  maar viel ons uit de handen.

  Een toch houdt Gij uw armen vrij

  het heil is rakelings nabij,

  't ligt op een steenworp afstand.

  (a) refrein

  Het ongehoorde krijgt zijn stem,

  wie niet gezien is hoort bij Hem

  mag sprekend op Hem lijken!

4

  (a)

  Gij staat te boek als ons tegoed,

  waar het niet gaan kan, kruipt uw bloed,

  wij zijn met pijn geboren,

  niets om het lijf dan God alleen,

  aan tafel komen wij bij-Een,

  daar gaat de toekomst gloren.

  refrein

  Het ongehoorde krijgt zijn stem,

  wie niet gezien is hoort bij Hem

  mag sprekend op Hem lijken!

---

*191

#4

1

  (a)

  Wij leggen onze gaven

  bij die van andren neer.

  Alleen wanneer wij delen

  kan ieder leven, Heer.

2

  (v)

  Allen wanneer wij leven

  krijgt elk zijn part en deel,

  en heeft op aarde niemand

  te weinig of te veel.

3

  (m)

  Door ons bezit te delen

  geschiedt gerechtigheid.

  en wie niet wenst te delen

  is zijn bestaansrecht kwijt.

4

  (a)

  Wij leggen onze gaven

  bij alle andren neer,

  opdat in deze wereld

  uw vrede wone, Heer.

---

*192

#3

1

  Kun je sparen, kun je sparen,

  iets van wat je krijgt bewaren?

  Ook al is het niet zo veel:

  Als je 't opspaart wordt het veel!

2

  Kun je sparen, kun je sparen,

  voor een ander iets bewaren?

  Iemand die te weinig heeft

  is heel blij met wat jij geeft.

3

  Spaar het leven. Spaar het leven

  Daarom is het ons gegeven.

  Door te delen met elkaar

  maken we ons leven waar!

---

*193

#1

1

  Wij hebben geld gekregen

  om het weer door te geven,

  opdat wij samen leven

  een vreugdevol bestaan,

  een vreugdevol bestaan.

---

*194

#5

1

  (v)

  Vraagt iemand brood,

  geef hem te eten,

  is ergens nood,

  wees tot een zegen,

2

  (m)

  Lijdt iemand kou,

  haal hem naar binnen,

  roept iemand jou,

  laat je dan vinden.

3

  (v)

  Is iemand ziek,

  ga hem bezoeken,

  is er verdriet,

  toon je een broeder.

4

  (m)

  Leef voor de Heer,

  vriend van de armen,

  Hij zoekt zijn eer

  in ons erbarmen.

5

  (a)

  Leef voor de Heer,

  kies voor de armen,

  leef voor de Heer,

  wees hartverwarmend.

---

*195

#2

1

  Elke dag kijken ogen mij van verre aan,

  ogen sprekend van bittere nood.

  Waarom heb je zoveel

  en ikzelf bijna niets,

  ogen vragend om dagelijks brood.

2

  Maar wij kijken zo gauw naar een andere kant,

  denken slechts aan ons eigen bestaan.

  Leer ons delen met mensen

  die vragen om brood,

  in het spoor van uw liefde te gaan.

---

*196

#4

1

  Wie weet zich uitverkoren?

  Eist voor zichzelf de eer

  al tot Gods volk te horen,

  gemeente van de Heer?

2

  Wie zwervers niet wil laven,

  niet voor de armen strijdt,

  deelt ook niet in Gods gaven

  en zijn geborgenheid.

3

  Maar voor wie in zijn wegen

  wandelen in zijn hand,

  verkeert Hij vloekt in zegen,

  woestijn in vruchtbaar land.

4

  Zij loven dan zijn daden,

  zingend met luider stem,

  stijgend langs lichte paden,

  op naar Jeruzalem.

---

*197

#3

1

  Wij willen gaven delen

  met mensen wereldwijd.

  Want delen wordt tot helen

  wanneer de ander lijdt.

  De heer heeft zich gegeven

  en deelde onze nood.

  Zo heelde Hij ons leven,

  Hij is het levend brood.

2

  Ver waren wij gaan dwalen,

  de wijde wereld rond.

  Maar 't was slechts om te halen

  en hebzucht was de grond.

  Het rijk dat wij zo bouwden

  hield in de tijd geen stand.

  Wat wij als groots beschouwden

  sloeg men ons uit de hand.

3

  Meer dan wij konden dromen

  geschiedt in onze tijd.

  Er is een weg gekomen

  van wederkerigheid.

  Nu leren wij ontvangen;

  zij geven van hun kant.

  Geen strijd meer om belangen

  zo komt Gods rijk tot stand.

---

*198

#2

1

  Leef met elkaar, sprak de Heer, en ga niet stelen,

  leef met elkaar als een wereldwijd gezin,

  eerlijk moeten jullie alles verdelen,

  kijk om je heen en maak maar een begin.

  Wees barmhartig, lenig nood,

  vecht voor elkaar, geef de ander brood.

2

  Wees niet tevreden zolang nog een verkommert,

  Wees niet tevreden zolang nog iemand lijdt,

  gezegend wie naar gerechtigheid hongert,

  gelukkig hij wie zijn naaste bevrijdt.

  leef niet voor jezelf alleen,

  samen met anderen ben je een.

---

*199

#4

1

  Ik zal er zijn voor jou

  zo heeft de Heer gezegd.

  Ik zal er zijn voor jou

  met vrede en met recht.

2

  Ik zal er zijn voor jou

  met wijn, een stukje brood.

  Ik zal er zijn voor jou

  mijn liefde is zo groot.

3

  Ik zal er zijn voor jou

  een schaduw aan je zij.

  Ik zal er zijn voor jou

  Ik ben er altijd bij.

4

  Ik zal er zijn voor jou

  Ik laat je niet alleen.

  Ik zal er zijn voor jou

  mijn licht straalt om je heen.

---

*200

#1

1

  Wij zijn hier bijeen

  om gemeenschap te voeden,

  er staat voor ons allen

  een maaltijd klaar.

  Wij danken van harte

  voor al het goede

  en reiken de beker,

  de schaal naar elkaar.

---

*201

#4

1

  (s)

  De tafel van samen, de tafel is gedekt.

  Wij mogen komen eten en niemand wordt vergeten.

  De tafel van samen, de tafel is gedekt.

  't Geheim van het leven wordt zomaar verstrekt.

2

  (v)

  Wij delen, wij delen gewoon het daaglijks brood.

  Dit brood houdt ons in leven door God is het gegeven.

  Wij delen, wij delen gewoon het daaglijks brood,

  en denken aan Jezus, zijn lijden zijn dood.

3

  (s)

  De tafel van samen, de tafel van het goed,

  daar wordt de wijn geschonken en mondjesmaat gedronken.

  De tafel van samen, de tafel van het goed,

  daar vinden wij vrede, in overvloed.

4

  (a)

  Wij vieren de maaltijd, wij vieren samen feest.

  Hier durven wij te dromen dat alles goed zal komen.

  Wij vieren de maaltijd, wij vieren samen feest

  in de naam van de Vader, de Zoon en de Geest.

---

*202

#5

1

  (a)

  Wij worden genodigd aan de tafel te gaan,

  te vieren met brood en met wijn

  het feest, zoals Jezus het ook heeft gedaan:

  Wij willen zijn leerlingen zijn.

2

  (s)

  Waarom is het feest in de kerk hier vandaag?

  Waarom toch die wijn en dat brood?

  (a)

  Het antwoord is evenals toen op die vraag:

  Wij werden bevrijd van de dood.

3

  (m)

  Eens waren wij slaaf, maar God maakte ons vrij

  en leidde ons door de woestijn

  naar het land van belofte. Daar mogen ook wij

  weer leren Gods kindren te zijn.

4

  (v)

  Wie leert ons dat beter dan Jezus, de Heer!

  Hij zelf heeft het ons voorgedaan.

  Al is het vaak moeilijk, toch zullen wij weer

  Hem volgen, waar Hij is gegaan.

5

  (a)

  Totdat eens de dag komt, dat ieder het weet.

  Dan zingen de mensen verblijd:

  Hij is onze koning, voorbij is het leed,

  Hij heeft van de dood ons bevrijd!

---

*203

#3

1

  Een lied rond de tafel

  met wijn in overvloed.

  Een lied rond de tafel

  met brood dat leven doet.

  Daarvan wil ik zingen

  een liedje keer op keer

  want ik deel er de dingen

  en alles smaakt naar meer.

2

  Een lied rond de tafel

  van Jezus in de zaal.

  Een lied rond de tafel

  van 't laatste avondmaal.

  Daarvan wil ik zingen

  een liedje o zo graag

  want ik deel er de dingen

  en dat heeft Hij gevraag.

3

  Een lied rond de tafel

  van onze wereld groot.

  Een lied rond de tafel van:

  iedereen wil brood.

  Daarvan wil ik zingen

  een liedje keer op keer

  want ik deel er de dingen

  en daar is Jezus weer.

---

*204

#1

1

  Heilig, heilig, heilig is de Heer

  onze God.

  Heilig, heilig, heilig is de Heer

  onze God.

  De aarde is vol van zijn glorie,

  de aarde is vol van zijn glorie,

  heilig is de Heer.

---

*205

#1

1

  Gezegend Hij die komt,

  die komt in de Naam des Heren.

  Gezegend Hij die komt,

  die komt in de Naam van God.

  Hosanna, de Zoon van David.

  Hosanna, de Zoon van David.

  Gezegend Hij die komt.

---

*206

#2

1

  Eten en drinken gaan wij bij de Heer.

  Hij is gestorven, maar eens komt Hij weer.

2

  Wij willen denken aan Hem, dat Hij stierf

  en dat Hij opstond: ons leven verwierf.

---

*207

#2

1

  Kom Here Jezus, kom toch,

  ja kom Heer!

  Maranatha, zo roepen wij!

2

  I Morgenlicht breng ons vrede.

  II Morgenlicht breng ons vrede.

  III Wij zingen voor uw komst,

      o Heer.

  IV Wij zingen voor uw komst,

     o Heer.

---

*208

#1

1

  Onze Vader die in de hemelen zijt,

  uw naam worde geheiligd;

  uw koninkrijk kome.

  Uw wil geschiede,

  gelijk in de hemel alzo ook op de aarde.

  Geef ons heden ons dagelijks brood

  en vergeef ons onze schulden,

  gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren.

  En leid ons niet in verzoeking,

  maar verlos ons van de boze.

  Want van U is het koninkrijk

  en de kracht en de heerlijkheid,

  tot in eeuwigheid.

  Amen.

---

*209

#2

1

  Lam van God,

  U draagt de zonden van ons weg,

  van heel de wereld weg.

  Ontferm U over ons.

  Ontferm U Heer!

2

  Lam van God,

  U draagt de zonden van ons weg,

  van heel de wereld weg.

  Geef ons uw vrede, Heer.

  geef vrede, Heer!

---

*210

#3

1

  Eet en drinkt van brood en wijn

  tot mijn gedachtenis

  en weet dat er in angst en pijn

  een weg naar vrede is.

2

  Deel het leven met elkaar

  tot mijn gedachtenis

  en schenkt elkaar

  voor alle haat alleen vergiffenis.

3

  Leef in liefde met elkaar

  tot mijn gedachtenis

  en maakt zo in uw daden

  waar dat leven geven is.

---

*211

#5

1

  (v)

  Gij hebt ons toegesproken

  tot in de diepste nood.

  Uw lichaam werd gebroken,

  uw vlees is waarlijk brood.

  (a) refrein

  Neem Gods woord met hart en mond,

  eet en drinkt zijn nieuw verbond,

  gedenk uw Heer totdat Hij wederkomt.

2

  (m)

  Waar velen zijn gestorven

  hebt Gij ons honderdvoud

  een nieuw bestaan verworven

  Gij zijt ons lijfsbehoud.

  (geen refrein)

3

  (v)

  Gij roept ons uit de zonde,

  Gij maakt ons brood en wijn,

  om met elkaar verbonden

  opnieuw uw volk te zijn.

  (a) refrein

  Neem Gods woord met hart en mond,

  eet en drinkt zijn nieuw verbond,

  gedenk uw Heer totdat Hij wederkomt.

4

  (m)

  O lichaam ons gegeven

  o Heer van ons bestaan,

  geef dat wij van U leven

  en niet verloren gaan.

  (geen refrein)

5

  (a)

  Heer God, hier in ons midden,

  maak uw belofte waar.

  Nu laat uw woord geschieden

  en schenk ons aan elkaar.

  (a) refrein

  Neem Gods woord met hart en mond,

  eet en drinkt zijn nieuw verbond,

  gedenk uw Heer totdat Hij wederkomt.

---

*212

#4

1

  Vrede, vrede aan de mensen,

  vrede mag je altijd wensen.

  Vrede is een heilig woord,

  elk mens heeft dat woord gehoord.

2

  God geeft vrede aan de mensen,

  'k mag voor jou ook vrede wensen.

  Met elkaar in vrede gaan,

  Jezus heeft het voor gedaan.

3

  Vrede voor jou, vrede voor jou,

  open je handen, vrede voor jou,

  Vrede, vrede, vrede voor jou,

  vrede voor jou,

  geef me je handen,

  vrede voor jou.

4

  Nu groeten wij elkaar

  van aangezicht tot aangezicht

  en wensen elkaar vrede toe en licht.

---

*213

#3

1

  Dit is het brood voor onderweg

  dat honger stilt door breken.

  Wie gaat de lange levensweg

  die zal geen wijn ontbreken.

  Het is de Heer die voor ons ging,

  een maaltijd van herinnering.

  Hij at en dronk met vrienden.

2

  Hetzelfde brood in onze hand,

  het brood dat breekt door delen.

  Dezelfde wijn als onderpand

  die lest de dorst van velen.

  Dezelfde Heer die in ons leeft

  dezelfde Geest die adem geeft:

  er is weer hoop voor mensen.

3

  Bij ons is ooit een opgestaan

  uit diepe moedeloosheid;

  bij ons heeft een ooit goed gedaan:

  Hij overwon de boosheid.

  Hij schonk de wijn en gaf zijn bloed;

  Hij brak het brood tot overvloed;

  de beste wijn voor 't laatste.

---

*214

#2

1

  Onderweg door woestijnen,

  water en brood.

  onderweg door woestijnen,

  hitte en nood.

  onderweg door de nacht,

  blijf ons nabij:

  Heer, wij zouden vergaan.

  refrein

  Wij hebben God gevonden,

  want Hij heeft ons gewekt.

  Wij hebben God gevonden,

  wij hebben Hem ontdekt.

  Een nieuw verbond,

  een nieuwe dronk,

  een stukje brood tegen de dood.

  Een nieuw verbond,

  een nieuwe dronk,

  een stukje brood tegen de dood.

2

  Onderweg door de tijden,

  onmacht en sleur.

  Onderweg over kruisen,

  angst en terreur.

  Onderweg door de dood,

  blijf ons nabij:

  Heer, laat ons niet vergaan.

  refrein

  Wij hebben God gevonden,

  wij hebben Hem ontdekt.

  Een nieuw verbond,

  een nieuwe dronk,

  een stukje brood tegen de dood.

  Een nieuw verbond,

  een nieuwe dronk,

  een stukje brood tegen de dood.

---

*215

#3

1

  (s)

  Hij brak het brood

  en nam zijn dood

  in eigen hand.

  Hij gaf de wijn,

  zijn stervenspijn,

  ons in de hand.

2

  (v)

  Nu gaat zijn dood

  als levensbrood

  van hand tot hand:

  zijn stervenspijn

  wordt vreugdewijn

  in ieders hand.

3

  Leven en dood

  zijn wijn en brood

  in onze hand:

  Zo zal voortaan

  de dood een gaan

  ten leven zijn.

---

*216

#5

1

  (s)

  Als wij weer het brood gaan breken

  dat Gij, Heer, ons geeft,

  leer ons dan met hem te delen

  die geen deel van leven heeft.

2

  (v)

  Als wij van de feestwijn drinken

  die Gij, Heer, ons geeft,

  leer ons dan om te gedenken,

  wie een lege beker heeft.

3

  (a)

  Als wij samen in de kring staan

  om wat Gij ons geeft,

  leer ons dan om vast te houden

  wie geen hand in handen heeft.

4

  (m)

  Als wij weer de lofzang zingen

  om wat Gij ons geeft,

  leer ons dan voor hem te roepen

  die geen stem meer over heeft.

5

  (a)

  Als wij zo de toekomst vieren

  die Gij, Heer, ons geeft,

  leer ons dan vandaag te zorgen

  voor wie zelfs geen morgen heeft.

---

*217

#3

1

  Kom uit de dood, je bent gewekt,

  de tafel staat voor jou gedekt.

  Kom eet het brood, wees een met mij.

  Kom drink de wijn om een te zijn.

2

  Kom uit de dood, je bent gewekt,

  de tafel staat voor jou gedekt.

  Ga en verdeel, deel uit van mij,

  wees zelf het brood, wees zelf de wijn.

3

  Kom uit de dood, je bent gewekt,

  de tafel staat voor jou gedekt.

  Laat het nu gaan van mond tot mond,

  sluit overal het nieuw verbond.

---

*218

#3

1

  De Here is mijn herder,

  mij ontbreekt niets.

  Hij doet mij nederliggen

  in grazige weiden.

  Hij voert mij aan rustige waatren;

  Hij verkwikt mijn ziel.

  Hij leidt mij in rechte sporen

  om zijns naams wil.

2

  Zelfs ga ik door een dal

  van diepe duisternis,

  ik vrees geen kwaad,

  want Gij zijt bij mij;

  uw stok en uw staf,

  die vertroosten mij.

  Gij richt voor mij een dis aan

  voor de ogen van wie mij benauwen.

3

  Gij zalft mijn hoofd met olie,

  mijn beker vloeit over.

  Ja heil en goedertierenheid

  zullen mij volgen al de dagen

  van mijn leven;

  Ik zal in het huis des Heren verblijven

  tot in lengte van jaren.

---

*219

#6

1

  (a)

  Wie kent er niet het oud verhaal

  van Jezus' laatste avondmaal,

  daar in die stille bovenzaal?

2

  (a)

  In stille eerbied horen wij hoe,

  met de twaalf verzameld,

  Hij hun voeten wast' en daarbij zei:

3

  (s)

  "Dit doe Ik als een teken u,

  dat Ik het minste werk niet schuw;

  wast dan elkanders voeten nu!"

4

  (a)

  Toen nam de Meester zelf het brood,

  brak het ten teken van zijn dood,

  waarna Hij het hun allen bood.

5

  (a)

  Vervolgens ook de beker wijn;

  die zou voortaan het teken zijn

  van 't nieuw verbond, door nood en pijn.

6

  (s)

  "Doet dit tot mijn gedachtenis"

  zo sprak Hij. En nog altijd is

  zijn kerk bijeen om deze dis.

---

*220

#6

1

  (s)

  Er is een land van dromen

  waar niemand in kan komen.

  De dromen gaan hun eigen gang,

  soms ben ik blij, soms bang,

2

  (v)

  De dromen zijn bij mensen

  vaak onvervulde wensen.

  Maar elke droom vergeet ik toch

  want dromen zijn bedrog.

3

  (m)

  Toch wilde God door dromen

  ook tot de mensen komen

  en in een droom of nachtgezicht

  gaf hij de mensen licht.

4

  (v)

  Aan ons heeft God gegeven

  een droom van eeuwig leven.

  Met open oog, bij helder licht,

  zien wij een vergezicht.

5

  (m)

  Eens zal er toch iets komen

  wat meer is dan mijn dromen.

  Het ongedroomde wordt dan waar:

  Het nieuwe rijk is daar.

6

  (s)

  Ik droom met ogen open

  en blijf verwachten, hopen.

  Het rijk van God, dat komt er toch,

  die droom is geen bedrog.

---

*221

#4

1

  (a)

  Van de vrede blijf je dromen,

  van een wereld in het groen,

  waar verdriet niet meer kan komen,

  waar geen mens je kwaad zal doen.

  Niemand bang meer en alleen,

  zon en warmte om je heen.

  Niemand bang meer en alleen,

  zon en warmte om je heen.

2

  (v)

  Same zullen wij weer leren

  van de vrede, hoe dat moet,

  hoe je onrecht om kunt keren

  tot iets heels en tot iets goeds.

  Zodat alles anders wordt,

  dichterbij de droom van God.

  Zodat alles anders wordt,

  dichterbij de droom van God.

3

  (m)

  Van raketten en van zwaarden

  maken wij gewoon een ploeg

  en wij zaaien op de aarde

  graan voor allen, brood genoeg.

  Liefde huist in elke straat,

  niemand wordt er meer soldaat.

  Liefde huist in elke straat

  niemand wordt er meer soldaat.

4

  Van de vrede blijf je dromen,

  jij zult zien, soms, hier en daar,

  hoe er steeds meer mensen komen

  die niet vechten met elkaar.

  Die de wegen gaan van God

  tot de aarde hemel wordt.

  Die de wegen gaan van God

  tot de aarde hemel wordt.

---

*222

#6

1

  (s)

  Wij mensen blijven dromen,

  dromen en vergezichten zien,

  een nieuwe aarde die gaat komen,

  te vinden al misschien.

2

  (v)

  Wij dromen van de mensenrechten

  die ieder mens dan heeft,

  niet langer tegen onrecht vechten,

  daar 't recht van liefde leeft.

3

  (a)

  Verdwenen zijn de diktaturen,

  gevangenschap en pijn,

  verbanning en verdriet verduren,

  God zelf zal bij ons zijn.

4

  (s)

  Wie in die dromen durft geloven

  voelt zelf verandering,

  vertwijfeling en wanhoop

  doven in blijde aarzeling.

5

  (v)

  En licht en sterk, vol zachte krachten

  die onverzettelijk zijn,

  bevechten wij de kwade machten

  die niet te tellen zijn.

6

  (a)

  Waar mensen putten uit de bronnen

  van droom als werklijkheid,

  Daar is Gods toekomst al begonnen

  in onze levenstijd.

---

*223

#3

1

  Wij dromen onze droom,

  ook als de meesten honen,

  wij dromen onze droom

  dat alles anders wordt.

  Dat er geen bloem van plastic is,

  de wapenhandel doodgebloed,

  dat dan de lach geen masker is,

  zo wordt het leven goed.

2

  Wij dromen onze droom,

  ook als de meesten tergen,

  wij dromen onze droom

  dat alles anders wordt.

  Dat er geen held meer voorrang heeft,

  dat afkomst nergens meer toe doet,

  dat waarheid dan weer kiemkans heeft:

  Zo wordt het leven goed.

3

  Wij dromen onze droom,

  wekken haar tot het leven,

  wij dromen onze droom

  en toekomst wordt een taak.

  Dat niemand boven andren staat,

  dat Christus ons in 't vlees begroet,

  dat dan de dood niet meer bestaat:

  Zo wordt het leven goed.

---

*224

#3

1

  Wie moet zwijgen zal gaan spreken,

  boventoon zal ondergaan,

  armen zullen breeduit lachen,

  rijken leeg en schuldig staan.

  Tronen, banken, macht en statie,

  grof geschut dwingelandij,

  winst uit nood, eer over lijken,

  al die dingen gaan voorbij.

2

  Blinden zien en doven horen,

  stommen spreken, lammen gaan,

  mens voor mens komt God ons tegen

  en hij mag voorgoed bestaan.

  Niemand ziet zijn levenseinde

  als bedreiging van het lot,

  ieder weet zich dood of levend

  onaantastbaar kind van God.

3

  Wie zich met zijn eigen leven

  overgeeft aan deze droom,

  die zal mensen tegenkomen,

  last en lijden, tegenstroom.

  Die zal leven, klein, verborgen,

  solidair en zonder grens.

  Die zal, weerloos, ooit nog worden

  mensenbrood en toekomstmens.

---

*225

#2

1

  Leve het leven:

  Meer dan slaafs bestaan;

  in het licht geheven,

  uit de dood vandaan,

  vieren wij de dromen

  aan ons doorverteld

  dat de dag zal komen

  van verstoord geweld.

  Leve het leven:

  't Uur van vrijheid slaat.

  Leve het lieve leven

  dat de dood weerstaat.

2

  Leve wie treuren,

  arm en klein van geest.

  't staat nu te gebeuren

  dat de pijn geneest

  van wie werd geslagen,

  vervolgd en onderdrukt.

  Na de nacht zal 't dagen:

  opstanding gelukt!

  Lang zal hij leven

  die verrijznis vindt.

  Leve lang het leven,

  dat vandaag begint

---

*226

#4

1

  (s)

  Hij zal opkomen voor de misdeelden,

  Hij zal de machten die ons dwingen

  breken en binden, Hij zal leven,

  onvergankelijk, als de zon.

  (a) refrein

  Voor kleine mensen is Hij bereikbaar,

  Hij geeft hoop aan rechtelozen,

  hun bloed is kostbaar in zijn ogen,

  Hij koopt hen vrij uit het slavenhuis.

2

  (v)

  Zoals de dauw die de aarde drenkt,

  zo zal Hij komen en in die dagen

  zullen trouw en waarachtigheid bloeien,

  zal er vrede in overvloed zijn.

  (geen refrein)

3

  (m)

  Dan dragen de bergen schoven van vrede

  en de heuvels een oogst van gerechtigheid,

  een vloed van koren, golvende velden,

  een stad rijst op uit een zee van groen.

  (a) refrein

  Voor kleine mensen is Hij bereikbaar,

  Hij geeft hoop aan rechtelozen,

  hun bloed is kostbaar in zijn ogen,

  Hij koopt hen vrij uit het slavenhuis.

4

  (s)

  Zijn naam is tot in eeuwigheid,

  zolang de zon staat aan de hemel.

  Zijn naam gaat rond over de aarde,

  een woord van vrede, van mens tot mens.

  (a) refrein

  Voor kleine mensen is Hij bereikbaar,

  Hij geeft hoop aan rechtelozen,

  hun bloed is kostbaar in zijn ogen,

  Hij koopt hen vrij uit het slavenhuis.

---

*227

#6

1

  (s)

  Straten vol met groene bomen

  ik zie bloemen door het asfalt komen.

  Mensen niet meer weggeplukt,

  haren niet meer uitgerukt.

2

  (v)

  Vogels-schone veren-vliegen,

  ik zie schoonheid die niet kan bedriegen.

  Mensen niet meer uitgeteld,

  vleugellam of neergeveld.

  (a) refrein

  Voor wat ik wel kan dromen

  weet ik niet op of in te staan ...

  Geef mij een opmerkzaam hart,

  waar door Gij in en uit kunt gaan.

3

  (s)

  Zeeen blauw, vol frisse vissen,

  ik zie monden die iets moois beslissen.

  Mensen niet meer opgebracht,

  niet als honden afgeslacht.

4

  (v)

  Hemel, ozon zonder gaten,

  'k zie de walvis weer met rust gelaten.

  Mensen niet meer blind en wreed,

  aarde niet meer uitgekleed.

  (a) refrein

  Voor wat ik wel kan dromen

  weet ik niet op of in te staan ...

  Geef mij een opmerkzaam hart,

  waar door Gij in en uit kunt gaan.

5

  (s)

  Uitgelezen levenskansen,

  ik zie koningen die daarvoor dansen.

  Mensen van een God vervuld,

  die hun majesteit onthult.

6

  (v)

  Onvervalste profetieen;

  'k zie een herderszoon, een knecht op knieen.

  menslief, clown of koningskind,

  God geeft dat je vrede vindt.

  (a) refrein

  Voor wat ik wel kan dromen,

  weet ik niet op of in te staan...

  Geef mij een opmerkzaam hart.

  waar door Gij in en uit kunt gaan.

---

*228

#3

1

  (m)

  De wijze woorden en het groot vertoon

  (a)

  de goed sier van goede werken

  (m)

  de ijdelheden op hun pauwentroon

  (a)

  de luchtkastelen van de sterken

  (m)

  al wat hoog staat aangeschreven

  zal Gods woord niet overleven

  hij wiens kracht in onze zwakheid woont

  (a)

  beschaam de ogen van de sterken.

2

  (v)

  Zijn woord wil deze wereld omkeren:

  (a)

  dat lachen zullen zij die wenen

  (v)

  dat wonen zal wie hier geen woonplaats heeft

  (a)

  Dat dorst en honger zijn verdreven -

  (v)

  de onvruchtbare zal vruchtbaar zijn

  die geen vader was zal vader zijn

  mensen zullen andere mensen zijn

  (a)

  de bierkaai wordt een stad van vrede.

3

  (a)

  Wie denken durft dat deze droom het houdt

  een vlam die kwijnt maar niet zal doven

  wie zich aan deze dwaasheid toevertrouwt

  al komt de onderste steen boven:

  Die zal kreunen onder zorgen

  die zal vechten in 't verborgen

  (zacht) die zal waken tot de morgen dauwt

  hij zal zijn ogen niet geloven.

---

*229

#5

1

  (v)

  Van Jouw toekomst wil ik spreken,

  wat geen mens gelooft, gebeurt:

  Miljonairs gaan straten vegen,

  Kaapstad zal zijn ingekleurd.

  (a) refrein

  Zingt, speelt, zodat het kan gebeuren,

  dat wij verlost van schijn

  met elkaar in vrede zijn.

2

  (m)

  Generaals en officieren zien geen

  brood meer in de strijd,

  want voorbij zijn hebben, houden,

  "ik voor mij" is uit de tijd.

  (a) refrein

  Zingt, speelt, zodat het kan gebeuren,

  dat wij verlost van schijn

  met elkaar in vrede zijn,

3

  (v)

  De woestijn begint te bloeien,

  achterbuurt zal centrum zijn.

  Wie zijn stem niet mocht verheffen

  vindt gehoor op ruim terrein.

  (a) refrein

  Zingt, speelt, zodat het kan gebeuren,

  dat wij verlost van schijn

  met elkaar in vrede zijn.

4

  (m)

  Schijn en leugens zijn verdwenen,

  waarheid zal de voertaal zijn.

  En de dood wordt niet verzwegen,

  sterven doet niet langer pijn.

  (a) refrein

  Zingt, speelt, zodat het kan gebeuren,

  dat wij verlost van schijn

  met elkaar in vrede zijn.

5

  (a)

  Met de opkomst van de armen

  dringt God tot zijn wereld door.

  Hij begint opnieuw te scheppen,

  vindt bij mensen nieuw gehoor.

  refrein

  Zingt, speelt, zodat het kan gebeuren,

  dat wij verlost van schijn

  met elkaar in vrede zijn.

---

*230

#3

1

  De steppe zal bloeien.

  De steppe zal lachen en juichen.

  De rotsen die staan

  vanaf de dagen der schepping,

  staan vol water, maar dicht,

  de rotsen gaan open.

  Het water zal stromen,

  het water zal tintelen, stralen,

  dorstigen komen en drinken,

  de steppe zal drinken.

  De steppe zal bloeien.

  De steppe zal lachen en juichen.

2

  De ballingen keren.

  Zij keren met blinkende schoven.

  Die gingen in rouw

  tot aan de einden der aarde,

  een voor een, en voorgoed,

  die keren in stoeten.

  Als beken vol water,

  als beken vol toesnellend water,

  schietend omlaag van de bergen,

  als lachen en juichen.

  Die zaaiden in tranen,

  die keren met lachen en juichen.

3

  De dode zal leven.

  De dode zal horen: Nu leven.

  Ten einde gegaan

  en onder stenen bedolven:

  dode, dode, sta op,

  het licht van de morgen.

  Een hand zal ons wenken,

  een stem zal ons roepen:

  Ik open hemel en aarde en afgrond

  en wij zullen opstaan en lachen

  en juichen en leven.

---

*231

#4

1

  (v)

  Wanneer een mens

  geen sterke schouders vindt

  om op te mogen leunen;

  geen deur die open gaat;

  geen vriend die naast hem staat;

  dan wordt de mens een zwerver,

  een zwerver zonder thuis;

  een schipper zonder wal;

  een woning zonder buurt.

  (a) refrein

  Wij dromen van een buurt,

  waar mensen kunnen leven,

  geboren bij elkaar;

  waar kindren mogen spelen

  met bloemen in het haar,

  met bloemen in het haar.

2

  (m)

  Wanneer een mens

  niet meer verbonden leeft

  met aarde en seizoenen,

  geen wonder meer ontdekt,

  dan wordt de mens een wezen,

  een wezen zielig leeg,

  een robot zonder hart,

  een park zonder boom!

  (a) refrein

  Wij dromen van een buurt,

  waar mensen kunnen leven,

  geboren bij elkaar;

  waar kindren mogen spelen

  met bloemen in het haar,

  met bloemen in het haar.

3

  (v)

  Wanneer een mens

  ten alle prijze toch

  het hoogste wil behalen,

  en alles heeft vergaard,

  maar niemand heeft gespaard,

  dan wordt de mens een "hebber",

  een "hebber" met een vuist,

  een veelvraat zonder maat,

  een toren zonder plein.

  (a) refrein

  Wij dromen van een buurt,

  waar mensen kunnen wonen

  bereikbaar voor elkaar;

  waar kindren mogen groeien

  op 't ritme van het jaar!

4

  (m)

  Wanneer een mens

  door 't vele overspoeld

  zo onverschillig wordt,

  en nergens zich meer vindt,

  en drukte hem verblindt,

  dan wordt een mens een dwaze,

  een dwaas die alles slikt,

  een wekker zonder veer,

  een buurt zonder sfeer.

  (a)

  Wij dromen van een buurt,

  waar mensen kunnen wonen

  bereikbaar voor elkaar;

  waar kindren mogen groeien

  op 't ritme van het jaar!

---

*232

#4

1

  (a)

  Tussen nacht en dageraad

  loopt de weg van dromen.

  Wie de weg van dromen gaat,

  zal bij morgen komen.

2

  (v)

  In het komen van de dag

  ligt de droom verborgen.

  wat nu niet geschieden mag,

  zal geschieden morgen.

3

  (m)

  Want de droom heeft ons onthuld

  dat wie zo gaat leven

  dat sjalom zijn dagen vult,

  toekomst is gegeven.

4

  (a)

  Tussen nacht en dageraad

  loopt de weg van dromen.

  Wie de weg van dromen gaat,

  zal bij morgen komen.

---

*233

#5

1

  (s)

  Aan het einde van de dag

  weet ik dat ik vragen mag:

  Here houd ook deze nacht

  over ons getrouw de wacht.

2

  (v)

  Heer, U houdt zoveel van mij,

  dat maakt mij altijd weer blij.

  Maak dat ik, zolang ik leef,

  steeds die liefde verder geef.

3

  (m)

  Lieve Heer, laat niet alleen

  alle mensen om mij heen.

  laat ze allen, groot en klein,

  steeds bij U geborgen zijn.

4

  (m)

  Help de armen in hun nood,

  leer ons delen van ons brood.

  Heer, er is zoveel verdriet:

  Droog de tranen die U ziet.

5

  (a)

  Dank U, lieve Heer,

  Ik weet dat U ons echt nooit vergeet.

  Vrede wordt het overal,

  als U bij ons wonen zal.

---

*234

#3

1

  Je hoeft niet bang te zijn

  al gaat de storm tekeer.

  Leg maar gewoon je hand in

  die van onze Heer.

2

  Je hoeft niet bang te zijn

  als oorlog komt of pijn.

  De Heer zal als een muur

  rondom je leven zijn.

3

  Je hoeft niet bang te zijn,

  al gaan de lichten uit.

  God is er en Hij blijft,

  als jij je ogen sluit.

---

*235

#5

1

  (s) Het feest is weer gevierd

  (a) Gods wereld is ontsloten

  (s) de kaarsen zullen doven

  (a) Hij schenkt aan ons zijn licht

  (s) de bijbel gaat weer dicht

  (a) Zijn schepping bloeit weer open

  (s) ik kan het niet geloven

  (a) Gods glimlach komt in zicht.

 

2

  (1 regel (s),1 regel (a) als boven)

  De uitleg was weer vaag;

  zijn woorden kun je horen

  ik wist het van tevoren

  een onverwachte stem

  Zijn wereld blijft een vraag

  toch gaat geen woord verloren

  ik kan er niets in horen

  in 't minste hoor je Hem.

3

  (1 regel (s),1 regel (a) als boven)

  De liedren snap ik niet

  God laat de klanken stralen

  ze kunnen me niet raken

  Hij vult zijn huis met gloed

  ongrijpbaar, vreemd gebied

  zijn psalmen zijn verhalen

  ik kan er niets van maken

  Zijn adem en zijn bloed.

4

  (1 regel (s),1 regel (a) als boven)

  Ik heb U nooit gezien

  Ik ben er voor de blinden

  geen mens kan U ontdekken

  toch ben Ik je nabij

  ik zoek uw heerschappij

  je zult je vrijheid vinden

  zal ik vandaag vertrekken?

  maak dan de reis met Mij.

5

  (1 regel (s),1 regel (a) als boven)

  Maar 'k heb U nooit gehoord

  Ik ben er voor de doven

  geen mens kan U doorgronden

  een kind kan Mij verstaan

  'k ben bang als kind te gaan

  je komt je angst te boven

  wat kunt U mij beloven?

  Dat niets je zal ontgaan.

---

*236

#6

1

  (s)

  God heeft zijn naam gezegd

  - Ik zal er zijn voor jou -

  Hij gaat met je op weg,

  Hij blijft je eeuwig trouw.

2

  (v)

  Geloof Hem op zijn woord,

  Hij spant zich voor je in,

  Hij trekt je in zijn spoor,

  bemint je als zijn kind.

3

  (a)

  God heeft zijn naam gezegd,

  wij weten wie Hij is,

  je komt weer tot je recht,

  Hij maakt geschiedenis.

4

  (s)

  Een bondgenoot is God

  voor wie geen leven heeft,

  Hij zal er zijn voor ons

  als deernis ons beweegt.

5

  (m)

  De schepping is in nood,

  God brengt ons aan het licht,

  Hij stelt op ons zijn hoop,

  zalig wie vrede sticht.

6

  (a)

  God heeft zijn naam gezegd,

  wij nemen Hem ter hand,

  wij gaan met God op weg.

  Hij staat aan onze kant.

---

*237

#1

1

  't Woord heeft weer geklonken,

  God, verborg zich niet,

  er is weer gezongen,

  God troont op ons lied.

  God is ons genegen,

  Hij heeft ons bevrijd,

  nu geeft Hij zijn zegen,

  Hij blijft ons nabij.

---

*238

#3

1

  (a)

  Mensen, door 't leven klein gekregen

  die 't lachen is vergaan,

  doodgepraat of doodgezwegen

  heel alleen zijn komen staan,

  blijven zoeken, kopen, bidden

  en ze hunkren in de kou

  naar wat warmte uit ons midden;

  ergens wacht zo'n mens op jou!

  (a) refrein

  Door Zijn woorden aangestoken

  trekken wij hier thans vandaan;

  onze tent moet opgebroken

  wat gezegd is dient gedaan;

  wat gevierd werd moet gebeuren

  in het leven heel dichtbij;

  even buiten deze deuren

  wordt gewacht op jou en mij;

  ite missa est...

2

  (v)

  Mensen, door de oorlog zwaar gehavend

  en verminkt door blinde haat,

  van wie bruut en zwaar bewapend

  aangevreten zijn door 't kwaad,

  dromen in hun angst en beven

  - nu gedompeld nog in rouw -

  dat ze ooit in vrede leven;

  ergens wacht zo'n mens op jou!

  (a) refrein

  Door Zijn woorden aangestoken

  trekken wij hier thans vandaan;

  onze tent moet opgebroken

  wat gezegt is dient gedaan;

  wat gevierd werd moet gebeuren

  is het leven heel dichtbij;

  even buiten deze deuren

  wordt gewacht op jou en mij;

  ite missa est...

3

  Mensen, van de armoe niet te eten

  die, geen been om op te staan,

  zich geen raad en toekomst weten

  al zo lang tekort gedaan,

  maken ons terecht te schande

  tot wij arme volken trouw

  brood gaan breken met elkaar;

  ergens wacht zo'n mens op jou!

  (a) refrein

  Door zijn woorden aangestoken

  trekken wij hier thans vandaan;

  onze tent moet opgebroken

  wat gezegt is dient gedaan;

  wat gevierd werd moet gebeuren

  is het leven heel dichtbij;

  even buiten deze deuren

  wordt gewacht op jou en mij;

  ite missa est...

---

*239

#4

1

  (a)

  Hartgrondig mogen wij op aarde leven,

  volmondig geluk en liefde spreken,

  God zegent ons, bevestigt ons bestaan,

  geeft ons ruim baan.

2

  (v)

  In bloei gezet door Gods barmhartigheden

  dromen wij van een wereldwijde vrede,

  een nieuwe aarde waar God bij ons woont

  is onze hoop.

3

  (m)

  Als vreemdelingen leven wij op aarde

  zolang zij zich vervreemdt van Gods genade,

  wij aarde niet waar men zich niet bekeert,

  waar onrecht heerst.

4

  (a)

  Wij mogen werken aan de grote vrede,

  biddend en zingend, dienend en hoopgevend,

  wij vieren Gods beloften en wij doen

  wat Hij bedoelt.

---

*240

#4

1

  (a)

  Zegen onze oren, Heer,

  dat wij het roepen horen

  van allen die tot eenzaamheid

  ten dode zijn geboren.

2

  (v)

  Zegen onze handen, Heer,

  dat wij de stad gaan bouwen

  waar allen die geboren zijn

  bestaan in goed vertrouwen.

3

  (m)

  Zegen onze ogen, Heer,

  dat wij elkaar vergeven

  en liefde en barmhartigheid

  hoop schenken om te leven.

4

  (a)

  Zegen onze voeten, Heer,

  dat wij op onze wegen de vrede

  brengen van uw Zoon

  elkander zijn tot zegen.

---

*241

#3

1

  (v)

  Ga mee met ons,

  trek lichtend ons vooruit

  naar tijd en land

  door U ooit aangeduid.

  Leef op in ons,

  de mens die leven moet,

  een die de toekomst heeft

  die leeft voorgoed.

2

  (m)

  Ga mee met ons,

  verberg U niet altijd,

  gun ons een flits,

  een teken in de tijd,

  dat U nog leeft,

  nog steeds om mensen geeft

  en zonder wanhoop voor

  de vrede leeft.

3

  (a)

  Ga met ons mee.

  Wie zijn wij zonder U?

  Een mens gaat dood

  aan enkel toen en nu.

  Licht op in ons,

  wees vuur en vlam van hoop,

  houd steeds in ons de toekomst

  mens ten doop.

---

*242

#3

1

  (v)

  Blijf mij nabij, wanneer het avond is,

  wanneer het licht vergaat in duisternis.

  Wanneer geen mens mijn hulpeloosheid ziet,

  bid ik tot U, o Heer, verlaat mijn niet.

2

  (m)

  Reik mij uw hand en spreek uw reddend woord,

  wijs mij de weg en leidt mij veilig voort.

  Blij mij nabij in vreugde en verdriet.

  Ik heb U lief, o Heer, verlaat mij niet.

3

  (a)

  Wanneer uw licht mij voorgaat in de nacht,

  wanneer ik hoor dat U mij thuis verwacht,

  dan weet ik, Heer, .................

  dan zeg ik dank, want U verlaat mij niet.

---

*243

#3

1

  Woon overal nergens thuis,

  aarde, mijn aarde, mijn moeders huis.

  Vallende sterren, de schim van de maan,

  mensen die opstaan en leven gaan,

  mensen, veel geluk.

2

  Wonen overal even thuis,

  handel en wandel en huis na huis.

  Loven en bieden op waarheid en waan,

  wagen en winnen en verder gaan,

  mensen, veel geluk.

3

  Wonen overal bijna thuis,

  aarde mijn hemel mijn vaders huis.

  Stijgende sterren de lach van de maan,

  mensen die dromend een stem verstaan,

  mensen, veel geluk.

---

*244

#1

1

  I De hemel daagt over ieder mens,

  II daagt over ieder, over ieder mens.

  III De hemel daagt, over ieder mens,

  IV daagt over ieder, over ieder mens.

---

*245

#4

1

  Vrede zij u, vrede zij u,

  gelijk Mij de Vader zond,

  zend Ik ook u.

  Vrede zij u, vrede zij u,

  gelijk Mij de Vader zond,

  zend Ik ook u.

2

  Blijf in mijn vrede, blijf in Mij.

  Mijn woord moet in u zijn,

  dat maakt u vrij.

  Blijf in mijn vrede, blijf in Mij.

  Mijn woord moet in u zijn,

  dat maakt u vrij.

3

  Ontvang mijn Geest, Heilige Geest.

  Hij zal u leiden,

  weest niet bevreesd.

  Ontvang mijn Geest, Heilige Geest.

  Hij zal u leiden,

  weest niet bevreesd.

4

  Vrede zij u, vrede zij u,

  gelijk Mij de Vader zond,

  zend Ik ook u.

  Vrede zij u, vrede zij u,

  gelijk Mij de Vader zond,

  zend Ik ook u.

---

*246

#1

1

  Blijf met uw genade bij ons,

  Heer onze God.

  Ja, blijf met uw genade bij ons,

  op onze wegen.

---

*247

#5

1

  (s)

  Wij gaan weer verder, vol van hoop,

  de ongebaande wegen,

  met onze droom op hinderloop,

  de meeste feiten tegen.

2

  (v)

  De onrust houdt ons op de been

  en doet ons verder reizen,

  een stem die klinkt door alles heen,

  - een God niet weg te prijzen.

3

  (s)

  Zijn woord houdt aan in ons gemis,

  dat alles kan verkeren,

  dat vrede hier bestaanbaar is

  en onrecht om te keren.

4

  (m)

  Hij doet ons kiezen voor de mens,

  bedreigd, verarmd, vergeten;

  Hij voert ons naar de laatste grens

  om van elkaar te weten.

5

  (a)

  Sjaloom, geluk, op deze reis.

  Het duurt misschien nog eeuwen,

  maar twijfel niet meer aan de wijs:

  "Het lam huist bij de leeuwen!"

---

*248

#6

1

  (a)

  Door de wereld gaat een woord

  en het drijft de mensen voort:

  "Breek uw ten op, ga op reis

  naar het land dat Ik u wijs."

  (a) refrein

  Here God wij zijn vervreemden

  door te luistren naar uw stem.

  Breng ons saam met uw ontheemden

  naar het nieuw Jeruzalem.

2

  (v)

  Door de wereld gaat een stoet

  die de ban brak van het bloed.

  Die bij wat op aarde leeft

  nu geen burgerrecht meer heeft.

  (a) refrein

  Here God wij zijn vervreemden

  door te luistren naar uw stem.

  Breng ons saam met uw ontheemden

  naar het nieuw Jeruzalem.

3

  (m)

  Menigeen ging zelf op pad

  daar hij thuis geen vrede had.

  Eeuwig heimwee spoort hem aan

  laat ook hem het woord verstaan,

  (a) refrein

  Here God wij zijn vervreemden

  door te luistren naar uw stem.

  Breng ons saam met uw ontheemden

  naar het nieuw Jeruzalem.

4

  (v)

  Door de wereld klinkt een lied

  tegen angsten en verdriet,

  tegen onrecht, tegen dwang

  richten pelgrims hun gezang.

  (a) refrein

  Here God wij zijn vervreemden

  door te luistren naar uw stem.

  Breng ons saam met uw ontheemden

  naar het nieuw Jeruzalem.

5

  (m)

  Velen, die de moed begaf.

  blijven staan of dwalen af.

  Hunkrend naar hun oude land.

  Reisgenoten, grijp hun hand.

  (a) refrein

  Here God wij zijn vervreemden

  door te luistren naar uw stem.

  Breng ons saam met uw ontheemden

  naar het nieuw Jeruzalem.

6

  (a)

  Door de wereld gaat een woord

  en het drijft de mensen voort:

  "Breek uw tent op, ga op reis

  naar het land dat Ik u wijs."

  (a) refrein

  Here God wij zijn vervreemden

  door te luistren naar uw stem.

  Breng ons saam met uw ontheemden

  naar het nieuw Jeruzalem.

---

*249

#3

1

  (s)

  Hij schenkt je vrede,

  huizen van vrede.

  Hij zegt de mensen:

  genoeg nu geleden.

  (a) refrein

  Beste allemaal,

  ga terug naar je woning,

  beste allemaal,

  ga terug naar je huis;

  vrede voor jou

  en voor hen die bij je wonen.

  God zal je lonen,

  de Heer blijft je trouw.

2

  (s)

  Hij schenkt je vrede,

  - straten vol vrede.

  Hij zegt de mensen:

  voorbij het verleden.

  (a) refrein

  Beste allemaal,

  ga terug naar je woning,

  beste allemaal,

  ga terug naar je huis;

  vrede voor jou

  en voor hen die bij je wonen.

  God zal je lonen,

  de Heer blijft je trouw.

3

  (s)

  Hij schenkt je vrede

  - land vol vrede.

  hij zegt de mensen:

  Ik hoor je gebeden.

  (a) refrein

  Beste allemaal,

  ga terug naar je woning,

  beste allemaal,

  ga terug naar je huis;

  vrede voor jou

  en voor hen die bij je wonen.

  God zal je lonen,

  de Heer blijft je trouw.

---

*250

#1

1

  De Here zegene en behoede ons.

  De Here doe zijn aanschijn

  over ons lichten en geve ons vrede.

  De Heer zal onze uitgang bewaren,

  van nu aan tot in alle eeuwigheid.

---

*251

#1

1

  De genade van God en de liefde

  van de Here en de Geest binnen in jou,

  zij met jou op de weg.

---

*252

#1

1

  Groot is de wereld

  en lang duurt de tijd,

  maar klein zijn de voeten

  die gaan waar geen wegen gaan,

  overal heen.

---

*253

#1

1

  Houd woord,

  houd moed waar jij maar gaat.

---

*254

#1

1

  Ga: tot de einde der aarde,

  tot het uiterste,

  daar zal liefde zijn: Ga.

---

*255

#1

1

  I Amen, amen, amen.

  II Amen, amen, amen.

  III Amen, amen, amen.

---

*256

#2

1

  U zij de glorie,

  Christus onze Heer,

  onze Redder, Meester.

  Twijfel nu niet meer.

  Zing van heind' en verre,

  dat het feest begon.

  Zing het zonder einde:

  Christus overwon!

  U zij de glorie,

  o verrezen Heer.

  U zij de victorie,

  zonder einde meer!

2

  Wat nog te vrezen,

  Hij leeft eeuwig voort,

  die mijn heil wil wezen,

  vrede ongestoord.

  Hij is mijn victorie

  en mijn hulp in nood.

  En Hij is mijn glorie,

  ik vrees nu geen dood!

  U zij de glorie,

  o verrezen Heer.

  U zij de victorie,

  zonder einde meer!

---

*257

#4

1

  Daar juicht een toon, daar klinkt een stem,

  die galmt door gans Jeruzalem;

  een heerlijk morgenlicht breekt aan:

  De Zoon van God is opgestaan!

2

  Geen graf hield Davids Zoon omkneld,

  Hij overwon, die sterke held.

  Hij steeg uit 't graf door eigen kracht,

  want Hij is God, bekleed met macht.

3

  Nu jaagt de dood geen angst meer aan,

  want alles, alles is voldaan;

  wie in geloof op Jezus ziet,

  die vreest voor dood en duivel niet.

4

  Want nu de Heer is opgestaan,

  nu vangt het nieuwe leven aan,

  een leven door zijn dood bereid,

  een leven in zijn heerlijkheid.

---

*258

#4

1

  (a)

  Vaste rots van mijn behoud,

  als de zonde mij benauwt,

  laat mij steunen op uw trouw,

  laat mij rusten in uw schauw,

  waar het bloed, door U gestort,

  mij de bron des levens wordt.

2

  (v)

  Jezus, niet mijn eigen kracht,

  niet het werk, door mij volbracht,

  niet het offer, dat ik breng,

  niet de tranen, die ik pleng,

  hoe ik om mijn zonden ween,

  U kunt redden, U alleen.

3

  (m)

  Zie, ik breng voor mijn behoud,

  U geen wierook, mirr' of goud;

  moede kom ik, arm en naakt,

  tot de God, die zalig maakt,

  die de armen kleedt en voedt,

  die de zondaar leven doet!

4

  Eenmaal, als de stonde slaat,

  dat dit lichaam sterven gaat,

  als mijn ziel uit d' aardse

  woon opklimt tot des rechters troon,

  rots der eeuwen, in uw schoot

  berg mijn ziel dan voor de dood.

---

*259

#2

1

  Als g' in nood gezeten,

  geen uitkomst ziet,

  wil dan nooit vergeten:

  God verlaat u niet.

  Vrees toch geen nood!

  's Heren trouw is groot,

  en op 't nachtlijk duister

  volt het morgenrood.

  Als stormen woeden,

  ducht toch geen kwaad;

  God zal u behoeden,

  uw toeverlaat.

2

  God blijft voor u zorgen,

  goed is de Heer,

  en met elke morgen

  keert zijn goedheid weer.

  Wie in 't verdriet

  nergens uitkomst ziet:

  Groter dan de Helper

  is de nood toch niet.

  Wat ons ontviele,

  Redder in nood,

  red slechts onze ziele

  uit zonde en dood.

---

*260

#3

1

  Welk een vriend is onze Jezus,

  die in onze plaats wil staan.

  welk een voorrecht,

  dat ik door Hem altijd vrij tot

  God mag gaan.

  Dikwijls derven wij veel vrede,

  dikwijls drukt ons zonde neer,

  juist omdat wij 't al niet brengen

  in 't gebed tot onze Heer.

2

  Leidt de weg soms door verzoeking,

  dat ons hart in 't strijduur beeft,

  gaan wij dan met al ons strijden,

  tot Hem, die verlossing geeft.

  Kan een vriend ooit trouwer wezen,

  dan Hij, die ons lijden draagt!

  Jezus biedt ons aan genezing;

  Hij alleen is 't die ons schraagt.

3

  Zijn wij zwak, belast, beladen,

  en ter neer gedrukt door zorg,

  dierbre Heiland!

  Onze Toevlucht!

  gij zijt onze Hulp en Borg.

  Als soms vrienden ons verlaten,

  gaan wij biddend tot de Heer;

  in zijn armen zijn wij veilig.

  Hij verlaat ons nimmermeer.

---

*261

#1

1

  Schep in mij, o God, een rein hart,

  en geef mij weer een nieuwe,

  vaste geest.

  Verwerp mij niet,

  verwerp mij niet

  van voor uw aangezicht,

  van voor uw aangezicht

  en neem uw Heilige Geest niet van mij.

---

*262

#1

1

  (v)

  Eens brachten de moeders

  hun kinderen tot Jezus,

  toen spraken de discipelen:

  (m)

  "Ga weg van de Heer!"

  (v)

  Maar Jezus zag hen heden aan

  en sprak hen o zo vriendlijk aan:

  (a)

  "laat de kindren komen tot mij!"

---

*263

#5

1

  (a)

  Zalig hij, die 't hoogste goed

  in zijn Heiland heeft gevonden;

  die, verzoend door Jezus' bloed,

  zich verlost weet van zijn zonden.

  Hoger blijdschap is er niet;

  halleluja, heel zijn leven wordt een lied.

2

  (v)

  Zalig hij, die daaglijks vraagt:

  Leer mij naar uw wil te handlen;

  die slechts doet wat God behaagt,

  in zijn spreken, denken, wandlen.

  Hoger blijdschap is er niet;

  halleluja, Hem te volgen wordt een lied.

3

  (a)

  Zalig hij, die Hem belijdt,

  die van Jezus durft getuigen;

  aan Zijn dienst zijn leven wijdt,

  andren ook voor Hem leert buigen.

  Hoger blijdschap is er niet;

  halleluja, Hem te dienen wordt een lied.

4

  (v)

  Zalig, die tot Jezus vlood;

  hij heeft in de grootste smarte,

  zelfs bij 't naadren van de dood

  rust en blijdschap voor zijn harte.

  Hoger blijdschap is er niet;

  halleluja, zelfs het sterven wordt een lied.

5

  (a)

  Zalig hij, die Hem verwacht,

  Wacht, om Gods kindren thuis te halen.

  Die zijn Bruid, uit d' aardse nacht,

  brengt in 't licht der bruiloftszalen.

  Hoger blijdschap is er niet,

  maranatha! Jezus komt, zo klinke ons lied.

---

*264

#3

1

  Leer mij uw weg, o Heer;

  Leer mij uw weg.

  Schenk van uw kracht mij meer,

  leer mij uw weg.

  Houdt mij in evenwicht,

  dat 'k voor uw aangezicht wandel

  in 't volle licht.

  Leer mij uw weg.

2

  Als vrees soms 't hart benauwt,

  leer mij uw weg.

  Als zorg mijn dank verflauwt,

  leer mij uw weg.

  Help mij in vreugde en pijn,

  noodweer of zonneschijn

  steeds blij in U te zijn,

  leer mij uw weg.

3

  Hoe ook mijn toestand wordt,

  leer mij uw weg.

  't Leven zij lang of kort,

  leer mij uw weg.

  Is dan mijn loop volbracht,

  vrees ik geen nood of macht,

  daar mijn ziel U verwacht,

  leer mij uw weg.

---

*265

#2

1

  Duizend lichten, duizend kleuren

  zijn de weerglans van uw pracht;

  daarmee wilt Gij mensen beuren

  uit hun zorgen, uit hun nacht.

  Op een zee van licht en zangen

  voert Gij ons tot U omhoog.

  Gij, Heer, zijt ons hoogst verlangen;

  doof niet voor uw licht ons oog!

2

  Open nu ook onze ogen

  voor het ware vreugdelicht,

  opdat wij uw naam verhogen,

  juichend voor uw aangezicht.

  Want in Christus komt Gij nader

  hem, die onder zonden zucht.

  Ieder wilt Gij zijn een Vader,

  die in Jezus tot U vlucht.

---

*266

#5

1

  (v)

  Prijs de Heer, met blijde galmen,

  gij mijn ziel, hebt rijke stof.

  'k Zal zolang ik leef, mijn psalmen

  vrolijk wijden aan zijn lof.

  'k Zal zolang ik 't licht geniet,

  Hem verhogen in mijn lied.

  Hem verhogen in mijn lied.

2

  Zalig hij, die in dit leven,

  Jacobs God ter hulpe heeft;

  hij, die door de nood gedreven,

  zich tot Hem tot troost begeeft,

  die zijn hoop in 't hachlijkst lot

  vestigt op de Heer zijn God.

3

  't Is de Heer, wiens alvermogen,

  't groot heelal heeft voortgebracht.

  Die, genadig, uit de hoge,

  ziet, wie op zijn bijstand wacht,

  en aan elk, die Hem verbeidt,

  trouwe houdt in eeuwigheid.

4

  't Is de Heer, wiens mededogen,

  blinden schenkt het lieflijk licht.

  Wie in 't stof lag neergebogen,

  wordt door Hem weer opgericht.

  God, die lust in waarheid heeft,

  mint hem, die rechtvaardig leeft.

5

  't Is de Heer, van alle heren,

  Sions God, geducht in macht,

  die voor eeuwig zal regeren,

  van geslachte tot geslacht.

  Sion, zing uw God ter eer,

  prijs zijn grootheid, loof de Heer!

---

*267

#3

1

  (a)

  Geprezen zij de Heer, die eeuwig leeft.

  die vol ontferming ieder troost

  en alle schuld vergeeft.

  Die heel het aards gebeuren

  vast in handen heeft.

  (v) refrein

  Hem zij de glorie, want Hij die overwon,

  zal nooit verlaten wat zijn hand begon.

  (a)

  Halleluja, geprezen zij het Lam dat de

  schuld der wereld op zich nam.

2

  Verdreven is de schaduw van de nacht.

  En wie Hem wil aanvaarden

  wordt eens veilig thuisgebracht.

  Voor hem geldt ook dit wonder:

  Alles is volbracht!

  (v) refrein

  Hem zij de glorie, want Hij die overwon,

  zal nooit verlaten wat zijn hand begon.

  (a)

  Halleluja, geprezen zij het Lam dat de

  schuld der wereld op zich nam.

3

  Hij doet ons dankbaar schouwen in het licht

  dat uitstraalt van het kruis

  dat eens voor ons werd opgericht.

  En voor ons oog verrijst

  een heerlijk vergezicht.

  (v) refrein

  Hem zij de glorie, want Hij die overwon,

  zal nooit verlaten wat zijn hand begon.

  (a)

  Halleluja, geprezen zij het Lam dat de

  schuld der wereld op zich nam.

---

*268

#3

1

  Daar ruist langs de wolken een lieflijke Naam,

  die hemel en aarde verenigt tezaam.

  Geen naam is er zoeter en beter voor 't hart,

  hij balsemt de wonden en heelt alle smart.

  Kent gij, kent gij die Naam nog niet?

  Die Naam draagt mijn Heiland,

  mijn lust en mijn lied.

2

  Die Naam is naar waarheid, mijn Jezus ook waard,

  want Hij kwam op om zalig te maken op aard;

  zo lief had Hij zondaars, dat Hij voor hen stierf,

  genade bij God, door zijn zoenbloed verwierf.

  Kent gij, kent gij die Jezus niet,

  die om ons te redden, de hemel verliet?

3

  Eens buigt zich ook alles voor Jezus in 't stof,

  en d' engelen zingen voordurend zijn lof.

  O, mochten w' om Jezus verheerlijkt eens staan,

  dan hieven wij juichtend de juibeltoon aan:

  Jezus, Jezus, uw Naam zij d' eer,

  want Gij zijt der mensen en engelen Heer.

---

*269

#4

1

  (s)

  Heugelijke tijding,

  bron van hart verblijding,

  Evangeliewoord.

  Woord van God gegeven,

  woord van eeuwig leven,

  zalig die u hoort.

  Zalig zij, wier harten Gij

  met een onverwrikt vertrouwen

  leert op God te bouwen.

2

  (v)

  Door zijn vredesboden

  doet God zondaars noden

  tot het hoogste goed.

  God heeft ons vergeven,

  God schenkt ons het leven

  door des Heilands bloed.

  Ja, de Heer wil, Hem ter eer,

  boven bidden, boven denken,

  alles aan ons schenken.

3

  (s)

  Zalig die 't geloven!

  Hij geeft ons van boven

  reeds zijn eeuwig licht.

  God, komt in ons wonen,

  wil de luister tonen

  van uw aangezicht.

  Door uw kracht, in ons volbracht,

  komen wij gedurig nader

  't beeld van U o Vader.

4

  (a)

  Woord, waarop wij bouwen,

  waar wij op vertrouwen,

  Evangeliewoord.

  Bergen mogen wijken,

  gij zult niet bezwijken

  want gij zijt Gods woord.

  Laat ons, Heer, de troost

  daarvan door geen twijfel

  ooit ontroven,

  sterk ons in 't geloven.

---

*270

#3

1

  (v)

  Grijp toch de kansen

  door God u gegeven.

  Kort is uw zijn hier,

  de tijd snelt daarheen.

  wat toch blijft over,

  o zeg, van dit leven?

  d' Arbeid der liefde,

  gedaan om u heen.

  (a) refrein

  Niets is hier blijvend.

  Niets is hier blijvend,

  alles, hoe schoon ook,

  zal eenmaal vergaan;

  maar wat gedaan werd

  uit liefde tot Jezus,

  dat houdt zijn waarde

  en zal blijven bestaan.

2

  (v)

  Geef dan uw tijd

  niet aan ijdele zorgen.

  Help hen, die vielen,

  breng troost in hun smart.

  O, laat uw licht schijnen,

  blij als de morgen.

  Wijs op de Heiland,

  die rust geerft voor 't hart.

  (a) refrein

  Niets is hier blijvend.

  Niets is hier blijvend,

  alles, hoe schoon ook,

  zal eenmaal vergaan;

  maar wat gedaan werd

  uit liefde tot Jezus,

  dat houdt zijn waarde

  en zal blijven bestaan.

3

  Weet, al uw arbeid,

  uw lijden voor Jezus,

  wordt door Hemzelf

  toch geschat naar zijn waard'.

  Een eens daarboven,

  daar vinden wij weder,

  vruchten van 't zaad

  dat wij strooiden op aard.

  (a) refrein

  Niets is hier blijvend.

  Niets is hier blijvend,

  alles, hoe schoon ook,

  zal eenmaal vergaan;

  maar wat gedaan werd

  uit liefde tot Jezus,

  dat houdt zijn waarde

  en zal blijven bestaan.

---

*271

#4

1

  (a)

  Ik wil zingen van mijn Heiland,

  van zijn liefde, wondergroot.

  Die zichzelve gaf aan 't kruishout.

  En mijn redder van de dood.

  (a) refrein

  Zing, o zing van mijn Verlosser,

  met zijn bloed kocht Hij ook mij:

  Aan het kruis schonk Hij genade,

  droeg mijn schuld en ik was vrij.

2

  (m)

  'k Wil het wonder gaan verhalen,

  hoe Hij op Zich nam mijn straf.

  Hoe in liefde en genade

  Hij 't rantsoen gewillig gaf.

  (v) refrein

  Zing, o zing van mijn Verlosser,

  met zijn bloed kocht Hij ook mij:

  Aan het kruis schonk Hij genade,

  droeg mijn schuld en ik was vrij.

3

  (m)

  'k Wil mijn dierbare Heiland prijzen,

  spreken van zijn grote kracht.

  Hij kan overwinning geven

  over zond' en satans macht.

  (a) refrein

  Zing, o zing van mijn Verlosser,

  met zijn bloed kocht Hij ook mij:

  Aan het kruis schonk Hij genade,

  droeg mijn schuld en ik was vrij.

4

  (v)

  Ik wil zingen van mijn Heiland,

  hoe Hij smarten leed en pijn,

  om mij 't leven weer te geven,

  eeuwig eens bij Hem te zijn.

  (a) refrein

  Zing, o zing van mijn Verlosser,

  met zijn bloed kocht Hij ook mij:

  Aan het kruis schonk Hij genade,

  droeg mijn schuld en ik was vrij.

---

*272

#3

1

  (a)

  De dorre vlakte der woestijnen

  zal zich verblijden eindeloos,

  de steppe zal herschapen schijnen,

  want bloeien zal zij als een roos.

  van heilge vreugde zal zij beven,

  doortinteld van een heerlijk leven

  dat nimmermeer verwelken zal.

  Zij zal de wonderen des Heren

  aanschouwen en zijn grootheid eren

  met jubelend triomfgeschal.

2

  (m)

  Versterkt dan nu de slappe handen

  en zet weer vast de wankle voet;

  zeg tot die zucht in pijn in banden:

  (v)

  wees sterk, vrees niet, heb goede moet!

  Uw Redder nadert ten gerichte:

  Van zijn aanbiddlijk aangezichte

  straalt waarheid en barmhartigheid.

  Hij zal hetgeen u leed vergelden,

  de boeien breken, die u knelden,

  Hij, die u uit het diensthuis leidt.

3

  (m)

  Waar eens venijnge slangen kropen,

  de draken huisden in 't moeras,

  (v)

  daar gaan nu purpren rozen open,

  daar fluit de leeuwerik tussen 't gras;

  (a)

  Daar wordt voor 's Heren gunstgenoten

  een welgebaande weg ontsloten,

  in liefelijke zonneschijn.

  Dat pad waar Hij hen voor zal treden,

  de zwaksten steunend op hun schreden,

  zal Heilge Weg geheten zijn!

---

*273

#3

1

  Veilig in Jezus' armen,

  veilig in Jezus' hart,

  daar in zijn teer erbarmen,

  daar rust mijn ziel van smart.

  Hoor! 't is het lied der englen,

  zingend van liefd' en vree,

  ruisend uit 's hemels zalen

  over de glazen zee.

  refrein

  Veilig in Jezus' armen,

  veilig in Jezus' hart,

  daar in zijn teer erbarmen,

  daar rust mijn ziel van smart.

2

  Veilig in Jezus' armen,

  zal ik, van zorg bevrijd,

  vrij van de zondebanden,

  rusten na moeite en strijd.

  Daar zal ik nimmer vrezen,

  twijfel heeft daar geen macht;

  nog slechts een weinig lijden,

  nog slechts een korte nacht!

  refrein

  Veilig in Jezus' armen,

  veilig in Jezus' hart,

  daar in zijn teer erbarmen,

  daar rust mijn ziel van smart.

3

  Jezus, mijn Kracht, mijn Toevlucht,

  tot in de dood getrouw;

  dat ik, o Rots der eeuwen,

  op U mijn hope bouw.

  Leer mij geduldig wachten

  tot eens aan gindse kust

  voor mij het uur zal dagen

  van de beloofde rust.

  refrein

  Veilig in Jezus' armen,

  veilig in Jezus' hart,

  daar in zijn teer erbarmen,

  daar rust mijn ziel van smart.

---

*274

#4

1

  (a)

  Als ik maar weet,

  dat hier mijn weg

  door U Heer, wordt bereid,

  en dat die weg,

  hoe moeilijk ook,

  mij nader tot U leidt.

  (a) refrein

  Nader tot U, nader tot U,

  nader, mijn Heiland, tot U;

  als ik maar weet,

  dat alles hier

  mij nader brengt tot U.

2

  (v)

  Als ik maar weet,

  dat ook voor mij

  de Heer aan 't

  kruishout stierf

  en dat de Heiland

  ook voor mij

  een levenskroon verwierf.

  (a) refrein

  Nader tot U, nader tot U,

  nader, mijn Heiland, tot U;

  als ik maar weet,

  dat alles hier

  mij nader brengt tot U.

3

  (m)

  Als ik maar weet,

  uw liefde o Heer,

  vertroost mij dag aan dag;

  dan juich ik voort,

  wat ook mijn lot

  op aarde wezen mag.

  (a) refrein

  Nader tot U, nader tot U,

  nader, mijn Heiland, tot U;

  als ik maar weet,

  dat alles hier

  mij nader brengt tot U.

4

  (a)

  Als ik maar weet,

  ook als op aard'

  mij droefheid wacht of kruis,

  dat ieder kruis

  mij nader brengt

  bij 't eeuwig Vaderhuis

  (a) refrein

  Nader tot U, nader tot U,

  nader, mijn Heiland, tot U;

  als ik maar weet,

  dat alles hier

  mij nader brengt tot U.

---

*275

#3

1

  Op bergen en in dalen

  en overal is God;

  waar ik ook heen zou dwalen,

  ja overal is God;

  waar mijn gedachten zweven

  of stijgen, daar is God;

  omlaag en hoog verheven:

  Ja, overal is God!

2

  Zijn trouwe Vaderogen

  zien alles van nabij;

  wie steunt op zijn vermogen,

  beschermt en zegent Hij.

  Hij hoort de jonge raven,

  bekleedt met gras het dal;

  Hij geeft alom zijn gaven,

  Hij draagt het groot heelal.

3

  Verlaten mij ook allen,

  die bij mij blijft, is God!

  En ook als ik zou vallen,

  of lijd: dichtbij is God!

  Waar trouwe vriendenhanden

  niet redden, daar is God!

  In dood en doodse banden,

  ja overal is God!

---

*276

#1

1

  Heer, wees mijn Gids

  op heel mijn levenspad.

  Wees Gij mijn Gids.

  Wijs mij de weg naar

  Sions gouden stad.

  Wees Gij mijn Gids.

  Blijf dicht bij mij,

  ga stap voor stap mij voor,

  dan ben 'k gerust

  en veilig volg 'k uw spoor.