---
Drie bundels van Henk Jongerius
Bijbels Liedboek (nummers 101 - 146)
24 Kerkliederen (nummers 201 - 224)
Door mensen verwoord (nummers 301 - 320)
---
*101
#3
1
Refrein:
Wij wachten op U
wij wachten op uw woord
wij verwachten een teken van uw trouw.
Wij wachten op U
wij wachten op uw woord
wij verwachten een teken van Uw trouw.
Gij die de schepper zijt
van alles wat leeft,
Gij die de ruimte geeft
aan al wat adem heeft
wij wachten op U
2
Gij die de mensen kent
en weet wie wij zijn,
Gij die bevrijden wilt
wie zonder uitzicht zijn.
wij wachten op U.
refrein
3
Gij die verborgen zijt,
wij roepen U aan,
geef ons een antwoord God
en zeg eens ons uw naam,
wij wachten op U
refrein
---
*102
#4
1
Refrein:
Het woord, het goede woord van God,
dat licht geeft aan blinden
en dove mensen horen doet:
waar is dat woord te vinden?
en dove mensen horen doet:
waar is dat woord te vinden?
Waar goedheid heerst
in ons bestaan
is God niet ver
van ons vandaan.
Het wordt ons in de mond gelegd,
weerklinkt in alle talen
in woorden uit het goede boek
die van Gods trouw verhalen.
refrein
2
Het is een mens van goede wil
die dienaar is geworden
van armen en vernederden:
het woord is vlees geworden.
refrein
3
Het woord is midden onder ons
in mensen van vergeving,
vol liefde en barmhartigheid:
daar kiest het zich een woning.
refrein
4
Het is een licht op onze weg,
muziek voor onze oren:
het woord, het goede woord van God,
is overal te horen.
refrein
---
*103
#3
1
Brood op tafel:
een hand gevuld
met wat in het leven
geen uitstel duldt,
eten en drinken
iedere dag,
gewoon wat een mens
niet ontbreken mag.
2
Beker met wijn:
een vreugdedrank
voor armen en kleinen,
voor zwart en blank,
broederschap drinken
met iedereen
want wie houdt het uit
moederziel alleen ?
3
Woorden horen:
een man die sprak
en zich in zijn leven
tot voedsel brak,
kom om te eten,
drink van de wijn,
laat dit een bewijs
van mijn liefde zijn.
---
*104
#5
1
Niemand heeft U ooit gezien,
niemand kan verstaan,
wie Gij voor ons mensen zijt,
hoe wij U ter harte gaan.
Refrein:
Spreek een woord, God,
spreek ons aan,
toon dat wij voor U bestaan!
2
Mensen zijn als morgendauw,
mensen zijn als gras,
dat verdroogt onder de zon:
niemand weet meer waar het was.
refrein
3
Mensen zijn een ademtocht,
bladeren in de wind,
leven maar voor een seizoen,
sterven als de vorst begint.
refrein
4
Mensen zijn een vogelvlucht
mensen gaan voorbij;
alle uren van de dag
komt de dood hen naderbij.
refrein
5
Mensen worden ademloos,
kunnen niet bestaan
als hun namen niet voorgoed
in uw hand geschreven staan.
refrein
---
*105
#6
1
Zolang er mensen zijn
is er nog tijd genoeg
om hem de hand te reiken
die ons vergeving vroeg.
2
Zolang er mensen zijn
is het nog niet te laat
om hem de weg te wijzen
die haast verloren gaat.
3
Zolang er mensen zijn
weet al wie eenzaam is:
er kan een morgen komen
na nachten vol gemis.
4
Zolang er mensen zijn
is niemand ooit te groot
om anderen te redden
uit hulpeloze nood.
5
Zolang er mensen zijn
hebben wij goede moed
een wereld op te bouwen
waar liefde leven doet.
6
God, die het leven schiep,
laat het zo altijd zijn
en wees herscheppend bij ons
zolang er mensen zijn.
---
*106
#5
1
Hoe lang zal het duren
dat macht en geweld,
het recht van de sterkste
alleen nog maar telt?
De morgen meldt oorlog,
de avond brengt pijn;
de hel moet beslist
hier op aarde zijn.
2
Hoelang zal het duren
dat mensen in nood
vergetelheid hebben
als dagelijks brood?
De morgen meldt oorlog,
de avond brengt pijn:
hoe kan er nog hoop
in de mensen zijn?
3
Hoelang zal het duren
dat ieder goed woord
verkeerd wordt begrepen,
niet eens wordt aanhoord?
De morgen meldt oorlog,
de avond brengt pijn:
zou vrede alleen maar
een droombeeld zijn?
4
Moet het zolang duren
tot goedheid het wint
van moordende wapens
en vrede begint,
tot honger verandert
in welvaart alom
en haat gaat verdwijnen
als sneeuw voor de zon?
5
Moet het zolang duren,
zijn wij dan te groot
ons schuldig te weten
aan oorlog en dood?
Hoe zou het toch worden
als wij, in Gods naam,
onszelf gaan vergeten,
elkaar weer verstaan?
---
*107
#4
1
Gij die de wereld hebt gemaakt
en alles hebt gegrond
die mensen in het leven riep
met adem uit Uw mond: geef vrede, Heer.
Refrein:
Geef vrede, Heer, de wereld wacht,
een woord vol hoop en levenskracht.
2
Gij die de mensen hebt gezien
en onze broedermoord,
maar die ons nieuwe adem geeft
een vredelievend woord, geef nieuwe hoop.
Refrein
3
Gij die het leven hebt gewild
en niet ons aller dood,.
laat ons de weg naar vrede zien
in het gebroken brood: geef levenskracht.
Refrein
4
Gij die een mens gezonden hebt
die alleman bemint,
schenk ons zijn geest van vrede, Heer
en maak een nieuw begin: de wereld wacht.
Refrein
---
*108
#3
1
Wat zou de wereld anders zijn
als er in plaats van leed en pijn
geluk en goedheid heersen zou,
verbondenheid en goede trouw,
als oorlog eens verdwenen was
en steden uit hun puin en as
voorgoed herrezen zouden zijn:
wat zou de wereld anders zijn!
2
Wat zou de wereld anders zijn
als er eens mensen zouden zijn
die niet op eigen rechten staan
maar bruggen naar elkander slaan,
als niemand meer gelukkig is
zolang er nood en honger is
en wapens onze vrede zijn:
wat zou de wereld anders zijn!
refrein
3
Wat zou de wereld anders zijn
als wij genezen zouden zijn
van eigendunk en zucht naar macht
die al zolang de oorlog bracht
en liefde ons eens en voorgoed
als echte mensen leven doet:
dan zal er hoop en toekomst zijn
voor allen die op aarde zijn!
---
*109
#6
1
Ik geloof in een God
die water en land.
dieren en dingen
bewaart in zijn hand:
alles wat ademt
houdt Hij in stand
en nooit verlaat Hij
het werk van Zijn hand.
2
Ik geloof in een schepper
die ik niet ken,
ik vertrouw op het woord
dat spreekt van Hem.
3
Ik geloof in een God
die mensen bemint
zoals een vader
zijn enige kind,
die iedereen kent
en noemt bij zijn naam
en roept om de weg
van zijn Zoon te gaan
4
Ik geloof in een Vader
die ik niet ken,
ik vertrouw op de mens
die spreekt van Hem
5
Ik geloof in een God
die mensen bevrijdt
en ons door de dood
naar een toekomst leidt:
de aarde wordt eens
het beloofde land
wanneer Hij voltooit
het werk van zijn hand
6
Ik geloof in de Vader
zoals de Zoon
en vertrouw op de Geest
die in ons woont
---
*110
#6
1
De eerste zijn
die zich laat slaan,
de laatste
die de strijd begint?
Refrein:
Eet het brood en drinkt de wijn:
de laatste zal de eerste zijn!
2
De eerste zijn
die kleur bekent,
de laatste
die de stenen gooit?
refrein
3
De eerste zijn
die goed wil doen,
de laatste
die een dankwoord vraagt?
refrein
4
De eerste zijn
die rijkdom deelt,
de laatste
die beloning zoekt?
refrein
5
De eerste zijn
die anderen
de laatste
die zichzelf verheft?
refrein
6
De eerste zijn
die sterven wil,
de laatste
die om leven vraagt?
refrein
---
*111
#8
1
Is God een woord,
een vreemd verhaal,
in onverstaanbaar
vreemde taal?
2
God is het woord
van het begin,
het blaast de mensen
leven in.
3
Is God de vrucht
van fantasie:
ik zie, ik zie
wat jij niet ziet?
4
God is de oorsprong
van het licht,
hij geeft de mensen
het gezicht.
5
Is God de vlucht
voor eenzaamheid,
een wankel baken
in de tijd?
6
God is een groot
en stil geheim
zolang wij broze
mensen zijn.
7
Is God een vraag
die niet verstomt
in ieders hart,
in ieders mond?
8
God is voor ons
levende stem:
een mensenzoon,
luister naar Hem.
---
*112
#5
1
Wie breekt er ooit de muur af
die mensen van elkander scheidt,
die hen vervreemdt, beangstigt
en opsluit in hun eenzaamheid?
Wie waagt die wint,
die vraagt die vindt:
maar wie begint?
2
Wie breekt er ooit van binnen
als mensen maar verloren gaan
en oorlog hen vernietigt:
wat hebben zij voor kwaad gedaan?
refrein
3
Wie spreekt er ooit de woorden
waardoor de harten open gaan
en wij elkander vinden,
als nieuwe mensen verdergaan?
refrein
4
Wie zoekt er ooit naar vrede
die eigen welvaart tegenstaat
maar het geluk van allen
vergroot en tot een weldaad maakt?
refrein
5
Wie zal er ooit geloven
dat hij de vrede vinden kan
die heel zijn leven prijsgeeft
voor het geluk van alleman ?
refrein
---
*113
#5
1
Ik zoek een land
waar vrede is,
waar haat en nijd
verdwenen is
en waar de mensen
hand in hand
tezamen leven
in dat land, in dat land.
2
Ik zoek een stad
waar vrede is,
waar eenzaamheid
te dragen is
en waar de mensen
zorgen dat
er niemand doodloopt
in die stad.
3
Ik zoek een huis
waar vrede is,
waar liefde ons
tot woning is
en waar de mensen
last en kruis
tezamen dragen
in dat huis.
4
Ik zoek een mens
die vrede is,
die ons een weg
tot leven is
en die de mensen
op doet staan,
de handen aan
de ploeg laat slaan.
5
Ik zoek een land
dat niet bestaat,
een droom die haast
verloren gaat:
een stad, een huis,
een luchtkasteel,
o God, vraag ik
misschien te veel?
---
*114
#5
1
Handen heb je
om te geven
van je eigen
overvloed
en een hart
om te vergeven
wat een ander
jou misdoet.
refrein:
Open uw oren
om te horen
open uw hart
voor alleman.
2
Ogen heb je
om te zoeken
naar wat mensen
nog ontbreekt
en een hart
om uit te zeggen
wat een ander
moed inspreekt.
refrein
3
Schouders heb je
om te dragen
zorg en pijn
van alleman
en een hart
om te aanvaarden
wat een ander
beter kan.
refrein
4
Voeten heb je
om te lopen
naar de mens
die eenzaam is
en een hart
om waar te maken
dat geen mens
een eiland is.
refrein
5
Oren heb je
om te horen
naar de mens
die vrede is
en een hart
om te geloven
in zijn God
die liefde is.
---
*115
#6
1
Waar vindt een mens
dat klein geluk
dat ongevraagd
en als vanzelf
het leven tot
een glimlach maakt?
2
Een kind dat kijkend zonlicht vangt,
het duister uit de wereld bant:
een kind dat lacht en zonlicht wordt,
de wereld die op adem komt.
3
Wat is het geheim
van dat geluk
dat zo bekoort
en vrede geeft
waarvan de mens
nooit heeft gehoord?
4
Een open oog, een eerlijk hart,
dat alle grootheidswaanzin tart,
oprechtheid die ons weerloos maakt
en goedheid die naar vrede smaakt.
5
Hoe zullen wij
het wonder zien
van levenskracht
die sterker is
dan alle haat,
geweld en macht!
6
Een mens die ons de ruimte geeft,
en woorden van vergeving spreekt,
die weet van God die ons bemint
en ons laat leven als zijn kind.
---
*116
#3
1
Ere zij God
die simpel en klein
zomaar een mens
onder mensen wil zijn:
ter wereld gebracht
door Maria, een vrouw
die vast geloofde
in Gods woord van trouw.
2
Kijk naar de mens
die zozeer bemint
dat hij zichzelf
niet belangrijk meer vindt:
een hart voor de zwakken,
vanzelf en gewoon:
die mens is waarlijk
Gods enige Zoon.
3
Zingt van de geest
die mensen bemint,
bezit neemt van hem
die wordt als het kind
dat eens werd geboren
in 't holst van de nacht:
een licht voor een ieder
die vrede verwacht.
---
*117
#3
1
Er is al zo lang gepraat,
er zijn zoveel woorden gesproken,
maar waar bleef de gloed van het vuur,
het licht dat eens is ontstoken?
Refrein:
Wordt nieuwe mensen,
wordt als een kind
bemint elkaar
en verhaast zo het uur
dat er vrede begint.
2
Er is al zolang gewacht,
er zijn zoveel uren verstreken
hoe zou het toch zijn als de haat
voorgoed uit ons hart was geweken?
refrein
3
Er is nieuwe hoop onder ons,
er wordt nieuw leven geboren
in ieder die kijkt naar dit kind
en die naar zijn woorden wil horen!
refrein
---
*118
#4
1
Mensen dromen van geluk
-dromen zijn bedrog-
schrikken wakker van de dag
en zij leven nog.
Refrein:
Reik elkaar een vriendenhand,
maak woestijn tot vruchtbaar land!
2
Mensen hopen op een dag
dat er vrede is
en het licht verjagen zal
al hun duisternis.
refrein
3
Mensen leven op de tast
- blinden, zonder land -
wie wijst hen de goede weg,
neemt hen bij de hand!
refrein
4
Mensen dromen levenslang,
wachten op geluk:
wie verlicht die eenzaamheid,
draagt met hen dat juk?
refrein
---
*119
#5
1
Wie is die man, die frank en vrij
eenvoudig tot de mensen kwam
en al door zijn aanwezigheid
hun leed en zorgen op zich nam?
Gewoon een mens
van vlees en bloed:
het woord van God
dat leven doet.
2
Wie is die man die voor zichzelf
geen veiligheid of rijkdom vroeg
en enkel in zachtmoedigheid
de armoede van anderen droeg?
refrein
3
Wie is die man die als een vuur
verlichting, troost en warmte gaf,
in pure zelfvergetelheid
voor ons geluk zijn leven gaf?
refrein
4
Wie is die man die als een knecht,
een wonderlijke vreemdeling,
de wegen van gerechtigheid,
van vrede en genezing ging?
refrein
5
Wie is die man, hoe is zijn naam,
die zo zichzelf tot voedsel brak
en met de eenvoud van een kind
van God als van zijn Vader sprak?
refrein
---
*120
#5
1
Houden van mensen
is rijk zijn in nood
elkander geven
het dagelijks brood.
2
Houden van mensen:
bevrijdend geheim,
om voor een ander
een woonplaats te zijn.
3
Houden van mensen
is warmte en licht:
elkander tonen
je ware gezicht.
4
Houden van mensen
is spelenderwijs
aarde herscheppen
tot nieuw paradijs.
5
Houden van mensen
zoals Hij het deed
die met ons deelde
ons lief en ons leed.
---
*121
#3
1
Een schaal met brood, een beker wijn:
zal dat voor ons voldoende zijn
om licht te zien in duisternis,
om te verstaan wat vrede is?
Want God is ver en oorlog went
en wie verstaat zijn testament,
zijn woord dat om vertrouwen vraagt
en hoop en leven in zich draagt?
2
Ik ben uw brood, uw beker wijn:
de wereld zal gelukkig zijn
als zij de wegen op wil gaan
waarlangs ik haar ben voorgegaan,
want hoe de mens ook vrede zocht,
zij wordt alleen door hem gekocht
die niets meer te verliezen heeft
en zoals ik zijn leven geeft.
3
Wanneer gij brood breekt in mijn naam,
om vrede vraagt in uw bestaan
en van de liefdesbeker drinkt,
tezamen zijt en eenheid vindt:
dan moet gij zelf tot voedsel zijn
voor allen die op aarde zijn
en zal het brood, de beker wijn,
u levenslang voldoende zijn.
---
*122
#5
1
Steeds weer hetzelfde zeggen:
'de liefde overwint'
gelukkig wie er in gelooft
en metterdaad begint.
Refrein:
Vervul de wet,
bemin elkaar
en doe dan maar
wat je hart je zegt.
2
Steeds weer hetzelfde zeggen:
'de liefde breekt geweld'
gelukkig wie onmachtig wordt
en eigen heil niet telt.
refrein
3
Steeds weer hetzelfde zeggen:
'de liefde is veel waard'
gelukkig wie zijn eigendom
verkoopt, verbeurd verklaart.
refrein
4
Steeds weer hetzelfde zeggen:
'de liefde kent geen haat'
gelukkig wie voor zwart en blank
de weg naar vrede gaat.
refrein
5
Steeds weer hetzelfde zeggen
met steeds hetzelfde lied:
alwie gelukkig worden wil,
hij telt zijn leven niet.
refrein
---
*123
#3
1
Gij die de mens geschapen hebt
en ieder kent bij naam,
Gij die als mens verschenen zijt
en ons bent voorgegaan:
voor allen die getreden zijn
in 't voetspoor van uw Zoon,
hebt Gij voorgoed een plaats bereid
zij zingen voor uw troon.
2
Een overgrote menigte
die niemand tellen kan,
verzameld uit de volkeren
van elke taal en stam:
de eerste mens die Gij U schiep,
het volk van Abraham,
de redder Mozes; de profeet
die sprak: ziedaar het Lam.
3
Wij danken U voor hun geloof
in uw verheven Naam,
en bidden U: neem met hun lied
ook onze hulde aan.
Lof zij het Lam dat is geslacht,
Hem zij de eer en roem,
aan Hem die alles heeft volbracht,
aan Christus, onze Heer.
---
*124
#6
1
Voor wie in duisternis,
de schaduw van de dood,
op zoek naar hoop en vrede is:
moet gij het licht der wereld zijn.
2
Voor wie de smaak niet kent,
van goedheid zonder schijn,
die ongevraagd haar vreugde deelt:
moet gij het zout der aarde zijn.
3
Voor wie uw licht laat zien,
een hoopvol, nieuw bestaan,
een leven dat naar vrede smaakt:
moet gij getuigen van mijn Naam.
4
Alwie zijn Naam belijdt,
zoekt niet naar eigen eer,
erkent de adem van de Geest
die zeggen doet: Hij is de Heer.
5
Alwie in Hem gelooft,
zich vasthoudt aan zijn woord:
aanvaardt het licht, getuigt ervan
dat God in mensen wordt gehoord.
6
Op Vader, Zoon en Geest,
de oorsprong van het licht,
dat hartverwarmend schijnen wil,
zij onze dank en hoop gericht.
---
*125
#5
1
Alleen wie het gegeven is
hij kan het woord verstaan.
Er zijn er die onvruchtbaar zijn
omwille van mijn naam.
2
Wie oren heeft, hij luistere!
Ik geef u goede raad:
verkoop wat gij bezit en kom,
volg mij met woord en daad.
3
Alleen te zijn, gel¢ven dat
zo leven vruchtbaar is:
een dwaasheid als de Heer ons niet
tot levend voorbeeld is.
4
Alwie zich zo verliezen durft
zal delen in zijn dood
en als een bron van vreugde zijn
voor anderen in nood.
5
Dankt God die alle leven schept,
de Bron van vruchtbaarheid,
die mensen door zijn Geest bezielt
en op zijn wegen leidt.
---
*126
#5
1
Hoe zouden wij geloven, Heer,
als Gij niet wordt gehoord
bij monde van verkondigers
van uw verlossend woord?
2
Hoe zouden zij verkondigen,
als niet uw Zoon hen zond,
als niet uw Geest bekrachtigde,
de woorden uit hun mond?
3
Wij hebben door uw predikers
vernomen van uw naam,
die ons met hoop en goede moed
het leven door doet gaan.
4
Wij danken hem die heeft geplant,
de Heer die wasdom schenkt
en ons, om het geloof verdeeld,
eens weer tezamen brengt.
5
Eer aan de Vader en de Zoon
en aan de heilige Geest
die ons geloof in leven houdt,
het wankele hart geneest.
---
*127
#4
1
Zalig zijt gij wanneer men U
om mijnentwil vervolgt
als gij om uw waarachtigheid
bespot, geslagen wordt:
verheugt u dan, uw loon is groot
om wat u wordt misdaan;
hetzelfde lijden hebben eens
profeten ondergaan.
2
Het zaad dat in de aarde valt
houdt een belofte in:
omdat het zelf te gronde gaat
vormt het een nieuw begin.
De hoop die hen in leven hield
het teken van hun dood,
wordt voedsel voor wie honger heeft
naar levenschenkend brood.
3
Wij danken U voor hun geloof
het werd hun vlees en bloed;
leer ons te leven zoals zij,
geef ons hun stervensmoed.
Want wie zichzelf uw leerling noemt,
hij moet uw wegen gaan:
Uw lot zal ook het onze zijn,
doe ons uw dood verstaan.
4
De Vader zij nu alle eer,
die ons het leven geeft,
de Zoon die 't sterven op zich nam
en nu voor altijd leeft,
de Geest die als een nieuwe wind
over de wereld waait:
aan God die in het eind der tijd
oogst wat Hij heeft gezaaid.
---
*128
#5
1
Al wat een mens te kennen zoekt
aan waarheid en aan zin:
het ligt verhuld in uw Geheim
dat eind is en begin.
2
Geen mensenoog heeft dat gezien,
geen oor heeft het gehoord;
het wordt ternauwernood vermoed
en aarzelend verwoord.
3
De mens die naar uw wijsheid zoekt,
van harte, met verstand -
doet Gij uw wereld ondergaan
als maaksel van uw hand.
4
Als wij uw sporen bijster zijn,
Heer, geef ons denken moed;
leer ons te luisteren naar de Geest
die doven horen doet.
5
Eer aan de Vader, Zoon en Geest,
aan de drie-ene macht:
Geheim dat aan de oorsprong staat
en in het eind ons wacht.
---
*129
#3
1
God wil een tempel bouwen
om ons nabij te zijn,
en boven alle vrouwen
zal zij gezegend zijn
die Hij zich heeft verkoren:
Maria is haar naam,
een roos die zonder doornen
in bloei zal komen staan.
2
De bloem gaat zich ontvouwen,
het zonlicht wekt haar zacht-,
verwacht in stil vertrouwen
het wijken van de nacht:
zo heeft zij willen wachten,
de hoop in zich gevoed;
zo schijnt na vele nachten
ons levenslicht voorgoed.
3
Zijn warmte zal verlichten
de armen in het land,
op aarde vrede stichten:
kom, reik elkaar de hand.
God zal zijn tempel bouwen:
een wereldwijd tehuis;
mensen die Hem vertrouwen
worden er kind aan huis.
---
*130
#3
1
Wij willen roemen op het kruis
van Jesus, onze Heer:
de dwaasheid der vernedering
verdient de hoogste eer!
2
Door Hem ontwaakt er nieuwe hoop
in al wie sterven moet:
ons leven ademt nieuwe kracht,
Hij wijst de weg voorgoed!
3
Dat wij Hem volgen met elkaar
en delen brood en wijn:
om Hem, die alles gaf, zal God
ook onze Vader zijn.
---
*131
#6
1
God roept de mens op weg te gaan,
zijn leven is een reis:
'Verlaat wat gij bezit en ga
naar 't land dat Ik u wijs'.
2
Het volk van God was veertig jaar
- een mensenleven lang -
op weg naar het beloofde land,
het land van Kana„n.
3
'De mens leeft niet van brood alleen'
zo hebben zij geleerd,
en 'niet beproeven zult gij Hem
die het heelal beheert'.
4
Vereren moet gij slechts de Naam
des Heren: Hij die is
de wolk die voor u uit zal gaan,
licht in de duisternis.
5
Heer, geef ons moed en doe ons gaan
uw weg door de woestijn
en laat uw Zoon een laaiend vuur,
de nieuwe Mozes zijn.
6
Eer aan de Vader en de Zoon
en aan de heilige Geest,
God, die al voor de eerste mens
belofte zijt geweest.
---
*132
#4
1
Het rijk van God is als een zaad
verborgen in de grond
dat wortel schiet en wasdom geeft
wanneer de zomer komt.
2
Het rijk van God is als een boom
die opgroeit rijk en groen
waar vogels zich gaan nestelen
in 't hoogste van 't seizoen.
3
Het rijk van God is als een huis
gebouwd op goede grond
waar alle mensen welkom zijn:
zij vinden vaste grond.
4
Het rijk van God wil zijn gezaaid
in mensen, groot en klein:
de aarde moet voor iedereen
een huis van vrede zijn.
---
*133
#8
1
Koor:
Al heb ik hoge woorden,
spreek ik haast elke taal:
wie ben ik zonder liefde?
Geen mens kan mij verstaan.
2
allen:
Al ken ik de geheimen
van alle wetenschap:
een wereld zonder liefde
is koud en zonder hart.
3
koor:
De liefde is geduldig
zachtmoedig zonder maat
zij is op zoek naar vrede
vernietigt alle haat.
4
allen:
De liefde spreekt met woorden,
die eerlijk zijn en waar,
zij breekt de harten open,
schenkt mensen aan elkaar.
5
koor
De mensen worden vruchtbaar,
zij worden man en vrouw:
de wereld wordt bewoonbaar
door liefde, goede trouw.
6
allen:
Zij doet de mensen leven
vol hoop en goede moed,
want niets kan haar te veel zijn,
haar kracht maakt alles goed.
7
koor:
Zij schenkt de mensen rijkdom,
veel kostbaarder dan goud:
zij spreekt ons van de Liefde
die ons in leven houdt.
8
allen:
O God, wees zo aanwezig
waar mensen samen zijn!
Ons leven wordt ‚‚n zegen:
dat zal voldoende zijn.
---
*134
#3
1
Luister naar mijn dienaar
die Ik tot u zond:
Hij, die hogepriester
van een nieuw verbond.
Niet op stenen tafels
schrijft Hij u de wet,
want een nieuwe vrede
heeft Hij ingezet.
2
Hij maakt brood van stenen
die van verre kwam, -
zal een hart u geven,
volk van Abraham.
Zelf wordt Hij de beker
van de zegening, -
wordt Hij u tot zegen
in vernedering.
3
Door de doods-zee heeft Hij
u de weg bereid
om u te doen delen
in zijn heerlijkheid.
In zijn bloed bezegelt
Hij mijn nieuw verbond:
luister naar mijn dienaar
die Ik tot u zond.
---
*135
#3
1
Heilig, heilig, heilig,
hemelhoog verheven
boven ons mensen:
de naam van God de Heer!
Heilig, heilig, heilig,
Schepper van de wereld,
mensen beneden
zingen U ter eer.
2
Heilig, heilig, heilig,
Heer van alle sterren,
zonnen en manen
en heel het firmament!
Heilig, heilig, heilig,
mateloze ruimte,
machten en krachten
maakt zijn naam bekend!
3
Heilig, heilig, heilig,
bron van alle leven,
bloemen en bomen
en al wat adem heeft!
Heilig, heilig, heilig,
Heer van alle mensen,
God, onze Vader,
U dankt al wat leeft!
---
*136
#6
1
Wie spreekt ons van de naam van God
en zegt ons wie Hij is?
Of loopt ons leven zo maar dood
in graf en duisternis?
2
God is voor ons een groot geheim
maar mensen zoeken Hem
en onverwacht en stomverbaasd
herkennen zij zijn stem.
3
Tobias vond weer nieuwe kracht,
verlichting voor het oog
toen hem een vriend de hand toestak,
zijn weg ten goede boog.
4
Maria die in stilte wacht
op hoop voor Isra‰l
herkent zijn stem en noemt haar Zoon:
Jesus Emmanu‰l.
5
Die mens zegt ons de naam van God
en zal zijn bode zijn
die ons tot in de angst der dood
zozeer nabij wil zijn.
6
De naam van God wordt levenslicht,
genezing, nieuwe kracht,
voor kleine mensen onderweg,
eenvoudigen van hart.
---
*137
#8
1
Koor:
Komt, luistert naar de woorden
die Ik u heden zeg:
zij wijzen u het leven,
de waarheid en de weg.
2
allen:
Komt, luistert alle mensen
die zoeken naar geluk:
mijn last is licht te dragen
want liefde heet mijn juk.
3
Koor:
Gelukkig zijn de armen
die zonder macht van geld
de wereld gaan verwarmen
zij doden kil geweld.
4
allen:
Gelukkig die zachtmoedig
de weg van goedheid gaan:
hun leven is een weldaad,
de vrede breekt zich baan.
5
koor:
Gelukkig die barmhartig
de naaste willen zijn
van mensen die verzinken
in eenzaamheid en pijn.
6
allen:
Gelukkig zij die strijden
voor de gerechtigheid
en metterdaad belijden:
God maakt geen onderscheid.
7
koor:
O God, die alle mensen
gelukkig maken wil,
toon ons in brood en beker
de dienaar van uw wil.
8
allen:
Vernieuw uw oude aarde,
vestig uw koninkrijk
waar wij uw deelgenoten
zijn: koningen te rijk!
---
*138
#8
1
Koor:
Waarom leven de volken
in oorlog met elkaar?
Is dan het juk van vrede
te moeilijk en te zwaar?
2
allen:
Waarom reiken de mensen
elkander niet de hand
en houden zij de wetten
van oog om oog in stand ?
3
koor:
De wereld wacht op vrede,
de aarde hoopt op recht,
vervulling van verlangens,
haar in het hart gelegd.
4
allen:
De wereld wacht op vrede
en goedheid zonder schijn,
op mensen die elkanders
broeder en hoeder zijn.
5
koor:
Zal het er ooit van komen:
geen honger en geen dorst
of blijven wij elkander
bestrijden, kost wat kost?
6
allen:
Zal het er ooit van komen
dat oorlog niet bestaat
of zijn het stoute dromen
en is het al te laat ?
7
koor:
O God, breng volken samen,
dat wij elkaar verstaan,
vervul die mensendromen
voor zij in rook opgaan.
8
allen:
Doe ons het woord bewaren
dat opgeschreven staat
en echte vrede zoeken
van harte, metterdaad.
---
*139
#6
1
Gelukkig de mens
die arm is van geest
en rijk aan barmhartigheid
wonden geneest.
2
Gelukkig de mens
die droefheid ontmoet
en door zijn blijmoedigheid
wonderen doet.
3
Gelukkig de mens
die, zuiver van hart,
gewapend met eerlijkheid
eigenwaan tart.
4
Gelukkig de mens
die niet eerder zwicht
tot hij in gerechtigheid
vrede hier sticht.
5
Gelukkig de mens
die dit heeft volbracht
en ons in de duisternis
licht heeft gebracht.
6
Gelukkig de mens
die Hem kan verstaan
die ons in die menslijkheid
voor is gegaan.
---
*140
#5
1
Niemand heeft U ooit gezien
niemand kan verstaan
wie Gij voor ons mensen zijt,
hoe wij U ter harte gaan.
2
Mensen zijn als morgendauw,
mensen zijn als gras,
dat verdroogt onder de zon:
niemand weet meer waar het was.
3
Mensen zijn een ademtocht,
bladeren in de wind,
leven maar voor een seizoen,
sterven als de vorst begint.
4
Mensen zijn een vogelvlucht,
mensen gaan voorbij;
alle uren van de dag
komt de dood hen naderbij.
5
Mensen worden ademloos,
kunnen niet bestaan
als hun namen niet voorgoed
in uw hand geschreven staan.
---
*141
#2
1
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
Alle mens'lijk lijden hebt Gij ondergaan
om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
2
Licht moge stralen in de duisternis,
nieuwe vrede dalen waar geen hoop meer is.
Geef ons dan te leven in het nieuwe licht,
wil het woord ons geven dat hier vrede sticht:
U zij de glorie, opgestane Heer,
U zij de victorie, U zij alle eer!
---
*142
#8
1
Koor:
Verkondig alle mensen
wat ik u zeggen zal:
mijn woorden brengen vreugde
en vrede overal.
2
Allen:
Verkondig aan een ieder
die hier geboren wordt:
wij zijn niet langer vreemden
maar kinderen van God.
3
Koor:
Verkondig aan de blinden:
een licht is opgegaan;
wij lopen hier verloren,
er is een weg te gaan.
4
Allen:
Verkondig aan de armen:
uw droefheid is voorbij,
de zondaar vindt vergeving,
de liefde maakt u vrij.
5
Koor:
Verkondig aan wie zoeken:
niet eeuwig duurt uw nood;
ik ben uw weg naar vrede,
ik ben uw levensbrood.
6
Allen:
Verkondig aan wie sterven:
gij kunt in vrede gaan,
het wordt voor u ook pasen,
ik ben u voorgegaan.
7
Koor:
Verkondig heel de aarde
en al wat adem heeft:
gelukkig zal hij wezen
die in de liefde leeft.
8
Allen:
Verkondig alle mensen
wat ik u heb gezegd:
een nieuwe geest van vrede
wordt in uw hart gelegd.
---
*143
#6
1
Een woord was genoeg
om God te doen spreken:
als wij het niet breken
is een woord genoeg.
2
Een woord was genoeg
om angst te verstillen:
als wij luisteren willen
is een woord genoeg.
3
Een woord was genoeg
om ons te beschamen:
als wij het beamen
is een woord genoeg.
4
Een woord was genoeg
om hoogmoed te breken:
als ons hart gaat spreken
is een woord genoeg.
5
Een woord was genoeg
om vrede te brengen:
als wij het volbrengen
is een woord genoeg.
6
Een woord was genoeg
om liefde te geven:
als wij ervan leven
is een woord genoeg.
---
*144
#5
1
Zoals Ik ben
zo moet ook gij op weg gaan.
Geen knechten, vrienden noem ik u,
mijn woord zal door uw mond gaan.
2
Wat gij gehoord hebt en gezien
moet gij bekend gaan maken:
wat ik in stilte tot u sprak
roept dat vanaf de daken.
3
Neemt onderweg geen reiszak mee
maar gaat met lege handen
en boodschapt als een vredesduif:
'Gods Rijk is nu op handen'.
4
Leert van de duif de simpelheid,
weest waakzaam als de slangen
en vreest niet hoe gij spreken zult
al neemt men u gevangen.
5
Zo zal het Rijk der Hemelen
onder de mensen komen:
op aarde zal hernieuwde hoop
en goede vrede wonen.
---
*145
#3
1
Brood op tafel: 'n hand gevuld
met wat in het leven geen uitstel duldt:
eten en drinken, iedere dag,
gewoon wat een mens niet ontbreken mag.
2
Beker met wijn, 'n vreugdedrank
voor armen en kleinen, voor zwart en blank:
broederschap drinken met iedereen
want wie houdt het uit moederziel alleen ?
3
Woorden horen, 'n man die sprak
en zich in zijn leven tot voedsel brak:
kom om te eten, drink van de wijn,
laat dit een bewijs van mijn liefde zijn.
---
*146
#3
1
Een schaal met brood, een beker wijn:
zal dat voor ons voldoende zijn
om licht te zien in duisternis,
om te verstaan wat vrede is?
want God is ver en oorlog went
en wie verstaat zijn testament,
zijn woord dat om vertrouwen vraagt
en hoop en leven in zich draagt.
2
Ik ben uw brood, uw beker wijn,
de wereld zal gelukkig zijn
als zij de wegen op wil gaan
waarlangs ik haar ben voorgegaan
want hoe de mens ook vrede zocht,
zij wordt alleen door hem gekocht
die niets meer te verliezen heeft
en zoals ik zijn leven geeft.
3
Wanneer gij brood breekt in mijn naam,
om vrede vraagt in uw bestaan
en van de liefdesbeker drinkt,
tezamen zijt en eenheid vindt:
dan moet gij zelf tot voedsel zijn
voor allen die op aarde zijn
en zal het brood, de beker wijn
u levenslang voldoende zijn.
---
*201
#4
1
Wees hier aanwezig God, en luister
als mensen vragen naar uw Naam,
als wij ons scharen bij de velen
die ons naar U zijn voorgegaan.
2
Wees hier aanwezig, God, en antwoord
als doven vragen om het woord,
als wij van U het heil verwachten
dat uit geen mens ooit werd gehoord.
3
Wees hier aanwezig en verlicht ons
als blinden vragen naar de weg,
als wij in 't duister naar U tasten
hopend op wat ons werd gezegd.
4
Wees hier aanwezig, maak ons mensen
als doden vragen om uw geest,
als wij om leeftocht tot U komen:
oorsprong van al wat adem heeft.
---
*202
#4
1
Gij die voor alle mensen
de wereld hebt gemaakt:
vervul ons van de adem
die ons broeders maakt.
2
Gij die voor alle mensen
het licht ontstoken hebt:
geef ons te mogen spelen
voor uw aangezicht.
3
Gij die voor alle mensen
de vrede hebt gewild:
laat alle haat verdwijnen
die ons hart verkilt.
4
Gij die voor alle mensen
ruimte geschapen hebt:
doe ons een toekomst dagen,
wijs ons de levensweg.
---
*203
#4
1
Hier wordt een huis voor God gebouwd
waar mensen samenkomen
en waar Hij zelf aanwezig is
om onder ons te wonen.
2
Hier wordt een boek opengelegd
en klinken goede woorden
van God die van de mensen houdt
en die naar ons wil horen.
3
Hier wordt een tafel aangericht
om Jezus te gedenken
die voor ons leven en geluk
zich weg heeft willen schenken.
4
Hier delen wij het levensbrood
en worden nieuwe mensen:
de aarde wordt een vredeshuis,
vervuld van oude wensen.
---
*204
#4
1
Wij zoeken U als wij samenkomen,
hopen dat Gij aanwezig zijt,
hopen dat het er eens van zal komen:
mensen in vrede vandaag en altijd.
2
Wij horen U in oude woorden,
hopen dat wij uw stem verstaan,
hopen dat zij voor ons gaan verwoorden
waarheid en leven, de bron van bestaan
3
Wij breken brood en delen het samen,
hopen dat het wonder geschiedt
hopen dat wij op hem gaan gelijken
die ons dit teken als spijs achterliet.
4
Wij vragen U om behoud en zegen,
hopen dat Gij ons bidden hoort,
hopen dat Gij ons adem zult geven:
geestkracht die mensen tot vrede bekoort.
---
*205
#4
1
Op een God die door de eeuwen
om zijn trouw bezongen is
wachten mensen heel hun leven
tot zijn uur gekomen is.
2
Op een God die door de tijden
om zijn naam beleden is
wachten mensen alle nachten
tot zijn licht verschenen is.
3
Op een God die voor de mensen
nieuwe toekomst deed ontstaan
wachten wij in goed vertrouwen
tot zijn woord zal opengaan.
4
Op een God die voor de mensen
licht in donker heeft bereid
wachten wij van ganser harte
tot zijn stem ook ons bevrijdt.
---
*206
#4
1
Alle dagen wachten, vragen
naar het einde van de nacht:
schijnt het licht al in het donker
waarop heel de wereld wacht?
2
De seizoenen doen vermoeden
dat het licht wel komen zal
en de sterren staan te dromen
van een hel verlicht heelal.
3
Wat de jaren niet vergaren
in hun eindeloze gang
is de kracht die zelfs de schaduw
van de dood verdrijven kan.
4
Wat geen mensen kunnen wensen
zal een dag te wachten staan:
in een mens, een ster van vrede,
breekt een nieuw seizoen zich baan!
---
*207
#6
1
Zal er ooit een dag van vrede,
zal er ooit bevrijding zijn
voor een volk dat zonder reden
levenslang op weg moet zijn?
2
Zal er ooit een blijvend heden
vol van goede vrede zijn
waar geen pijn meer wordt geleden:
levenslang gebroken zijn.
3
Zie de takken aan de bomen
waar het jonge groen ontluikt
tot een stralend nieuwe zomer
waar de vredesbloesem ruikt.
4
Zie de sterren aan de hemel
waar het duister van de nacht
door hun schijnsel wordt verdreven
tot een nieuwe dag die lacht.
5
Zoals bomen mensen tonen
dat er kracht tot groeien is
zal de zoon der mensen komen
die de boom des levens is.
6
Zoals sterren mensen melden
dat geen nacht te donker is
zal een kind ons komen redden
dat het licht der wereld is.
---
*208
#13
1
Hoort hoe God met mensen omgaat,
hoe Hij zijn belofte houdt,
die de mens van den beginne
adem geeft en gaande houdt.
2
Hoort hoe God met mensen omgaat,
hoe Hij Adam koning schiep
die zou heersen over alles
wat Hij in het leven riep.
3
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij onze Schepper is
die ons maakt tot zijn getuigen
dragers van zijn beeltenis.
4
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij Noach uitzicht bood
die Hij redde uit het water,
uit het duister van de dood.
5
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij deed met Abraham
die Hij nageslacht beloofde
talrijker dan korrels zand.
6
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij Mozes riep bij naam
die zijn volk de weg moest wijzen
naar het land van Kana„n.
7
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij herder David koos
die zijn kudde zou doen leven
onbedreigd en zorgeloos.
8
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij Jona moed insprak
die de mensen moest bekeren
tot vertrouwen in de Naam.
9
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij tot Elia sprak
die de storm van angst en twijfel
met een stille bries doorbrak.
10
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij van zich spreken laat
die bij monde van profeten
met ons is in woord en daad.
11
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij tot Maria kwam
die Hij van het woord vervulde
eens beloofd aan Abraham.
12
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe Hij ons een Dienaar zond
die met liefde als zijn wapen
ons voorgoed aan zich verbond.
13
Hoort hoe God met mensen omgaat
hoe wij Hem ter harte gaan
die ook hier tot ons zal spreken
als wij vragen naar zijn Naam.
---
*209
#4
1
Als regen die de aarde drenkt
die droog en dorstig is:
zo voedt het woord van God de mens
die doods en duister is.
2
Als zonlicht dat het groen gewas
uit zaad ontkiemen doet:
zo geeft het woord van God de mens
luister en nieuwe gloed.
3
Als schaduw die verkoeling brengt
op 't heetste van de dag
geneest het woord van God de mens
die op bevrijding wacht.
4
O God, vernieuw de dorre grond,
verzacht wat is verhard:
maak ons gehoorzaam aan uw woord
en mensen naar uw hart.
---
*210
#4
1
Als gij naar de woorden luistert
die hier tot u zijn gezegd
zullen zij een licht ontsteken,
wijzen zij de goede weg.
2
Als gij naar de woorden luistert
die van mij geschreven staan
zullen zij van vrede spreken
die er schuilgaat in mijn naam.
3
Als gij naar mijn woorden luistert,
ze van harte wilt verstaan
zullen zij de Vader tonen,
zult gij niet verloren gaan.
4
Als gij naar mijn woorden luistert
brengt de dood niet langer vrees,
wordt gij tot Gods zoon herboren,
ademt gij zijn levensgeest.
---
*211
#4
1
Luister en leer wat leven is
in groot geluk en diep gemis:
ontdek de liefde als het woord
dat mensen tot elkaar bekoort.
2
Schijn houdt de liefde niet in stand,
zij heeft zich aan het hart verpand
waar mensen klein en weerloos zijn,
genezing vragen voor hun pijn.
3
Vrees is er in de liefde niet:
zij is de ruimte van een lied
dat iemand nieuwe adem geeft
en dankbaar stemt omdat hij leeft.
4
Hoop doet ons samen verder gaan,
bekommerd om elkaars bestaan
zolang er elke nieuwe dag
een mensenkind op liefde wacht.
---
*212
#4
1
Voor mensen kunnen spreken
heb Ik hen al gehoord,
voor zij mijn hulp inroepen
geef Ik hun al mijn woord
2
Voor zij geboren worden
heb Ik hen al gewild,
voor zij het licht aanschouwen
noem Ik hen al mijn kind.
3
Voor zij in zonde vallen
heb Ik hun hart doorgrond,
voor zij ten dode vallen
geef Ik hun vaste grond.
4
Voor mensen kunnen spreken
weerklinkt mijn woord van trouw
om voor altijd te weten
wie hen in leven houdt.
---
*213
#4
1
Hij die woont in eeuwig licht,
voor wie alle grootheid zwicht,
toont aan mensen zijn gezicht.
2
Die geen huis bevatten kan
komt te gast bij Abraham
in het land van Kana„n.
3
Weet dat daar zijn woning staat
waar zijn woord ons voeden gaat
als een milde overdaad.
4
Houd hem in herinnering
die als gast en vreemdeling
ons de weg naar vrede ging.
---
*214
#4
1
Een vogel heeft geen zekerheid
dat hij zal overleven:
de bomen geven hem respijt,
genoeg om van te leven.
2
De bomen zwijgen op hun beurt
en reiken naar de hemel:
de aarde voedt hun levenslust
met water uit de hemel.
3
Het stille water van de zee
waarvan een mens niet weten kan
geeft aan de vissen vrijheid
in al zijn wereldwijsheid.
4
En uit de bomen groeit een kruis
tot rustplaats voor die vogel
die met het teken van de vis
om mensen was bewogen.
---
*215
#4
1
Hij die de blinden weer liet zien,
hun ogen kleur liet ondervinden:
is zelf het licht dat ruimte geeft,
ons levenslicht, de Zoon van God.
2
Hij die de lammen lopen liet
hun dode krachten deed ontvlammen
is zelf de weg tot waar geluk:
ons levenspad, de Zoon van God.
3
Hij die de armen voedsel gaf
met overdaad hen kwam verwarmen
is zelf het brood dat honger stilt:
ons levensbrood, de Zoon van God.
4
Hij die de doven horen deed
hun eigen oren deed geloven
is zelf het woord dat waarheid spreekt:
het levend woord, de Zoon van God.
---
*216
#6
1
Wie is die God die eeuwig leeft
en al wat is geschapen heeft,
die oerbegin en einde is
de zin van de geschiedenis?
2
De Vader die de wereld schiep,
de stem die ons tot leven riep:
dat is mijn God, ik roep Hem aan
en zeg Hem dank voor mijn bestaan.
3
Wie is dat ene mensenkind
dat anderen zozeer bemint
dat Hij zich aan een kruis liet slaan,
ons nog doet vragen naar zijn naam?
4
De Zoon die ons geboren is,
het licht in onze duisternis,
voor kleine mensen, diep in nood,
een hoopvol woord tot in de dood.
5
Wie zingt in ons dat ene lied:
bet leven doet de dood teniet?
Verlangen dat maar niet verslijt,
een ademtocht van eeuwigheid?
6
De Geest die ons de ruimte geeft,
de levenskracht die ons beweegt,
de liefde krijgt de overhand
en aarde wordt tot vruchtbaar land.
---
*217
#3
1
Hij brak het brood
en nam zijn dood
in eigen hand,
Hij gaf de wijn,
zijn stervenspijn,
ons in de hand.
2
Nu gaat zijn dood
als levensbrood
van hand tot hand:
zijn stervenspijn
wordt vreugdewijn
in ieders hand.
3
Leven en dood
zijn wijn en brood
in onze hand:
zo zal voortaan
de dood een gaan
ten leven zijn.
---
*218
#3
1
Eet en drinkt van brood en wijn
tot mijn gedachtenis
en weet dat er in angst en pijn
een weg naar vrede is.
2
Deelt het leven met elkaar
tot mijn gedachtenis
en schenkt elkaar voor alle haat
alleen vergiffenis.
3
Leeft in liefde met elkaar
tot mijn gedachtenis
en maakt zo in uw daden waar
dat leven geven is.
---
*219
#3
1
Neemt en eet met elkaar,
leeft van het oergebaar,
deelt tezamen brood en wijn,
heelt de onmacht en de pijn.
2
Neemt en drinkt met elkaar
wordt als een bedelaar
levend met een open hand
die geluk om niet ontvangt.
3
Komt, vernieuwt het verbond
stemt in met hart en mond
dankt de God die leven doet
ons tot liefde samenroept.
---
*220
#4
1
Wij danken U voor al wat leeft,
voor wat er groeit en zich beweegt,
voor ieder woord dat ons bereikt
en ieder mens die ons bevrijdt!
2
Wij danken V voor al wat is,
voor alle licht en duisternis,
voor lief en leed, geluk en nood,
al wat Gij geeft als daag'lijks brood!
3
Wij danken V voor brood en wijn,
voor Hem die ons tot spijs wil zijn,
voor wat zijn woord onder ons doet,
al wat het schenkt aan levensmoed!
4
Wij danken V dat Gij vanouds
de wereld in uw handen houdt;
dat Gij ons kent bij onze naam:
wij danken U dat wij bestaan!
---
*221
#3
1
Zingt voor Hem die alle namen
hemelver te boven gaat:
diep geheim van onze dromen,
Naam die ons het zwijgen laat!
2
Zingt voor Hem die alle mensen
vol verwondering doet staan:
mensenkind om ons bewogen,
klein en weerloos zonder naam!
3
Zingt voor Hem die alle dingen
vruchtbaarheid en ruimte geeft:
ademtocht, begin en einde,
Naam die in ons midden leeft!
---
*222
#3
1
Zingt van de Vader die in den beginne
de mensen schiep, de dieren en de dingen,
hemel en aarde, wilt zijn Naam bezingen:
Houdt Hem in ere!
2
Zingt van de Zoon, licht voor onze ogen,
bron van geluk voor wie Hem wil geloven,
luistert naar Hem, het woord van alzo hoge:
houdt Hem in ere!
3
Zingt van de Geest, adem van het leven,
duurzame kracht die mensen wordt gegeven
waar wij ook gaan, wij hebben niets te vrezen
houdt Hem in ere!
---
*223
#5
1
Wij bidden U om vrede
en vragen U om brood
dat mensen redt van honger
en onmacht totterdood.
2
Wij bidden U om wijsheid
en vragen U om licht
dat mensen ogen opent
en op elkander richt.
3
Wij bidden U om zegen
en vragen om het woord
dat mensen weer verenigt
en naar de vrijheid voert
4
Wij bidden U om adem
en vragen om uw geest
die mensen doet herleven
en ons van schuld geneest.
5
Wij bidden om verhoring
en vragen U altijd
dat mensen mogen weten
dat Gij hun Vader zijt.
---
*224
#4
1
Al wie dolend in het donker
in de holte van de nacht
en verlangend naar een wonder
op de nieuwe morgen wacht:
vrijheid wordt aan u verkondigd
door een koning zonder macht.
2
Onze lasten zal Hij dragen
onze onmacht totterdood
geeft als antwoord op ons vragen
ons zichzelf als levensbrood
nieuwe vrede zal er dagen
liefde straalt als morgenrood.
3
Tot de groten zal Hij spreken
even weerloos als een lam
het geknakte riet niet breken
Hij bewaakt de kleine vlam:
hoort en ziet het levend teken
van een God die tot ons kwam.
4
Dor en droog geworden aarde
die om dauw en regen vraagt
dode mens die snakt naar adem
wereld die om toekomst vraagt:
zie mijn Zoon, de nieuwe Adam,
die mijn welbehagen draagt.
---
*301
#6
1
Om een mens te zijn op aarde,
zonder aanzien, zonder macht,
is Hij onder ons geboren
in de kilte van de nacht.
2
Om een vuur te zijn op aarde
dat verwarmt maar niet verslindt
is hij onder ons geboren
als een weerloos mensenkind.
3
Om een licht te zijn op aarde
dat de duisternis verjaagt
is hij onder ons geboren
als een stem die waarheid vraagt.
4
Om een zwaard te zijn op aarde
dat verdeelt maar niet vermoordt
is hij onder ons geboren
vrede stichtend door zijn woord.
5
Om een kracht te zijn op aarde
die de machten zal verslaan
is hij onder ons geboren
slechts vertrouwend op Gods naam.
6
Om de vreugde van de aarde,
vrede, recht in overvloed,
is hij onder ons geboren:
Godsgeschenk dat leven doet.
---
*302
#6
1
Gij verschijnt niet op de wolken
als een God van buitenaf
waar Gij U laat zien aan mensen
legt Gij alle grootheid af.
2
Gij verschijnt niet aan de groten
van de tempel of de staat
maar aan herders die te velde
zwerven zonder stand of staat.
3
Gij verschijnt als ongeziene,
niet genode vreemdeling
door wie ons verwaterd leven
kleur krijgt als in het begin.
4
Gij verschijnt waar kwade machten
machteloze krampen zijn
en de liefde wordt geboren
die ons heel maakt, vrij van pijn.
5
Gij verschijnt ons allerwegen
in de ogen van de man
die, al wordt hij doodgezwegen,
ons van God getuigen kwam.
6
Gij verschijnt ons als een gave
in de woorden uit zijn mond
die ons wekken om te leven,
laten staan op vaste grond.
---
*303
#4
1
Als Gij ons niet verschenen was
wij zouden niemand zijn:
onvruchtbaar en verdroogd als gras,
verzand tot een woestijn.
2
Als Gij ons niet verschenen was
wij waren ziende blind:
met ogen als beslagen glas
verdwaald in weer en wind.
3
Als Gij ons niet verschenen was
wij waren levend dood:
geen helend antwoord dat ons past,
geen broeder in de nood.
4
Als Gij ons niet verschenen was
wij konden niet meer gaan:
geen mens die onze wonden wast
en borg voor ons wil staan.
---
*304
#6
1
God roept de mens op weg te gaan,
zijn leven is een reis:
'Verlaat wat gij bezit en ga
naar 't land dat Ik u wijs'.
2
Het volk van God was veertig jaar
- een mensenleven lang -
op weg naar het beloofde land,
het land van Kan„an.
3
'De mens leeft niet van brood alleen'
zo hebben zij geleerd
en 'niet beproeven zult gij Hem
die het heelal beheert'.
4
Vereren moet gij slechts de Naam
des Heren: Hij die is
de wolk die voor u uit zal gaan,
licht in de duisternis.
5
Heer, geef ons moed en doe ons gaan
uw weg door de woestijn
en laat uw Zoon een laaiend vuur,
de nieuwe Mozes zijn.
6
Gezegend zijt Gij, Eeuwige;
Die ons het leven geeft:
Stem die al voor de eerste mens
belofte bent geweest!
---
*305
#4
1
Voor wie het leven in wil gaan
ben Ik de poort:
als gij mijn wegen in durft slaan
leid Ik u voort.
2
Voor wie door duister is verblind
ben Ik het licht:
God toont u in een mensenkind
zijn aangezicht.
3
Voor wie op hoop en waarheid wacht
ben Ik het woord:
slechts door de waker in de nacht
word Ik gehoord.
4
Voor wie zijn honger stillen wil
ben ik het brood:
Ik sterk u naar mijn Vaders wil
in alle nood.
---
*306
#3
1
Luister naar mijn dienaar
die Ik tot u zond:
Hij, de hogepriester
van een nieuw verbond.
Niet op stenen tafels
schrijft Hij u de wet
want een nieuwe vrede
heeft Hij ingezet.
2
Hij maakt brood van stenen,
die van verre kwam -
zal een hart u geven,
volk van Abraham.
Zelf wordt Hij de beker
van de zegening,
wordt Hij u tot zegen
in vernedering.
3
Door de doods-zee beeft Hij
u de weg bereid,
om u te doen delen
in zijn heerlijkheid.
In zijn bloed bezegelt
Hij mijn nieuw verbond:
luister naar mijn dienaar
die Ik tot u zond.
---
*307
#3
1
Een schaal met brood, een beker wijn:
zal dat voor ons voldoende zijn
om licht te zien in duisternis,
om te verstaan wat liefde is?
Want God is ver en oorlog went
en wie verstaat zijn testament,
zijn woord dat om vertrouwen vraagt
en hoop en leven in zich draagt?
2
Ik ben uw brood, uw beker wijn:
de wereld zal gelukkig zijn
als zij de wegen op wil gaan
waarlangs ik haar ben voorgegaan
want hoe de mens ook vrede zocht
zij wordt alleen door hem gekocht
die niets meer te verliezen heeft
en zoals Ik zijn leven geeft
3
Wanneer gij brood breekt in mijn naam,
om vrede vraagt in uw bestaan
en van de liefdesbeker drinkt,
tezamen zijt en eenheid vindt:
dan moet gij zelf tot voedsel zijn
voor allen die op aarde zijn,
en zal bet brood, de beker wijn,
u levenslang voldoende zijn
---
*308
#3
1
Brood op tafel, een hand gevuld
met wat in het leven geen uitstel duldt:
de honger stillen iedere dag,
gewoon wat een mens niet ontbreken mag.
2
Beker met wijn, een vredeswens,
elkaar begroeten van mens tot mens:
verbonden worden met iedereen
want wie houdt het uit moederziel alleen?
3
Maaltijd houden met Hem die sprak
en zich in zijn leven tot voedsel brak:
kom samen eten, drink van de wijn
want zo wil Hij zelf in ons midden zijn.
---
*309
#8
1
Verkondig alle mensen
wat Ik u zeggen zal:
mijn woorden brengen vreugde
en vrede overal.
2
Verkondig aan een ieder
die hier geboren wordt:
wij zijn niet langer vreemden
maar kinderen van God.
3
Verkondig aan de blinden:
een licht is opgegaan,
wij lopen niet verloren,
er is een weg te gaan.
4
Verkondig aan de armen:
uw droefheid is voorbij,
de zondaar vindt vergeving,
de liefde maakt u vrij.
5
Verkondig aan wie zoeken:
niet eeuwig duurt uw nood;
Ik ben uw weg naar vrede;
Ik ben uw levensbrood.
6
Verkondig aan wie sterven:
gij kunt in vrede gaan;
het wordt voor u ook pasen,
Ik ben u voorgegaan.
7
Verkondig heel de aarde
en al wat adem heeft:
gelukkig zal hij wezen
die in de liefde leeft.
8
Verkondig alle mensen
wat Ik u heb gezegd:
gerechtigheid en vrede
zijn in uw hart gelegd.
---
*310
#8
1
Waarom leven de volken
in oorlog met elkaar,
is dan het juk van vrede
te moeilijk en te zwaar?
2
Waarom reiken de mensen
elkander niet de hand
en houden zij de wetten
van 'oog om oog' in stand?
3
De wereld wacht op vrede
en goedheid zonder schijn,
op mensen die elkanders
broeder en zuster zijn.
4
De wereld wacht op vrede,
de aarde hoopt op recht,
vervulling van verlangen,
haar in het hart gelegd.
5
Zal het er ooit van komen:
geen honger en geen dorst
of blijven wij elkander
bestrijden, kost wat kost?
6
Zal het er ooit van komen
dat oorlog niet bestaat
of zijn het stoute dromen
en is het al te laat?
7
O God, breng mensen samen,
dat wij elkaar verstaan,
vervul die mensendromen
voor zij in rook opgaan.
8
Doe ons het woord bewaren
dat opgeschreven staat
en echte vrede zoeken
van harte, metterdaad.
---
*311
#8
1
Komt, luistert naar de woorden
die Ik u heden zeg:
zij wijzen u het leven,
de waarheid en de weg.
2
Komt, luistert alle mensen
die zoeken naar geluk:
mijn last is licht te dragen
want liefde heet mijn juk.
3
Gelukkig zijn de armen
die zonder macht van geld
de wereld gaan verwarmen:
zij doden kil geweld.
4
Gelukkig die zachtmoedig
de weg van goedheid gaan:
hun leven is een weldaad,
de vrede breekt zich baan.
5
Gelukkig die barmhartig
de naaste willen zijn
van mensen die verzinken
in eenzaamheid en pijn.
6
Gelukkig zij die strijden
voor de gerechtigheid
en metterdaad belijden:
God maakt geen onderscheid.
7
O God die alle mensen
gelukkig maken wil:
toon ons in brood en beker
de Dienaar van uw wil.
8
Vernieuw uw oude aarde,
vestig uw koninkrijk
waar wij uw deelgenoten
zijn: koningen te rijk.
---
*312
#6
1
Voor wie in duisternis,
de schaduw van de dood,
op zoek naar hoop en vrede is:
moet gij het licht der wereld zijn.
2
Voor wie de smaak niet kent
van goedheid zonder schijn
die ongevraagd haar vreugde deelt:
moet gij het zout der aarde zijn
3
Voor wie uw licht laat zien
een hoopvol, nieuw bestaan,
een leven dat naar vrede smaakt:
zijt gij getuigen van mijn Naam
4
Alwie zijn Naam belijdt
zoekt niet naar eigen eer,
erkent de adem van de Geest
die zeggen doet: Hij is de Heer
5
Alwie in Hem gelooft,
zich vasthoudt aan zijn woord,
aanvaardt het licht, getuigt ervan
dat God in mensen wordt gehoord
6
Op Vader, Zoon en Geest,
de oorsprong van het licht,
dat hartverwarmend schijnen wil,
zij onze dank en hoop gericht
---
*313
#5
1
Zoals Ik zelf gezonden ben
zo moet ook gij op weg gaan:
geen knechten, vrienden noem Ik u,
mijn woord zal door uw mond gaan.
2
Wat gij gehoord hebt en gezien
moet gij bekend gaan maken:
wat Ik in stilte tot u sprak
roept dat vanaf de daken.
3
Neemt onderweg geen reiszak mee
maar gaat met lege handen
en boodschapt als een vredesduif:
'Gods rijk is nu op handen'.
4
Leert van de duif de simpelheid
weest waakzaam als de slangen
en vreest niet hoe gij spreken zult
al neemt men u gevangen.
5
Zo zal het rijk der hemelen
onder de mensen komen:
op aarde zal hernieuwde hoop
en goede vrede wonen.
---
*314
#4
1
Hoe zouden wij geloven, Heer,
als Gij niet wordt gehoord
bij monde van verkondigers
van uw verlossend woord?
2
Hoe zouden zij verkondigen
als niet uw Zoon hen zond,
als niet uw Geest bekrachtigde
de woorden uit hun mond?
3
Wij hebben door uw predikers
vernomen van uw Naam
die ons met hoop en goede moed
het leven door doet gaan.
4
Wij danken hem die heeft geplant,
de Heer die wasdom schenkt
en ons, verstrooid, alom verdeeld,
eens weer tezamen brengt.
---
*315
#5
1
Al wat een mens te kennen zoekt
aan waarheid en aan zin:
het ligt verhuld in uw Geheim
dat eind is en begin.
2
Geen mensenoog heeft dat gezien,
geen oor heeft het gehoord:
het wordt ternauwernood vermoed
en aarzelend verwoord.
3
De mens die naar uw wijsheid zoekt,
van harte, met verstand -
doet Gij uw wereld ondergaan
als maaksel van uw hand.
4
Als wij uw sporen bijster zijn,
Heer, geef ons denken moed:
leer ons te luisteren naar de Geest
die doven horen doet.
5
Aan Hem die ons te boven gaat
zij heerlijkheid en kracht:
Geheim dat aan de oorsprong staat
en in het eind ons wacht.
---
*316
#7
1
Het rijk van God is als een zaad
verborgen in de grond
dat wortel schiet en wasdom geeft
wanneer de zomer komt.
2
Het rijk van God is als een boom
die opgroeit rijk en groen
waar vogels zich gaan nestelen
in 't hoogst van 't seizoen.
3
Het rijk van God is als een net
geworpen in de zee
waar vissen zich verzamelen:
zij delen wel en wee.
4
Het rijk van God is als het brood
gedeeld in overvloed
dat heel de wereld van de dood
bevrijdt en leven doet.
5
Het rijk van God is als een huis
gebouwd op goede grond
waar alle mensen welkom zijn:
zij vinden vaste grond.
6
Het rijk van God is als de man
die ons van God vertelt
en in een eindeloos geduld
op mensen is gesteld.
7
Het rijk van God wil zijn gezaaid
in mensen, groot en klein:
de aarde moet voor iedereen
een huis van vrede zijn.
---
*317
#4
1
Al heb ik hoge woorden,
spreek ik haast elke taal:
wie ben ik zonder liefde,
geen mens kan mij verstaan.
Al ken ik de geheimen
van alle wetenschap:
een wereld zonder liefde
is koud en zonder hart.
2
De liefde is geduldig,
zachtmoedig, zonder maat:
zij is op zoek naar vrede,
vernietigt alle haat.
De liefde spreekt met woorden
die eerlijk zijn en waar,
zij breekt de harten open,
schenkt mensen aan elkaar.
3
De mensen worden vruchtbaar,
zij worden man en vrouw:
de wereld wordt bewoonbaar
door liefde, goede trouw.
Zij doet de mensen leven
vol hoop en goede moed,
want niets kan haar teveel zijn,
haar kracht maakt alles goed.
4
Zij schenkt de mensen rijkdom
veel kostbaarder dan goud:
zij spreekt ons van de Liefde
die ons in leven houdt.
O God, wees zo aanwezig
waar mensen samen zijn:
ons leven wordt een zegen,
dat zal voldoende zijn.
---
*318
#3
1
Heilig, heilig, heilig,
hemelhoog verheven
boven ons mensen:
de Naam van God, de Heer!
Heilig, heilig, heilig,
Schepper van de wereld,
mensen beneden
zingen U ter eer.
2
Heilig, heilig, heilig,
Maker van de sterren,
zonnen en manen
en heel het firmament!
Heilig, heilig, heilig,
mateloze ruimte,
machten en krachten
maakt zijn naam bekend!
3
Heilig, heilig, heilig,
bron van alle leven,
bloemen en bomen
en al wat adem heeft!
Heilig, heilig, heilig,
Vader van ons allen,
Eerste en Laatste,
U dankt al wat leeft.
---
*319
#6
1
Een woord was voldoende
om God te doen spreken:
als wij het niet breken
is een woord voldoende.
2
Een woord was voldoende
om angst te verstillen:
als wij luisteren willen
is een woord voldoende
3
Een woord was voldoende
om ons te beschamen:
als wij het beamen
is een woord voldoende
4
Een woord was voldoende
om hoogmoed te breken:
als ons hart gaat spreken
is een woord voldoende
5
Een woord was voldoende
om vrede te brengen:
als wij het volbrengen
is een woord voldoende
6
Een woord was voldoende
om liefde te geven:
als wij ervan leven
is een woord voldoende
---
*320
#6
1
Wie spreekt ons van de naam van God
en zegt ons wie Hij is?
Of loopt ons leven zo maar dood
in graf en duisternis?
2
God is voor ons een groot geheim
maar mensen zoeken Hem
en onverwacht en stomverbaasd
herkennen zij zijn stem.
3
Tobias vond weer nieuwe kracht,
verlichting voor het oog
toen hem een vriend de hand toestak,
zijn weg ten goede boog.
4
Maria die in stilte wacht
op hoop voor Isra‰l
herkent de stem en noemt haar zoon:
Jezus Emmanuel.
5
Die mens zegt ons de naam van God
en zal zijn bode zijn
die ons tot in de angst der dood
zozeer nabij wil zijn.
6
De naam van God wordt levenslicht,
genezing, nieuwe kracht,
voor kleine mensen onderweg,
eenvoudigen van hart.