---

Drie bundels van Henk Jongerius

Bijbels Liedboek (nummers 101 - 146)

24 Kerkliederen (nummers 201 - 224)

Door mensen verwoord (nummers 301 - 320)

---

 

*101

#3

1

  Refrein:

  Wij wachten op U

  wij wachten op uw woord

  wij verwachten een teken van uw trouw.

  Wij wachten op U

  wij wachten op uw woord

  wij verwachten een teken van Uw trouw.

 

  Gij die de schepper zijt

  van alles wat leeft,

  Gij die de ruimte geeft

  aan al wat adem heeft

  wij wachten op U

2

  Gij die de mensen kent

  en weet wie wij zijn,

  Gij die bevrijden wilt

  wie zonder uitzicht zijn.

  wij wachten op U.

 

  refrein

3

  Gij die verborgen zijt,

  wij roepen U aan,

  geef ons een antwoord God

  en zeg eens ons uw naam,

  wij wachten op U

 

  refrein

---

*102

#4

1

  Refrein:

  Het woord, het goede woord van God,

  dat licht geeft aan blinden

  en dove mensen horen doet:

  waar is dat woord te vinden?

  en dove mensen horen doet:

  waar is dat woord te vinden?

  Waar goedheid heerst

  in ons bestaan

  is God niet ver

  van ons vandaan.

 

  Het wordt ons in de mond gelegd,

  weerklinkt in alle talen

  in woorden uit het goede boek

  die van Gods trouw verhalen.

 

  refrein

2

  Het is een mens van goede wil

  die dienaar is geworden

  van armen en vernederden:

  het woord is vlees geworden.

 

  refrein

3

  Het woord is midden onder ons

  in mensen van vergeving,

  vol liefde en  barmhartigheid:

  daar kiest het zich een woning.

 

  refrein

4

  Het is een licht op onze weg,

  muziek voor onze oren:

  het woord, het goede woord van God,

  is overal te horen.

 

  refrein

---

*103

#3

1

  Brood op tafel:

  een hand gevuld

  met wat in het leven

  geen uitstel duldt,

  eten en drinken

  iedere dag,

  gewoon wat een mens

  niet ontbreken mag.

2

  Beker met wijn:

  een vreugdedrank

  voor armen en kleinen,

  voor zwart en blank,

  broederschap drinken

  met iedereen

  want wie houdt het uit

  moederziel alleen ?

3

  Woorden horen:

  een man die sprak

  en zich in zijn leven

  tot voedsel brak,

  kom om te eten,

  drink van de wijn,

  laat dit een bewijs

  van mijn liefde zijn.

---

*104

#5

1

  Niemand heeft U ooit gezien,

  niemand kan verstaan,

  wie Gij voor ons mensen zijt,

  hoe wij U ter harte gaan.

 

  Refrein:

  Spreek een woord, God,

  spreek ons aan,

  toon dat wij voor U bestaan!

2

  Mensen zijn als morgendauw,

  mensen zijn als gras,

  dat verdroogt onder de zon:

  niemand weet meer waar het was.

 

  refrein

3

  Mensen zijn een ademtocht,

  bladeren in de wind,

  leven maar voor een seizoen,

  sterven als de vorst begint.

 

  refrein

4

  Mensen zijn een vogelvlucht

  mensen gaan voorbij;

  alle uren van de dag

  komt de dood hen naderbij.

 

  refrein

5

  Mensen worden ademloos,

  kunnen niet bestaan

  als hun namen niet voorgoed

  in uw hand geschreven staan.

 

  refrein

---

*105

#6

1

  Zolang er mensen zijn

  is er nog tijd genoeg

  om hem de hand te reiken

  die ons vergeving vroeg.

2

  Zolang er mensen zijn

  is het nog niet te laat

  om hem de weg te wijzen

  die haast verloren gaat.

3

  Zolang er mensen zijn

  weet al wie eenzaam is:

  er kan een morgen komen

  na nachten vol gemis.

4

  Zolang er mensen zijn

  is niemand ooit te groot

  om anderen te redden

  uit hulpeloze nood.

5

  Zolang er mensen zijn

  hebben wij goede moed

  een wereld op te bouwen

  waar liefde leven doet.

6

  God, die het leven schiep,

  laat het zo altijd zijn

  en wees herscheppend bij ons

  zolang er mensen zijn.

---

*106

#5

1

  Hoe lang zal het duren

  dat macht en geweld,

  het recht van de sterkste

  alleen nog maar telt?

  De morgen meldt oorlog,

  de avond brengt pijn;

  de hel moet beslist

  hier op aarde zijn.

2

  Hoelang zal het duren

  dat mensen in nood

  vergetelheid hebben

  als dagelijks brood?

  De morgen meldt oorlog,

  de avond brengt pijn:

  hoe kan er nog hoop

  in de mensen zijn?

3

  Hoelang zal het duren

  dat ieder goed woord

  verkeerd wordt begrepen,

  niet eens wordt aanhoord?

  De morgen meldt oorlog,

  de avond brengt pijn:

  zou vrede alleen maar

  een droombeeld zijn?

4

  Moet het zolang duren

  tot goedheid het wint

  van moordende wapens

  en vrede begint,

  tot honger verandert

  in welvaart alom

  en haat gaat verdwijnen

  als sneeuw voor de zon?

5

  Moet het zolang duren,

  zijn wij dan te groot

  ons schuldig te weten

  aan oorlog en dood?

  Hoe zou het toch worden

  als wij, in Gods naam,

  onszelf gaan vergeten,

  elkaar weer verstaan?

---

*107

#4

1

  Gij die de wereld hebt gemaakt

  en alles hebt gegrond

  die mensen in het leven riep

  met adem uit Uw mond: geef vrede, Heer.

 

  Refrein:

  Geef vrede, Heer, de wereld wacht,

  een woord vol hoop en levenskracht.

2

  Gij die de mensen hebt gezien

  en onze broedermoord,

  maar die ons nieuwe adem geeft

  een vredelievend woord, geef nieuwe hoop.

  Refrein

3

  Gij die het leven hebt gewild

  en niet ons aller dood,.

  laat ons de weg naar vrede zien

  in het gebroken brood: geef levenskracht.

  Refrein

4

  Gij die een mens gezonden hebt

  die alleman bemint,

  schenk ons zijn geest van vrede, Heer

  en maak een nieuw begin: de wereld wacht.

  Refrein

---

*108

#3

1

  Wat zou de wereld anders zijn

  als er in plaats van leed en pijn

  geluk en goedheid heersen zou,

  verbondenheid en goede trouw,

  als oorlog eens verdwenen was

  en steden uit hun puin en as

  voorgoed herrezen zouden zijn:

  wat zou de wereld anders zijn!

2

  Wat zou de wereld anders zijn

  als er eens mensen zouden zijn

  die niet op eigen rechten staan

  maar bruggen naar elkander slaan,

  als niemand meer gelukkig is

  zolang er nood en honger is

  en wapens onze vrede zijn:

  wat zou de wereld anders zijn!

 

  refrein

3

  Wat zou de wereld anders zijn

  als wij genezen zouden zijn

  van eigendunk en zucht naar macht

  die al zolang de oorlog bracht

  en liefde ons eens en voorgoed

  als echte mensen leven doet:

  dan zal er hoop en toekomst zijn

  voor allen die op aarde zijn!

---

*109

#6

1

  Ik geloof in een God

  die water en land.

  dieren en dingen

  bewaart in zijn hand:

  alles wat ademt

  houdt Hij in stand

  en nooit verlaat Hij

  het werk van Zijn hand.

2

  Ik geloof in een schepper

  die ik niet ken,

  ik vertrouw op het woord

  dat spreekt van Hem.

3

  Ik geloof in een God

  die mensen bemint

  zoals een vader

  zijn enige kind,

  die iedereen kent

  en noemt bij zijn naam

  en roept om de weg

  van zijn Zoon te gaan

4

  Ik geloof in een Vader

  die ik niet ken,

  ik vertrouw op de mens

  die spreekt van Hem

5

  Ik geloof in een God

  die mensen bevrijdt

  en ons door de dood

  naar een toekomst leidt:

  de aarde wordt eens

  het beloofde land

  wanneer Hij voltooit

  het werk van zijn hand

6

  Ik geloof in de Vader

  zoals de Zoon

  en vertrouw op de Geest

  die in ons woont

---

*110

#6

1

  De eerste zijn

  die zich laat slaan,

  de laatste

  die de strijd begint?

 

  Refrein:

  Eet het brood en drinkt de wijn:

  de laatste zal de eerste zijn!

2

  De eerste zijn

  die kleur bekent,

  de laatste

  die de stenen gooit?

 

  refrein

3

  De eerste zijn

  die goed wil doen,

  de laatste

  die een dankwoord vraagt?

 

  refrein

4

  De eerste zijn

  die rijkdom deelt,

  de laatste

  die beloning zoekt?

 

  refrein

5

  De eerste zijn

  die anderen

  de laatste

  die zichzelf verheft?

 

  refrein

6

  De eerste zijn

  die sterven wil,

  de laatste

  die om leven vraagt?

 

  refrein

---

*111

#8

1

  Is God een woord,

  een vreemd verhaal,

  in onverstaanbaar

  vreemde taal?

2

  God is het woord

  van het begin,

  het blaast de mensen

  leven in.

3

  Is God de vrucht

  van fantasie:

  ik zie, ik zie

  wat jij niet ziet?

4

  God is de oorsprong

  van het licht,

  hij geeft de mensen

  het gezicht.

5

  Is God de vlucht

  voor eenzaamheid,

  een wankel baken

  in de tijd?

6

  God is een groot

  en stil geheim

  zolang wij broze

  mensen zijn.

7

  Is God een vraag

  die niet verstomt

  in ieders hart,

  in ieders mond?

8

  God is voor ons

  levende stem:

  een mensenzoon,

  luister naar Hem.

---

*112

#5

1

  Wie breekt er ooit de muur af

  die mensen van elkander scheidt,

  die hen vervreemdt, beangstigt

  en opsluit in hun eenzaamheid?

 

  Wie waagt die wint,

  die vraagt die vindt:

  maar wie begint?

2

  Wie breekt er ooit van binnen

  als mensen maar verloren gaan

  en oorlog hen vernietigt:

  wat hebben zij voor kwaad gedaan?

 

  refrein

3

  Wie spreekt er ooit de woorden

  waardoor de harten open gaan

  en wij elkander vinden,

  als nieuwe mensen verdergaan?

 

  refrein

4

  Wie zoekt er ooit naar vrede

  die eigen welvaart tegenstaat

  maar het geluk van allen

  vergroot en tot een weldaad maakt?

 

  refrein

5

  Wie zal er ooit geloven

  dat hij de vrede vinden kan

  die heel zijn leven prijsgeeft

  voor het geluk van alleman ?

 

  refrein

---

*113

#5

1

  Ik zoek een land

  waar vrede is,

  waar haat en nijd

  verdwenen is

  en waar de mensen

  hand in hand

  tezamen leven

  in dat land, in dat land.

2

  Ik zoek een stad

  waar vrede is,

  waar eenzaamheid

  te dragen is

  en waar de mensen

  zorgen dat

  er niemand doodloopt

  in die stad.

3

  Ik zoek een huis

  waar vrede is,

  waar liefde ons

  tot woning is

  en waar de mensen

  last en kruis

  tezamen dragen

  in dat huis.

4

  Ik zoek een mens

  die vrede is,

  die ons een weg

  tot leven is

  en die de mensen

  op doet staan,

  de handen aan

  de ploeg laat slaan.

5

  Ik zoek een land

  dat niet bestaat,

  een droom die haast

  verloren gaat:

  een stad, een huis,

  een luchtkasteel,

  o God, vraag ik

  misschien te veel?

---

*114

#5

1

  Handen heb je

  om te geven

  van je eigen

  overvloed

  en een hart

  om te vergeven

  wat een ander

  jou misdoet.

 

  refrein:

  Open uw oren

  om te horen

  open uw hart

  voor alleman.

2

  Ogen heb je

  om te zoeken

  naar wat mensen

  nog ontbreekt

  en een hart

  om uit te zeggen

  wat een ander

  moed inspreekt.

 

  refrein

3

  Schouders heb je

  om te dragen

  zorg en pijn

  van alleman

  en een hart

  om te aanvaarden

  wat een ander

  beter kan.

 

  refrein

4

  Voeten heb je

  om te lopen

  naar de mens

  die eenzaam is

  en een hart

  om waar te maken

  dat geen mens

  een eiland is.

 

  refrein

5

  Oren heb je

  om te horen

  naar de mens

  die vrede is

  en een hart

  om te geloven

  in zijn God

  die liefde is.

---

*115

#6

1

  Waar vindt een mens

  dat klein geluk

  dat ongevraagd

  en als vanzelf

  het leven tot

  een glimlach maakt?

2

  Een kind dat kijkend zonlicht vangt,

  het duister uit de wereld bant:

  een kind dat lacht en zonlicht wordt,

  de wereld die op adem komt.

3

  Wat is het geheim

  van dat geluk

  dat zo bekoort

  en vrede geeft

  waarvan de mens

  nooit heeft gehoord?

4

  Een open oog, een eerlijk hart,

  dat alle grootheidswaanzin tart,

  oprechtheid die ons weerloos maakt

  en goedheid die naar vrede smaakt.

5

  Hoe zullen wij

  het wonder zien

  van levenskracht

  die sterker is

  dan alle haat,

  geweld en macht!

6

  Een mens die ons de ruimte geeft,

  en woorden van vergeving spreekt,

  die weet van God die ons bemint

  en ons laat leven als zijn kind.

---

*116

#3

1

  Ere zij God

  die simpel en klein

  zomaar een mens

  onder mensen wil zijn:

  ter wereld gebracht

  door Maria, een vrouw

  die vast geloofde

  in Gods woord van trouw.

2

  Kijk naar de mens

  die zozeer bemint

  dat hij zichzelf

  niet belangrijk meer vindt:

  een hart voor de zwakken,

  vanzelf en gewoon:

  die mens is waarlijk

  Gods enige Zoon.

3

  Zingt van de geest

  die mensen bemint,

  bezit neemt van hem

  die wordt als het kind

  dat eens werd geboren

  in 't holst van de nacht:

  een licht voor een ieder

  die vrede verwacht.

---

*117

#3

1

  Er is al zo lang gepraat,

  er zijn zoveel woorden gesproken,

  maar waar bleef de gloed van het vuur,

  het licht dat eens is ontstoken?

 

  Refrein:

  Wordt nieuwe mensen,

  wordt als een kind

  bemint elkaar

  en verhaast zo het uur

  dat er vrede begint.

2

  Er is al zolang gewacht,

  er zijn zoveel uren verstreken

  hoe zou het toch zijn als de haat

  voorgoed uit ons hart was geweken?

 

  refrein

3

  Er is nieuwe hoop onder ons,

  er wordt nieuw leven geboren

  in ieder die kijkt naar dit kind

  en die naar zijn woorden wil horen!

 

  refrein

---

*118

#4

1

  Mensen dromen van geluk

  -dromen zijn bedrog-

  schrikken wakker van de dag

  en zij leven nog.

 

  Refrein:

  Reik elkaar een vriendenhand,

  maak woestijn tot vruchtbaar land!

2

  Mensen hopen op een dag

  dat er vrede is

  en het licht verjagen zal

  al hun duisternis.

 

  refrein

3

  Mensen leven op de tast

  - blinden, zonder land -

  wie wijst hen de goede weg,

  neemt hen bij de hand!

 

  refrein

4

  Mensen dromen levenslang,

  wachten op geluk:

  wie verlicht die eenzaamheid,

  draagt met hen dat juk?

 

  refrein

---

*119

#5

1

  Wie is die man, die frank en vrij

  eenvoudig tot de mensen kwam

  en al door zijn aanwezigheid

  hun leed en zorgen op zich nam?

 

  Gewoon een mens

  van vlees en bloed:

  het woord van God

  dat leven doet.

2

  Wie is die man die voor zichzelf

  geen veiligheid of rijkdom vroeg

  en enkel in zachtmoedigheid

  de armoede van anderen droeg?

 

  refrein

3

  Wie is die man die als een vuur

  verlichting, troost en warmte gaf,

  in pure zelfvergetelheid

  voor ons geluk zijn leven gaf?

 

  refrein

4

  Wie is die man die als een knecht,

  een wonderlijke vreemdeling,

  de wegen van gerechtigheid,

  van vrede en genezing ging?

 

  refrein

5

  Wie is die man, hoe is zijn naam,

  die zo zichzelf tot voedsel brak

  en met de eenvoud van een kind

  van God als van zijn Vader sprak?

 

  refrein

---

*120

#5

1

  Houden van mensen

  is rijk zijn in nood

  elkander geven

  het dagelijks brood.

2

  Houden van mensen:

  bevrijdend geheim,

  om voor een ander

  een woonplaats te zijn.

3

  Houden van mensen

  is warmte en licht:

  elkander tonen

  je ware gezicht.

4

  Houden van mensen

  is spelenderwijs

  aarde herscheppen

  tot nieuw paradijs.

5

  Houden van mensen

  zoals Hij het deed

  die met ons deelde

  ons lief en ons leed.

---

*121

#3

1

  Een schaal met brood, een beker wijn:

  zal dat voor ons voldoende zijn

  om licht te zien in duisternis,

  om te verstaan wat vrede is?

  Want God is ver en oorlog went

  en wie verstaat zijn testament,

  zijn woord dat om vertrouwen vraagt

  en hoop en leven in zich draagt?

2

  Ik ben uw brood, uw beker wijn:

  de wereld zal gelukkig zijn

  als zij de wegen op wil gaan

  waarlangs ik haar ben voorgegaan,

  want hoe de mens ook vrede zocht,

  zij wordt alleen door hem gekocht

  die niets meer te verliezen heeft

  en zoals ik zijn leven geeft.

3

  Wanneer gij brood breekt in mijn naam,

  om vrede vraagt in uw bestaan

  en van de liefdesbeker drinkt,

  tezamen zijt en eenheid vindt:

  dan moet gij zelf tot voedsel zijn

  voor allen die op aarde zijn

  en zal het brood, de beker wijn,

  u levenslang voldoende zijn.

---

*122

#5

1

  Steeds weer hetzelfde zeggen:

  'de liefde overwint'

  gelukkig wie er in gelooft

  en metterdaad begint.

 

  Refrein:

  Vervul de wet,

  bemin elkaar

  en doe dan maar

  wat je hart je zegt.

2

  Steeds weer hetzelfde zeggen:

  'de liefde breekt geweld'

  gelukkig wie onmachtig wordt

  en eigen heil niet telt.

 

  refrein

3

  Steeds weer hetzelfde zeggen:

  'de liefde is veel waard'

  gelukkig wie zijn eigendom

  verkoopt, verbeurd verklaart.

 

  refrein

4

  Steeds weer hetzelfde zeggen:

  'de liefde kent geen haat'

  gelukkig wie voor zwart en blank

  de weg naar vrede gaat.

 

  refrein

5

  Steeds weer hetzelfde zeggen

  met steeds hetzelfde lied:

  alwie gelukkig worden wil,

  hij telt zijn leven niet.

 

  refrein

---

*123

#3

1

  Gij die de mens geschapen hebt

  en ieder kent bij naam,

  Gij die als mens verschenen zijt

  en ons bent voorgegaan:

  voor allen die getreden zijn

  in 't voetspoor van uw Zoon,

  hebt Gij voorgoed een plaats bereid

  zij zingen voor uw troon.

2

  Een overgrote menigte

  die niemand tellen kan,

  verzameld uit de volkeren

  van elke taal en stam:

  de eerste mens die Gij U schiep,

  het volk van Abraham,

  de redder Mozes; de profeet

  die sprak: ziedaar het Lam.

3

  Wij danken U voor hun geloof

  in uw verheven Naam,

  en bidden U: neem met hun lied

  ook onze hulde aan.

  Lof zij het Lam dat is geslacht,

  Hem zij de eer en roem,

  aan Hem die alles heeft volbracht,

  aan Christus, onze Heer.

---

*124

#6

1

  Voor wie in duisternis,

  de schaduw van de dood,

  op zoek naar hoop en vrede is:

  moet gij het licht der wereld zijn.

2

  Voor wie de smaak niet kent,

  van goedheid zonder schijn,

  die ongevraagd haar vreugde deelt:

  moet gij het zout der aarde zijn.

3

  Voor wie uw licht laat zien,

  een hoopvol, nieuw bestaan,

  een leven dat naar vrede smaakt:

  moet gij getuigen van mijn Naam.

4

  Alwie zijn Naam belijdt,

  zoekt niet naar eigen eer,

  erkent de adem van de Geest

  die zeggen doet: Hij is de Heer.

5

  Alwie in Hem gelooft,

  zich vasthoudt aan zijn woord:

  aanvaardt het licht, getuigt ervan

  dat God in mensen wordt gehoord.

6

  Op Vader, Zoon en Geest,

  de oorsprong van het licht,

  dat hartverwarmend schijnen wil,

  zij onze dank en hoop gericht.

---

*125

#5

1

  Alleen wie het gegeven is

  hij kan het woord verstaan.

  Er zijn er die onvruchtbaar zijn

  omwille van mijn naam.

2

  Wie oren heeft, hij luistere!

  Ik geef u goede raad:

  verkoop wat gij bezit en kom,

  volg mij met woord en daad.

3

  Alleen te zijn, gel¢ven dat

  zo leven vruchtbaar is:

  een dwaasheid als de Heer ons niet

  tot levend voorbeeld is.

4

  Alwie zich zo verliezen durft

  zal delen in zijn dood

  en als een bron van vreugde zijn

  voor anderen in nood.

5

  Dankt God die alle leven schept,

  de Bron van vruchtbaarheid,

  die mensen door zijn Geest bezielt

  en op zijn wegen leidt.

---

*126

#5

1

  Hoe zouden wij geloven, Heer,

  als Gij niet wordt gehoord

  bij monde van verkondigers

  van uw verlossend woord?

2

  Hoe zouden zij verkondigen,

  als niet uw Zoon hen zond,

  als niet uw Geest bekrachtigde,

  de woorden uit hun mond?

3

  Wij hebben door uw predikers

  vernomen van uw naam,

  die ons met hoop en goede moed

  het leven door doet gaan.

4

  Wij danken hem die heeft geplant,

  de Heer die wasdom schenkt

  en ons, om het geloof verdeeld,

  eens weer tezamen brengt.

5

  Eer aan de Vader en de Zoon

  en aan de heilige Geest

  die ons geloof in leven houdt,

  het wankele hart geneest.

---

*127

#4

1

  Zalig zijt gij wanneer men U

  om mijnentwil vervolgt

  als gij om uw waarachtigheid

  bespot, geslagen wordt:

  verheugt u dan, uw loon is groot

  om wat u wordt misdaan;

  hetzelfde lijden hebben eens

  profeten ondergaan.

2

  Het zaad dat in de aarde valt

  houdt een belofte in:

  omdat het zelf te gronde gaat

  vormt het een nieuw begin.

  De hoop die hen in leven hield

  het teken van hun dood,

  wordt voedsel voor wie honger heeft

  naar levenschenkend brood.

3

  Wij danken U voor hun geloof

  het werd hun vlees en bloed;

  leer ons te leven zoals zij,

  geef ons hun stervensmoed.

  Want wie zichzelf uw leerling noemt,

  hij moet uw wegen gaan:

  Uw lot zal ook het onze zijn,

  doe ons uw dood verstaan.

4

  De Vader zij nu alle eer,

  die ons het leven geeft,

  de Zoon die 't sterven op zich nam

  en nu voor altijd leeft,

  de Geest die als een nieuwe wind

  over de wereld waait:

  aan God die in het eind der tijd

  oogst wat Hij heeft gezaaid.

---

*128

#5

1

  Al wat een mens te kennen zoekt

  aan waarheid en aan zin:

  het ligt verhuld in uw Geheim

  dat eind is en begin.

2

  Geen mensenoog heeft dat gezien,

  geen oor heeft het gehoord;

  het wordt ternauwernood vermoed

  en aarzelend verwoord.

3

  De mens die naar uw wijsheid zoekt,

  van harte, met verstand -

  doet Gij uw wereld ondergaan

  als maaksel van uw hand.

4

  Als wij uw sporen bijster zijn,

  Heer, geef ons denken moed;

  leer ons te luisteren naar de Geest

  die doven horen doet.

5

  Eer aan de Vader, Zoon en Geest,

  aan de drie-ene macht:

  Geheim dat aan de oorsprong staat

  en in het eind ons wacht.

---

*129

#3

1

  God wil een tempel bouwen

  om ons nabij te zijn,

  en boven alle vrouwen

  zal zij gezegend zijn

  die Hij zich heeft verkoren:

  Maria is haar naam,

  een roos die zonder doornen

  in bloei zal komen staan.

2

  De bloem gaat zich ontvouwen,

  het zonlicht wekt haar zacht-,

  verwacht in stil vertrouwen

  het wijken van de nacht:

  zo heeft zij willen wachten,

  de hoop in zich gevoed;

  zo schijnt na vele nachten

  ons levenslicht voorgoed.

3

  Zijn warmte zal verlichten

  de armen in het land,

  op aarde vrede stichten:

  kom, reik elkaar de hand.

  God zal zijn tempel bouwen:

  een wereldwijd tehuis;

  mensen die Hem vertrouwen

  worden er kind aan huis.

---

*130

#3

1

  Wij willen roemen op het kruis

  van Jesus, onze Heer:

  de dwaasheid der vernedering

  verdient de hoogste eer!

2

  Door Hem ontwaakt er nieuwe hoop

  in al wie sterven moet:

  ons leven ademt nieuwe kracht,

  Hij wijst de weg voorgoed!

3

  Dat wij Hem volgen met elkaar

  en delen brood en wijn:

  om Hem, die alles gaf, zal God

  ook onze Vader zijn.

---

*131

#6

1

  God roept de mens op weg te gaan,

  zijn leven is een reis:

  'Verlaat wat gij bezit en ga

  naar 't land dat Ik u wijs'.

2

  Het volk van God was veertig jaar

  - een mensenleven lang -

  op weg naar het beloofde land,

  het land van Kana„n.

3

  'De mens leeft niet van brood alleen'

  zo hebben zij geleerd,

  en 'niet beproeven zult gij Hem

  die het heelal beheert'.

4

  Vereren moet gij slechts de Naam

  des Heren: Hij die is

  de wolk die voor u uit zal gaan,

  licht in de duisternis.

5

  Heer, geef ons moed en doe ons gaan

  uw weg door de woestijn

  en laat uw Zoon een laaiend vuur,

  de nieuwe Mozes zijn.

6

  Eer aan de Vader en de Zoon

  en aan de heilige Geest,

  God, die al voor de eerste mens

  belofte zijt geweest.

---

*132

#4

1

  Het rijk van God is als een zaad

  verborgen in de grond

  dat wortel schiet en wasdom geeft

  wanneer de zomer komt.

2

  Het rijk van God is als een boom

  die opgroeit rijk en groen

  waar vogels zich gaan nestelen

  in 't hoogste van 't seizoen.

3

  Het rijk van God is als een huis

  gebouwd op goede grond

  waar alle mensen welkom zijn:

  zij vinden vaste grond.

4

  Het rijk van God wil zijn gezaaid

  in mensen, groot en klein:

  de aarde moet voor iedereen

  een huis van vrede zijn.

---

*133

#8

1

  Koor:

  Al heb ik hoge woorden,

  spreek ik haast elke taal:

  wie ben ik zonder liefde?

  Geen mens kan mij verstaan.

2

  allen:

  Al ken ik de geheimen

  van alle wetenschap:

  een wereld zonder liefde

  is koud en zonder hart.

3

  koor:

  De liefde is geduldig

  zachtmoedig zonder maat

  zij is op zoek naar vrede

  vernietigt alle haat.

4

  allen:

  De liefde spreekt met woorden,

  die eerlijk zijn en waar,

  zij breekt de harten open,

  schenkt mensen aan elkaar.

5

  koor

  De mensen worden vruchtbaar,

  zij worden man en vrouw:

  de wereld wordt bewoonbaar

  door liefde, goede trouw.

6

  allen:

  Zij doet de mensen leven

  vol hoop en goede moed,

  want niets kan haar te veel zijn,

  haar kracht maakt alles goed.

7

  koor:

  Zij schenkt de mensen rijkdom,

  veel kostbaarder dan goud:

  zij spreekt ons van de Liefde

  die ons in leven houdt.

8

  allen:

  O God, wees zo aanwezig

  waar mensen samen zijn!

  Ons leven wordt ‚‚n zegen:

  dat zal voldoende zijn.

---

*134

#3

1

  Luister naar mijn dienaar

  die Ik tot u zond:

  Hij, die hogepriester

  van een nieuw verbond.

  Niet op stenen tafels

  schrijft Hij u de wet,

  want een nieuwe vrede

  heeft Hij ingezet.

2

  Hij maakt brood van stenen

  die van verre kwam, -

  zal een hart u geven,

  volk van Abraham.

  Zelf wordt Hij de beker

  van de zegening, -

  wordt Hij u tot zegen

  in vernedering.

3

  Door de doods-zee heeft Hij

  u de weg bereid

  om u te doen delen

  in zijn heerlijkheid.

  In zijn bloed bezegelt

  Hij mijn nieuw verbond:

  luister naar mijn dienaar

  die Ik tot u zond.

---

*135

#3

1

  Heilig, heilig, heilig,

  hemelhoog verheven

  boven ons mensen:

  de naam van God de Heer!

  Heilig, heilig, heilig,

  Schepper van de wereld,

  mensen beneden

  zingen U ter eer.

2

  Heilig, heilig, heilig,

  Heer van alle sterren,

  zonnen en manen

  en heel het firmament!

  Heilig, heilig, heilig,

  mateloze ruimte,

  machten en krachten

  maakt zijn naam bekend!

3

  Heilig, heilig, heilig,

  bron van alle leven,

  bloemen en bomen

  en al wat adem heeft!

  Heilig, heilig, heilig,

  Heer van alle mensen,

  God, onze Vader,

  U dankt al wat leeft!

---

*136

#6

1

  Wie spreekt ons van de naam van God

  en zegt ons wie Hij is?

  Of loopt ons leven zo maar dood

  in graf en duisternis?

2

  God is voor ons een groot geheim

  maar mensen zoeken Hem

  en onverwacht en stomverbaasd

  herkennen zij zijn stem.

3

  Tobias vond weer nieuwe kracht,

  verlichting voor het oog

  toen hem een vriend de hand toestak,

  zijn weg ten goede boog.

4

  Maria die in stilte wacht

  op hoop voor Isra‰l

  herkent zijn stem en noemt haar Zoon:

  Jesus Emmanu‰l.

5

  Die mens zegt ons de naam van God

  en zal zijn bode zijn

  die ons tot in de angst der dood

  zozeer nabij wil zijn.

6

  De naam van God wordt levenslicht,

  genezing, nieuwe kracht,

  voor kleine mensen onderweg,

  eenvoudigen van hart.

---

*137

#8

1

  Koor:

  Komt, luistert naar de woorden

  die Ik u heden zeg:

  zij wijzen u het leven,

  de waarheid en de weg.

2

  allen:

  Komt, luistert alle mensen

  die zoeken naar geluk:

  mijn last is licht te dragen

  want liefde heet mijn juk.

3

  Koor:

  Gelukkig zijn de armen

  die zonder macht van geld

  de wereld gaan verwarmen

  zij doden kil geweld.

4

  allen:

  Gelukkig die zachtmoedig

  de weg van goedheid gaan:

  hun leven is een weldaad,

  de vrede breekt zich baan.

5

  koor:

  Gelukkig die barmhartig

  de naaste willen zijn

  van mensen die verzinken

  in eenzaamheid en pijn.

6

  allen:

  Gelukkig zij die strijden

  voor de gerechtigheid

  en metterdaad belijden:

  God maakt geen onderscheid.

7

  koor:

  O God, die alle mensen

  gelukkig maken wil,

  toon ons in brood en beker

  de dienaar van uw wil.

8

  allen:

  Vernieuw uw oude aarde,

  vestig uw koninkrijk

  waar wij uw deelgenoten

  zijn: koningen te rijk!

---

*138

#8

1

  Koor:

  Waarom leven de volken

  in oorlog met elkaar?

  Is dan het juk van vrede

  te moeilijk en te zwaar?

2

  allen:

  Waarom reiken de mensen

  elkander niet de hand

  en houden zij de wetten

  van oog om oog in stand ?

3

  koor:

  De wereld wacht op vrede,

  de aarde hoopt op recht,

  vervulling van verlangens,

  haar in het hart gelegd.

4

  allen:

  De wereld wacht op vrede

  en goedheid zonder schijn,

  op mensen die elkanders

  broeder en hoeder zijn.

5

  koor:

  Zal het er ooit van komen:

  geen honger en geen dorst

  of blijven wij elkander

  bestrijden, kost wat kost?

6

  allen:

  Zal het er ooit van komen

  dat oorlog niet bestaat

  of zijn het stoute dromen

  en is het al te laat ?

7

  koor:

  O God, breng volken samen,

  dat wij elkaar verstaan,

  vervul die mensendromen

  voor zij in rook opgaan.

8

  allen:

  Doe ons het woord bewaren

  dat opgeschreven staat

  en echte vrede zoeken

  van harte, metterdaad.

---

*139

#6

1

  Gelukkig de mens

  die arm is van geest

  en rijk aan barmhartigheid

  wonden geneest.

2

  Gelukkig de mens

  die droefheid ontmoet

  en door zijn blijmoedigheid

  wonderen doet.

3

  Gelukkig de mens

  die, zuiver van hart,

  gewapend met eerlijkheid

  eigenwaan tart.

4

  Gelukkig de mens

  die niet eerder zwicht

  tot hij in gerechtigheid

  vrede hier sticht.

5

  Gelukkig de mens

  die dit heeft volbracht

  en ons in de duisternis

  licht heeft gebracht.

6

  Gelukkig de mens

  die Hem kan verstaan

  die ons in die menslijkheid

  voor is gegaan.

---

*140

#5

1

  Niemand heeft U ooit gezien

  niemand kan verstaan

  wie Gij voor ons mensen zijt,

  hoe wij U ter harte gaan.

2

  Mensen zijn als morgendauw,

  mensen zijn als gras,

  dat verdroogt onder de zon:

  niemand weet meer waar het was.

3

  Mensen zijn een ademtocht,

  bladeren in de wind,

  leven maar voor een seizoen,

  sterven als de vorst begint.

4

  Mensen zijn een vogelvlucht,

  mensen gaan voorbij;

  alle uren van de dag

  komt de dood hen naderbij.

5

  Mensen worden ademloos,

  kunnen niet bestaan

  als hun namen niet voorgoed

  in uw hand geschreven staan.

---

*141

#2

1

  U zij de glorie, opgestane Heer,

  U zij de victorie, U zij alle eer!

  Alle mens'lijk lijden hebt Gij ondergaan

  om ons te bevrijden tot een nieuw bestaan:

  U zij de glorie, opgestane Heer,

  U zij de victorie, U zij alle eer!

2

  Licht moge stralen in de duisternis,

  nieuwe vrede dalen waar geen hoop meer is.

  Geef ons dan te leven in het nieuwe licht,

  wil het woord ons geven dat hier vrede sticht:

  U zij de glorie, opgestane Heer,

  U zij de victorie, U zij alle eer!

---

*142

#8

1

  Koor:

  Verkondig alle mensen

  wat ik u zeggen zal:

  mijn woorden brengen vreugde

  en vrede overal.

2

  Allen:

  Verkondig aan een ieder

  die hier geboren wordt:

  wij zijn niet langer vreemden

  maar kinderen van God.

3

  Koor:

  Verkondig aan de blinden:

  een licht is opgegaan;

  wij lopen hier verloren,

  er is een weg te gaan.

4

  Allen:

  Verkondig aan de armen:

  uw droefheid is voorbij,

  de zondaar vindt vergeving,

  de liefde maakt u vrij.

5

  Koor:

  Verkondig aan wie zoeken:

  niet eeuwig duurt uw nood;

  ik ben uw weg naar vrede,

  ik ben uw levensbrood.

6

  Allen:

  Verkondig aan wie sterven:

  gij kunt in vrede gaan,

  het wordt voor u ook pasen,

  ik ben u voorgegaan.

7

  Koor:

  Verkondig heel de aarde

  en al wat adem heeft:

  gelukkig zal hij wezen

  die in de liefde leeft.

8

  Allen:

  Verkondig alle mensen

  wat ik u heb gezegd:

  een nieuwe geest van vrede

  wordt in uw hart gelegd.

---

*143

#6

1

  Een woord was genoeg

  om God te doen spreken:

  als wij het niet breken

  is een woord genoeg.

2

  Een woord was genoeg

  om angst te verstillen:

  als wij luisteren willen

  is een woord genoeg.

3

  Een woord was genoeg

  om ons te beschamen:

  als wij het beamen

  is een woord genoeg.

4

  Een woord was genoeg

  om hoogmoed te breken:

  als ons hart gaat spreken

  is een woord genoeg.

5

  Een woord was genoeg

  om vrede te brengen:

  als wij het volbrengen

  is een woord genoeg.

6

  Een woord was genoeg

  om liefde te geven:

  als wij ervan leven

  is een woord genoeg.

---

*144

#5

1

  Zoals Ik ben

  zo moet ook gij op weg gaan.

  Geen knechten, vrienden noem ik u,

  mijn woord zal door uw mond gaan.

2

  Wat gij gehoord hebt en gezien

  moet gij bekend gaan maken:

  wat ik in stilte tot u sprak

  roept dat vanaf de daken.

3

  Neemt onderweg geen reiszak mee

  maar gaat met lege handen

  en boodschapt als een vredesduif:

  'Gods Rijk is nu op handen'.

4

  Leert van de duif de simpelheid,

  weest waakzaam als de slangen

  en vreest niet hoe gij spreken zult

  al neemt men u gevangen.

5

  Zo zal het Rijk der Hemelen

  onder de mensen komen:

  op aarde zal hernieuwde hoop

  en goede vrede wonen.

---

*145

#3

1

  Brood op tafel: 'n hand gevuld

  met wat in het leven geen uitstel duldt:

  eten en drinken, iedere dag,

  gewoon wat een mens niet ontbreken mag.

2

  Beker met wijn, 'n vreugdedrank

  voor armen en kleinen, voor zwart en blank:

  broederschap drinken met iedereen

  want wie houdt het uit moederziel alleen ?

3

  Woorden horen, 'n man die sprak

  en zich in zijn leven tot voedsel brak:

  kom om te eten, drink van de wijn,

  laat dit een bewijs van mijn liefde zijn.

---

*146

#3

1

  Een schaal met brood, een beker wijn:

  zal dat voor ons voldoende zijn

  om licht te zien in duisternis,

  om te verstaan wat vrede is?

  want God is ver en oorlog went

  en wie verstaat zijn testament,

  zijn woord dat om vertrouwen vraagt

  en hoop en leven in zich draagt.

2

  Ik ben uw brood, uw beker wijn,

  de wereld zal gelukkig zijn

  als zij de wegen op wil gaan

  waarlangs ik haar ben voorgegaan

  want hoe de mens ook vrede zocht,

  zij wordt alleen door hem gekocht

  die niets meer te verliezen heeft

  en zoals ik zijn leven geeft.

3

  Wanneer gij brood breekt in mijn naam,

  om vrede vraagt in uw bestaan

  en van de liefdesbeker drinkt,

  tezamen zijt en eenheid vindt:

  dan moet gij zelf tot voedsel zijn

  voor allen die op aarde zijn

  en zal het brood, de beker wijn

  u levenslang voldoende zijn.

---

*201

#4

1

  Wees hier aanwezig God, en luister

  als mensen vragen naar uw Naam,

  als wij ons scharen bij de velen

  die ons naar U zijn voorgegaan.

2

  Wees hier aanwezig, God, en antwoord

  als doven vragen om het woord,

  als wij van U het heil verwachten

  dat uit geen mens ooit werd gehoord.

3

  Wees hier aanwezig en verlicht ons

  als blinden vragen naar de weg,

  als wij in 't duister naar U tasten

  hopend op wat ons werd gezegd.

4

  Wees hier aanwezig, maak ons mensen

  als doden vragen om uw geest,

  als wij om leeftocht tot U komen:

  oorsprong van al wat adem heeft.

---

*202

#4

1

  Gij die voor alle mensen

  de wereld hebt gemaakt:

  vervul ons van de adem

  die ons broeders maakt.

2

  Gij die voor alle mensen

  het licht ontstoken hebt:

  geef ons te mogen spelen

  voor uw aangezicht.

3

  Gij die voor alle mensen

  de vrede hebt gewild:

  laat alle haat verdwijnen

  die ons hart verkilt.

4

  Gij die voor alle mensen

  ruimte geschapen hebt:

  doe ons een toekomst dagen,

  wijs ons de levensweg.

---

*203

#4

1

  Hier wordt een huis voor God gebouwd

  waar mensen samenkomen

  en waar Hij zelf aanwezig is

  om onder ons te wonen.

2

  Hier wordt een boek opengelegd

  en klinken goede woorden

  van God die van de mensen houdt

  en die naar ons wil horen.

3

  Hier wordt een tafel aangericht

  om Jezus te gedenken

  die voor ons leven en geluk

  zich weg heeft willen schenken.

4

  Hier delen wij het levensbrood

  en worden nieuwe mensen:

  de aarde wordt een vredeshuis,

  vervuld van oude wensen.

---

*204

#4

1

  Wij zoeken U als wij samenkomen,

  hopen dat Gij aanwezig zijt,

  hopen dat het er eens van zal komen:

  mensen in vrede vandaag en altijd.

2

  Wij horen U in oude woorden,

  hopen dat wij uw stem verstaan,

  hopen dat zij voor ons gaan verwoorden

  waarheid en leven, de bron van bestaan

3

  Wij breken brood en delen het samen,

  hopen dat het wonder geschiedt

  hopen dat wij op hem gaan gelijken

  die ons dit teken als spijs achterliet.

4

  Wij vragen U om behoud en zegen,

  hopen dat Gij ons bidden hoort,

  hopen dat Gij ons adem zult geven:

  geestkracht die mensen tot vrede bekoort.

---

*205

#4

1

  Op een God die door de eeuwen

  om zijn trouw bezongen is

  wachten mensen heel hun leven

  tot zijn uur gekomen is.

2

  Op een God die door de tijden

  om zijn naam beleden is

  wachten mensen alle nachten

  tot zijn licht verschenen is.

3

  Op een God die voor de mensen

  nieuwe toekomst deed ontstaan

  wachten wij in goed vertrouwen

  tot zijn woord zal opengaan.

4

  Op een God die voor de mensen

  licht in donker heeft bereid

  wachten wij van ganser harte

  tot zijn stem ook ons bevrijdt.

---

*206

#4

1

  Alle dagen wachten, vragen

  naar het einde van de nacht:

  schijnt het licht al in het donker

  waarop heel de wereld wacht?

2

  De seizoenen doen vermoeden

  dat het licht wel komen zal

  en de sterren staan te dromen

  van een hel verlicht heelal.

3

  Wat de jaren niet vergaren

  in hun eindeloze gang

  is de kracht die zelfs de schaduw

  van de dood verdrijven kan.

4

  Wat geen mensen kunnen wensen

  zal een dag te wachten staan:

  in een mens, een ster van vrede,

  breekt een nieuw seizoen zich baan!

---

*207

#6

1

  Zal er ooit een dag van vrede,

  zal er ooit bevrijding zijn

  voor een volk dat zonder reden

  levenslang op weg moet zijn?

2

  Zal er ooit een blijvend heden

  vol van goede vrede zijn

  waar geen pijn meer wordt geleden:

  levenslang gebroken zijn.

3

  Zie de takken aan de bomen

  waar het jonge groen ontluikt

  tot een stralend nieuwe zomer

  waar de vredesbloesem ruikt.

4

  Zie de sterren aan de hemel

  waar het duister van de nacht

  door hun schijnsel wordt verdreven

  tot een nieuwe dag die lacht.

5

  Zoals bomen mensen tonen

  dat er kracht tot groeien is

  zal de zoon der mensen komen

  die de boom des levens is.

6

  Zoals sterren mensen melden

  dat geen nacht te donker is

  zal een kind ons komen redden

  dat het licht der wereld is.

---

*208

#13

1

  Hoort hoe God met mensen omgaat,

  hoe Hij zijn belofte houdt,

  die de mens van den beginne

  adem geeft en gaande houdt.

2

  Hoort hoe God met mensen omgaat,

  hoe Hij Adam koning schiep

  die zou heersen over alles

  wat Hij in het leven riep.

3

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe Hij onze Schepper is

  die ons maakt tot zijn getuigen

  dragers van zijn beeltenis.

4

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe Hij Noach uitzicht bood

  die Hij redde uit het water,

  uit het duister van de dood.

5

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe Hij deed met Abraham

  die Hij nageslacht beloofde

  talrijker dan korrels zand.

6

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe Hij Mozes riep bij naam

  die zijn volk de weg moest wijzen

  naar het land van Kana„n.

7

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe Hij herder David koos

  die zijn kudde zou doen leven

  onbedreigd en zorgeloos.

8

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe Hij Jona moed insprak

  die de mensen moest bekeren

  tot vertrouwen in de Naam.

9

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe Hij tot Elia sprak

  die de storm van angst en twijfel

  met een stille bries doorbrak.

10

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe Hij van zich spreken laat

  die bij monde van profeten

  met ons is in woord en daad.

11

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe Hij tot Maria kwam

  die Hij van het woord vervulde

  eens beloofd aan Abraham.

12

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe Hij ons een Dienaar zond

  die met liefde als zijn wapen

  ons voorgoed aan zich verbond.

13

  Hoort hoe God met mensen omgaat

  hoe wij Hem ter harte gaan

  die ook hier tot ons zal spreken

  als wij vragen naar zijn Naam.

---

*209

#4

1

  Als regen die de aarde drenkt

  die droog en dorstig is:

  zo voedt het woord van God de mens

  die doods en duister is.

2

  Als zonlicht dat het groen gewas

  uit zaad ontkiemen doet:

  zo geeft het woord van God de mens

  luister en nieuwe gloed.

3

  Als schaduw die verkoeling brengt

  op 't heetste van de dag

  geneest het woord van God de mens

  die op bevrijding wacht.

4

  O God, vernieuw de dorre grond,

  verzacht wat is verhard:

  maak ons gehoorzaam aan uw woord

  en mensen naar uw hart.

---

*210

#4

1

  Als gij naar de woorden luistert

  die hier tot u zijn gezegd

  zullen zij een licht ontsteken,

  wijzen zij de goede weg.

2

  Als gij naar de woorden luistert

  die van mij geschreven staan

  zullen zij van vrede spreken

  die er schuilgaat in mijn naam.

3

  Als gij naar mijn woorden luistert,

  ze van harte wilt verstaan

  zullen zij de Vader tonen,

  zult gij niet verloren gaan.

4

  Als gij naar mijn woorden luistert

  brengt de dood niet langer vrees,

  wordt gij tot Gods zoon herboren,

  ademt gij zijn levensgeest.

---

*211

#4

1

  Luister en leer wat leven is

  in groot geluk en diep gemis:

  ontdek de liefde als het woord

  dat mensen tot elkaar bekoort.

2

  Schijn houdt de liefde niet in stand,

  zij heeft zich aan het hart verpand

  waar mensen klein en weerloos zijn,

  genezing vragen voor hun pijn.

3

  Vrees is er in de liefde niet:

  zij is de ruimte van een lied

  dat iemand nieuwe adem geeft

  en dankbaar stemt omdat hij leeft.

4

  Hoop doet ons samen verder gaan,

  bekommerd om elkaars bestaan

  zolang er elke nieuwe dag

  een mensenkind op liefde wacht.

---

*212

#4

1

  Voor mensen kunnen spreken

  heb Ik hen al gehoord,

  voor zij mijn hulp inroepen

  geef Ik hun al mijn woord

2

  Voor zij geboren worden

  heb Ik hen al gewild,

  voor zij het licht aanschouwen

  noem Ik hen al mijn kind.

3

  Voor zij in zonde vallen

  heb Ik hun hart doorgrond,

  voor zij ten dode vallen

  geef Ik hun vaste grond.

4

  Voor mensen kunnen spreken

  weerklinkt mijn woord van trouw

  om voor altijd te weten

  wie hen in leven houdt.

---

*213

#4

1

  Hij die woont in eeuwig licht,

  voor wie alle grootheid zwicht,

  toont aan mensen zijn gezicht.

2

  Die geen huis bevatten kan

  komt te gast bij Abraham

  in het land van Kana„n.

3

  Weet dat daar zijn woning staat

  waar zijn woord ons voeden gaat

  als een milde overdaad.

4

  Houd hem in herinnering

  die als gast en vreemdeling

  ons de weg naar vrede ging.

---

*214

#4

1

  Een vogel heeft geen zekerheid

  dat hij zal overleven:

  de bomen geven hem respijt,

  genoeg om van te leven.

2

  De bomen zwijgen op hun beurt

  en reiken naar de hemel:

  de aarde voedt hun levenslust

  met water uit de hemel.

3

  Het stille water van de zee

  waarvan een mens niet weten kan

  geeft aan de vissen vrijheid

  in al zijn wereldwijsheid.

4

  En uit de bomen groeit een kruis

  tot rustplaats voor die vogel

  die met het teken van de vis

  om mensen was bewogen.

---

*215

#4

1

  Hij die de blinden weer liet zien,

  hun ogen kleur liet ondervinden:

  is zelf het licht dat ruimte geeft,

  ons levenslicht, de Zoon van God.

2

  Hij die de lammen lopen liet

  hun dode krachten deed ontvlammen

  is zelf de weg tot waar geluk:

  ons levenspad, de Zoon van God.

3

  Hij die de armen voedsel gaf

  met overdaad hen kwam verwarmen

  is zelf het brood dat honger stilt:

  ons levensbrood, de Zoon van God.

4

  Hij die de doven horen deed

  hun eigen oren deed geloven

  is zelf het woord dat waarheid spreekt:

  het levend woord, de Zoon van God.

---

*216

#6

1

  Wie is die God die eeuwig leeft

  en al wat is geschapen heeft,

  die oerbegin en einde is

  de zin van de geschiedenis?

2

  De Vader die de wereld schiep,

  de stem die ons tot leven riep:

  dat is mijn God, ik roep Hem aan

  en zeg Hem dank voor mijn bestaan.

3

  Wie is dat ene mensenkind

  dat anderen zozeer bemint

  dat Hij zich aan een kruis liet slaan,

  ons nog doet vragen naar zijn naam?

4

  De Zoon die ons geboren is,

  het licht in onze duisternis,

  voor kleine mensen, diep in nood,

  een hoopvol woord tot in de dood.

5

  Wie zingt in ons dat ene lied:

  bet leven doet de dood teniet?

  Verlangen dat maar niet verslijt,

  een ademtocht van eeuwigheid?

6

  De Geest die ons de ruimte geeft,

  de levenskracht die ons beweegt,

  de liefde krijgt de overhand

  en aarde wordt tot vruchtbaar land.

---

*217

#3

1

  Hij brak het brood

  en nam zijn dood

  in eigen hand,

  Hij gaf de wijn,

  zijn stervenspijn,

  ons in de hand.

2

  Nu gaat zijn dood

  als levensbrood

  van hand tot hand:

  zijn stervenspijn

  wordt vreugdewijn

  in ieders hand.

3

  Leven en dood

  zijn wijn en brood

  in onze hand:

  zo zal voortaan

  de dood een gaan

  ten leven zijn.

---

*218

#3

1

  Eet en drinkt van brood en wijn

  tot mijn gedachtenis

  en weet dat er in angst en pijn

  een weg naar vrede is.

2

  Deelt het leven met elkaar

  tot mijn gedachtenis

  en schenkt elkaar voor alle haat

  alleen vergiffenis.

3

  Leeft in liefde met elkaar

  tot mijn gedachtenis

  en maakt zo in uw daden waar

  dat leven geven is.

---

*219

#3

1

  Neemt en eet met elkaar,

  leeft van het oergebaar,

  deelt tezamen brood en wijn,

  heelt de onmacht en de pijn.

2

  Neemt en drinkt met elkaar

  wordt als een bedelaar

  levend met een open hand

  die geluk om niet ontvangt.

3

  Komt, vernieuwt het verbond

  stemt in met hart en mond

  dankt de God die leven doet

  ons tot liefde samenroept.

---

*220

#4

1

  Wij danken U voor al wat leeft,

  voor wat er groeit en zich beweegt,

  voor ieder woord dat ons bereikt

  en ieder mens die ons bevrijdt!

2

  Wij danken V voor al wat is,

  voor alle licht en duisternis,

  voor lief en leed, geluk en nood,

  al wat Gij geeft als daag'lijks brood!

3

  Wij danken V voor brood en wijn,

  voor Hem die ons tot spijs wil zijn,

  voor wat zijn woord onder ons doet,

  al wat het schenkt aan levensmoed!

4

  Wij danken V dat Gij vanouds

  de wereld in uw handen houdt;

  dat Gij ons kent bij onze naam:

  wij danken U dat wij bestaan!

---

*221

#3

1

  Zingt voor Hem die alle namen

  hemelver te boven gaat:

  diep geheim van onze dromen,

  Naam die ons het zwijgen laat!

2

  Zingt voor Hem die alle mensen

  vol verwondering doet staan:

  mensenkind om ons bewogen,

  klein en weerloos zonder naam!

3

  Zingt voor Hem die alle dingen

  vruchtbaarheid en ruimte geeft:

  ademtocht, begin en einde,

  Naam die in ons midden leeft!

---

*222

#3

1

  Zingt van de Vader die in den beginne

  de mensen schiep, de dieren en de dingen,

  hemel en aarde, wilt zijn Naam bezingen:

  Houdt Hem in ere!

2

  Zingt van de Zoon, licht voor onze ogen,

  bron van geluk voor wie Hem wil geloven,

  luistert naar Hem, het woord van alzo hoge:

  houdt Hem in ere!

3

  Zingt van de Geest, adem van het leven,

  duurzame kracht die mensen wordt gegeven

  waar wij ook gaan, wij hebben niets te vrezen

  houdt Hem in ere!

---

*223

#5

1

  Wij bidden U om vrede

  en vragen U om brood

  dat mensen redt van honger

  en onmacht totterdood.

2

  Wij bidden U om wijsheid

  en vragen U om licht

  dat mensen ogen opent

  en op elkander richt.

3

  Wij bidden U om zegen

  en vragen om het woord

  dat mensen weer verenigt

  en naar de vrijheid voert

4

  Wij bidden U om adem

  en vragen om uw geest

  die mensen doet herleven

  en ons van schuld geneest.

5

  Wij bidden om verhoring

  en vragen U altijd

  dat mensen mogen weten

  dat Gij hun Vader zijt.

---

*224

#4

1

  Al wie dolend in het donker

  in de holte van de nacht

  en verlangend naar een wonder

  op de nieuwe morgen wacht:

  vrijheid wordt aan u verkondigd

  door een koning zonder macht.

2

  Onze lasten zal Hij dragen

  onze onmacht totterdood

  geeft als antwoord op ons vragen

  ons zichzelf als levensbrood

  nieuwe vrede zal er dagen

  liefde straalt als morgenrood.

3

  Tot de groten zal Hij spreken

  even weerloos als een lam

  het geknakte riet niet breken

  Hij bewaakt de kleine vlam:

  hoort en ziet het levend teken

  van een God die tot ons kwam.

4

  Dor en droog geworden aarde

  die om dauw en regen vraagt

  dode mens die snakt naar adem

  wereld die om toekomst vraagt:

  zie mijn Zoon, de nieuwe Adam,

  die mijn welbehagen draagt.

---

*301

#6

1

  Om een mens te zijn op aarde,

  zonder aanzien, zonder macht,

  is Hij onder ons geboren

  in de kilte van de nacht.

2

  Om een vuur te zijn op aarde

  dat verwarmt maar niet verslindt

  is hij onder ons geboren

  als een weerloos mensenkind.

3

  Om een licht te zijn op aarde

  dat de duisternis verjaagt

  is hij onder ons geboren

  als een stem die waarheid vraagt.

4

  Om een zwaard te zijn op aarde

  dat verdeelt maar niet vermoordt

  is hij onder ons geboren

  vrede stichtend door zijn woord.

5

  Om een kracht te zijn op aarde

  die de machten zal verslaan

  is hij onder ons geboren

  slechts vertrouwend op Gods naam.

6

  Om de vreugde van de aarde,

  vrede, recht in overvloed,

  is hij onder ons geboren:

  Godsgeschenk dat leven doet.

---

*302

#6

1

  Gij verschijnt niet op de wolken

  als een God van buitenaf

  waar Gij U laat zien aan mensen

  legt Gij alle grootheid af.

2

  Gij verschijnt niet aan de groten

  van de tempel of de staat

  maar aan herders die te velde

  zwerven zonder stand of staat.

3

  Gij verschijnt als ongeziene,

  niet genode vreemdeling

  door wie ons verwaterd leven

  kleur krijgt als in het begin.

4

  Gij verschijnt waar kwade machten

  machteloze krampen zijn

  en de liefde wordt geboren

  die ons heel maakt, vrij van pijn.

5

  Gij verschijnt ons allerwegen

  in de ogen van de man

  die, al wordt hij doodgezwegen,

  ons van God getuigen kwam.

6

  Gij verschijnt ons als een gave

  in de woorden uit zijn mond

  die ons wekken om te leven,

  laten staan op vaste grond.

---

*303

#4

1

  Als Gij ons niet verschenen was

  wij zouden niemand zijn:

  onvruchtbaar en verdroogd als gras,

  verzand tot een woestijn.

2

  Als Gij ons niet verschenen was

  wij waren ziende blind:

  met ogen als beslagen glas

  verdwaald in weer en wind.

3

  Als Gij ons niet verschenen was

  wij waren levend dood:

  geen helend antwoord dat ons past,

  geen broeder in de nood.

4

  Als Gij ons niet verschenen was

  wij konden niet meer gaan:

  geen mens die onze wonden wast

  en borg voor ons wil staan.

---

*304

#6

1

  God roept de mens op weg te gaan,

  zijn leven is een reis:

  'Verlaat wat gij bezit en ga

  naar 't land dat Ik u wijs'.

2

  Het volk van God was veertig jaar

  - een mensenleven lang -

  op weg naar het beloofde land,

  het land van Kan„an.

3

  'De mens leeft niet van brood alleen'

  zo hebben zij geleerd

  en 'niet beproeven zult gij Hem

  die het heelal beheert'.

4

  Vereren moet gij slechts de Naam

  des Heren: Hij die is

  de wolk die voor u uit zal gaan,

  licht in de duisternis.

5

  Heer, geef ons moed en doe ons gaan

  uw weg door de woestijn

  en laat uw Zoon een laaiend vuur,

  de nieuwe Mozes zijn.

6

  Gezegend zijt Gij, Eeuwige;

  Die ons het leven geeft:

  Stem die al voor de eerste mens

  belofte bent geweest!

---

*305

#4

1

  Voor wie het leven in wil gaan

  ben Ik de poort:

  als gij mijn wegen in durft slaan

  leid Ik u voort.

2

  Voor wie door duister is verblind

  ben Ik het licht:

  God toont u in een mensenkind

  zijn aangezicht.

3

  Voor wie op hoop en waarheid wacht

  ben Ik het woord:

  slechts door de waker in de nacht

  word Ik gehoord.

4

  Voor wie zijn honger stillen wil

  ben ik het brood:

  Ik sterk u naar mijn Vaders wil

  in alle nood.

---

*306

#3

1

  Luister naar mijn dienaar

  die Ik tot u zond:

  Hij, de hogepriester

  van een nieuw verbond.

  Niet op stenen tafels

  schrijft Hij u de wet

  want een nieuwe vrede

  heeft Hij ingezet.

2

  Hij maakt brood van stenen,

  die van verre kwam -

  zal een hart u geven,

  volk van Abraham.

  Zelf wordt Hij de beker

  van de zegening,

  wordt Hij u tot zegen

  in vernedering.

3

  Door de doods-zee beeft Hij

  u de weg bereid,

  om u te doen delen

  in zijn heerlijkheid.

  In zijn bloed bezegelt

  Hij mijn nieuw verbond:

  luister naar mijn dienaar

  die Ik tot u zond.

---

*307

#3

1

  Een schaal met brood, een beker wijn:

  zal dat voor ons voldoende zijn

  om licht te zien in duisternis,

  om te verstaan wat liefde is?

  Want God is ver en oorlog went

  en wie verstaat zijn testament,

  zijn woord dat om vertrouwen vraagt

  en hoop en leven in zich draagt?

2

  Ik ben uw brood, uw beker wijn:

  de wereld zal gelukkig zijn

  als zij de wegen op wil gaan

  waarlangs ik haar ben voorgegaan

  want hoe de mens ook vrede zocht

  zij wordt alleen door hem gekocht

  die niets meer te verliezen heeft

  en zoals Ik zijn leven geeft

3

  Wanneer gij brood breekt in mijn naam,

  om vrede vraagt in uw bestaan

  en van de liefdesbeker drinkt,

  tezamen zijt en eenheid vindt:

  dan moet gij zelf tot voedsel zijn

  voor allen die op aarde zijn,

  en zal bet brood, de beker wijn,

  u levenslang voldoende zijn

---

*308

#3

1

  Brood op tafel, een hand gevuld

  met wat in het leven geen uitstel duldt:

  de honger stillen iedere dag,

  gewoon wat een mens niet ontbreken mag.

2

  Beker met wijn, een vredeswens,

  elkaar begroeten van mens tot mens:

  verbonden worden met iedereen

  want wie houdt het uit moederziel alleen?

3

  Maaltijd houden met Hem die sprak

  en zich in zijn leven tot voedsel brak:

  kom samen eten, drink van de wijn

  want zo wil Hij zelf in ons midden zijn.

---

*309

#8

1

  Verkondig alle mensen

  wat Ik u zeggen zal:

  mijn woorden brengen vreugde

  en vrede overal.

2

  Verkondig aan een ieder

  die hier geboren wordt:

  wij zijn niet langer vreemden

  maar kinderen van God.

3

  Verkondig aan de blinden:

  een licht is opgegaan,

  wij lopen niet verloren,

  er is een weg te gaan.

4

  Verkondig aan de armen:

  uw droefheid is voorbij,

  de zondaar vindt vergeving,

  de liefde maakt u vrij.

5

  Verkondig aan wie zoeken:

  niet eeuwig duurt uw nood;

  Ik ben uw weg naar vrede;

  Ik ben uw levensbrood.

6

  Verkondig aan wie sterven:

  gij kunt in vrede gaan;

  het wordt voor u ook pasen,

  Ik ben u voorgegaan.

7

  Verkondig heel de aarde

  en al wat adem heeft:

  gelukkig zal hij wezen

  die in de liefde leeft.

8

  Verkondig alle mensen

  wat Ik u heb gezegd:

  gerechtigheid en vrede

  zijn in uw hart gelegd.

---

*310

#8

1

  Waarom leven de volken

  in oorlog met elkaar,

  is dan het juk van vrede

  te moeilijk en te zwaar?

2

  Waarom reiken de mensen

  elkander niet de hand

  en houden zij de wetten

  van 'oog om oog' in stand?

3

  De wereld wacht op vrede

  en goedheid zonder schijn,

  op mensen die elkanders

  broeder en zuster zijn.

4

  De wereld wacht op vrede,

  de aarde hoopt op recht,

  vervulling van verlangen,

  haar in het hart gelegd.

5

  Zal het er ooit van komen:

  geen honger en geen dorst

  of blijven wij elkander

  bestrijden, kost wat kost?

6

  Zal het er ooit van komen

  dat oorlog niet bestaat

  of zijn het stoute dromen

  en is het al te laat?

7

  O God, breng mensen samen,

  dat wij elkaar verstaan,

  vervul die mensendromen

  voor zij in rook opgaan.

8

  Doe ons het woord bewaren

  dat opgeschreven staat

  en echte vrede zoeken

  van harte, metterdaad.

---

*311

#8

1

  Komt, luistert naar de woorden

  die Ik u heden zeg:

  zij wijzen u het leven,

  de waarheid en de weg.

2

  Komt, luistert alle mensen

  die zoeken naar geluk:

  mijn last is licht te dragen

  want liefde heet mijn juk.

3

  Gelukkig zijn de armen

  die zonder macht van geld

  de wereld gaan verwarmen:

  zij doden kil geweld.

4

  Gelukkig die zachtmoedig

  de weg van goedheid gaan:

  hun leven is een weldaad,

  de vrede breekt zich baan.

5

  Gelukkig die barmhartig

  de naaste willen zijn

  van mensen die verzinken

  in eenzaamheid en pijn.

6

  Gelukkig zij die strijden

  voor de gerechtigheid

  en metterdaad belijden:

  God maakt geen onderscheid.

7

  O God die alle mensen

  gelukkig maken wil:

  toon ons in brood en beker

  de Dienaar van uw wil.

8

  Vernieuw uw oude aarde,

  vestig uw koninkrijk

  waar wij uw deelgenoten

  zijn: koningen te rijk.

---

*312

#6

1

  Voor wie in duisternis,

  de schaduw van de dood,

  op zoek naar hoop en vrede is:

  moet gij het licht der wereld zijn.

2

  Voor wie de smaak niet kent

  van goedheid zonder schijn

  die ongevraagd haar vreugde deelt:

  moet gij het zout der aarde zijn

3

  Voor wie uw licht laat zien

  een hoopvol, nieuw bestaan,

  een leven dat naar vrede smaakt:

  zijt gij getuigen van mijn Naam

4

  Alwie zijn Naam belijdt

  zoekt niet naar eigen eer,

  erkent de adem van de Geest

  die zeggen doet: Hij is de Heer

5

  Alwie in Hem gelooft,

  zich vasthoudt aan zijn woord,

  aanvaardt het licht, getuigt ervan

  dat God in mensen wordt gehoord

6

  Op Vader, Zoon en Geest,

  de oorsprong van het licht,

  dat hartverwarmend schijnen wil,

  zij onze dank en hoop gericht

---

*313

#5

1

  Zoals Ik zelf gezonden ben

  zo moet ook gij op weg gaan:

  geen knechten, vrienden noem Ik u,

  mijn woord zal door uw mond gaan.

2

  Wat gij gehoord hebt en gezien

  moet gij bekend gaan maken:

  wat Ik in stilte tot u sprak

  roept dat vanaf de daken.

3

  Neemt onderweg geen reiszak mee

  maar gaat met lege handen

  en boodschapt als een vredesduif:

  'Gods rijk is nu op handen'.

4

  Leert van de duif de simpelheid

  weest waakzaam als de slangen

  en vreest niet hoe gij spreken zult

  al neemt men u gevangen.

5

  Zo zal het rijk der hemelen

  onder de mensen komen:

  op aarde zal hernieuwde hoop

  en goede vrede wonen.

---

*314

#4

1

  Hoe zouden wij geloven, Heer,

  als Gij niet wordt gehoord

  bij monde van verkondigers

  van uw verlossend woord?

2

  Hoe zouden zij verkondigen

  als niet uw Zoon hen zond,

  als niet uw Geest bekrachtigde

  de woorden uit hun mond?

3

  Wij hebben door uw predikers

  vernomen van uw Naam

  die ons met hoop en goede moed

  het leven door doet gaan.

4

  Wij danken hem die heeft geplant,

  de Heer die wasdom schenkt

  en ons, verstrooid, alom verdeeld,

  eens weer tezamen brengt.

---

*315

#5

1

  Al wat een mens te kennen zoekt

  aan waarheid en aan zin:

  het ligt verhuld in uw Geheim

  dat eind is en begin.

2

  Geen mensenoog heeft dat gezien,

  geen oor heeft het gehoord:

  het wordt ternauwernood vermoed

  en aarzelend verwoord.

3

  De mens die naar uw wijsheid zoekt,

  van harte, met verstand -

  doet Gij uw wereld ondergaan

  als maaksel van uw hand.

4

  Als wij uw sporen bijster zijn,

  Heer, geef ons denken moed:

  leer ons te luisteren naar de Geest

  die doven horen doet.

5

  Aan Hem die ons te boven gaat

  zij heerlijkheid en kracht:

  Geheim dat aan de oorsprong staat

  en in het eind ons wacht.

---

*316

#7

1

  Het rijk van God is als een zaad

  verborgen in de grond

  dat wortel schiet en wasdom geeft

  wanneer de zomer komt.

2

  Het rijk van God is als een boom

  die opgroeit rijk en groen

  waar vogels zich gaan nestelen

  in 't hoogst van 't seizoen.

3

  Het rijk van God is als een net

  geworpen in de zee

  waar vissen zich verzamelen:

  zij delen wel en wee.

4

  Het rijk van God is als het brood

  gedeeld in overvloed

  dat heel de wereld van de dood

  bevrijdt en leven doet.

5

  Het rijk van God is als een huis

  gebouwd op goede grond

  waar alle mensen welkom zijn:

  zij vinden vaste grond.

6

  Het rijk van God is als de man

  die ons van God vertelt

  en in een eindeloos geduld

  op mensen is gesteld.

7

  Het rijk van God wil zijn gezaaid

  in mensen, groot en klein:

  de aarde moet voor iedereen

  een huis van vrede zijn.

---

*317

#4

1

  Al heb ik hoge woorden,

  spreek ik haast elke taal:

  wie ben ik zonder liefde,

  geen mens kan mij verstaan.

  Al ken ik de geheimen

  van alle wetenschap:

  een wereld zonder liefde

  is koud en zonder hart.

2

  De liefde is geduldig,

  zachtmoedig, zonder maat:

  zij is op zoek naar vrede,

  vernietigt alle haat.

  De liefde spreekt met woorden

  die eerlijk zijn en waar,

  zij breekt de harten open,

  schenkt mensen aan elkaar.

3

  De mensen worden vruchtbaar,

  zij worden man en vrouw:

  de wereld wordt bewoonbaar

  door liefde, goede trouw.

  Zij doet de mensen leven

  vol hoop en goede moed,

  want niets kan haar teveel zijn,

  haar kracht maakt alles goed.

4

  Zij schenkt de mensen rijkdom

  veel kostbaarder dan goud:

  zij spreekt ons van de Liefde

  die ons in leven houdt.

  O God, wees zo aanwezig

  waar mensen samen zijn:

  ons leven wordt een zegen,

  dat zal voldoende zijn.

---

*318

#3

1

  Heilig, heilig, heilig,

  hemelhoog verheven

  boven ons mensen:

  de Naam van God, de Heer!

  Heilig, heilig, heilig,

  Schepper van de wereld,

  mensen beneden

  zingen U ter eer.

2

  Heilig, heilig, heilig,

  Maker van de sterren,

  zonnen en manen

  en heel het firmament!

  Heilig, heilig, heilig,

  mateloze ruimte,

  machten en krachten

  maakt zijn naam bekend!

3

  Heilig, heilig, heilig,

  bron van alle leven,

  bloemen en bomen

  en al wat adem heeft!

  Heilig, heilig, heilig,

  Vader van ons allen,

  Eerste en Laatste,

  U dankt al wat leeft.

---

*319

#6

1

  Een woord was voldoende

  om God te doen spreken:

  als wij het niet breken

  is een woord voldoende.

2

  Een woord was voldoende

  om angst te verstillen:

  als wij luisteren willen

  is een woord voldoende

3

  Een woord was voldoende

  om ons te beschamen:

  als wij het beamen

  is een woord voldoende

4

  Een woord was voldoende

  om hoogmoed te breken:

  als ons hart gaat spreken

  is een woord voldoende

5

  Een woord was voldoende

  om vrede te brengen:

  als wij het volbrengen

  is een woord voldoende

6

  Een woord was voldoende

  om liefde te geven:

  als wij ervan leven

  is een woord voldoende

---

*320

#6

1

  Wie spreekt ons van de naam van God

  en zegt ons wie Hij is?

  Of loopt ons leven zo maar dood

  in graf en duisternis?

2

  God is voor ons een groot geheim

  maar mensen zoeken Hem

  en onverwacht en stomverbaasd

  herkennen zij zijn stem.

3

  Tobias vond weer nieuwe kracht,

  verlichting voor het oog

  toen hem een vriend de hand toestak,

  zijn weg ten goede boog.

4

  Maria die in stilte wacht

  op hoop voor Isra‰l

  herkent de stem en noemt haar zoon:

  Jezus Emmanuel.

5

  Die mens zegt ons de naam van God

  en zal zijn bode zijn

  die ons tot in de angst der dood

  zozeer nabij wil zijn.

6

  De naam van God wordt levenslicht,

  genezing, nieuwe kracht,

  voor kleine mensen onderweg,

  eenvoudigen van hart.